INLEIDING TOT HET RECHT
COLLEGE 1: ESSENTIE & INDELING VAN HET RECHT (P31-56)
1. KENMERKEN EN DEFINITIE VAN HET RECHT
DEFINITIE
geheel van bindende regels ordenen/handhaven/herstellen samenleving adhv
vertegenwoordigers
SOORTEN BEPALINGEN
o gebodsbepalingen (MOET)
o verbodsbepalingen (MAG NIET)
o verlofbepaling (MAG, maar MOET NIET)
KENMERKEN
o Nemo censetur ignorare legem = iedereen wordt geacht de wet te kennen
o GEEN precedenten gebruiken in België = beoordeling in concreto = zuivere
individuele toepassing
o dezelfde regels gelden voor iedereen in dezelfde situatie = objectief
VEREISTE VAN GEZAG
o uitvaardiging van het recht
• door democratisch verkozen regelgevende organen
• normenhiërarchie
• bevoegdheidsverdeling
• procedureregels
o naleven van recht = afdwingbaar !!
• rechterlijke macht
• arbitreren = de partijen proberen te verzoenen
• GAS = Gemeentelijke Administratieve Sancties gedrag bevolking te
sturen
o Rechtregels enkel als het daadwerkelijk wordt uitgevoerd
o sociale en etiquetteregels
• gedragsregels = niet afdwingbaar
• beleefdheid cultureel Normenstels
o Morele regels = ethiek = met welke inborst
verschille
o Godsdienstige regels = god behagen nd
OBJECTIEF RECHT VS SUBJECTIEF RECHT
o Subjectieve rechten: rights = in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om
naar eigen goeddunken bepaalde handelingen te stellen
,o Objectieve rechten: law = staat los van concrete personen & situaties
(gedragsregels, afdwingingsregels, wijzigingsregels) (verlenen subjectieve
rechten)
RECHTSSUBJECT VS RECHTSOBJECT
o Rechtssubject = drager van subjectieve rechten & plichten
o Natuurlijke personen = personen van vlees en bloed
o Rechtspersonen = groeperingen, instellingen, … die rechten en plichten
hebben
o Rechtsobject = voorwerp waarover personen hun subjectieve rechten kunnen
uitoefenen
RECHTSGESCHIEDENIS
o romeins recht
• Trias politica = driemachtenleer: gerechtelijke, wettelijke & uitvoerende
macht
• Aquiliaanse aansprakelijkheid = fout met schade aan ander
schadevergoeding
• Adagia = korte spreuken ivm wet (bv in dubio pro deo)
o Code Napoleon = burgerlijk wetboek verdere verfijning aansprakelijkheden
obv lex aquilia
2. SOORTEN SUBJECTIEVE RECHTEN
A. POLITIEKE RECHTEN
o Politieke vrijheden: verlenen een onaantastbare vrijheid
o Participatierechten: verlenen mogelijkheid om deel te nemen aan
overheidsbeleid
o Sociaal-economische rechten: verlenen recht van overheid financiële
tegemoetkomingen
B. BURGERLIJKE RECHTEN
B1. EX-PATRIMONIALE RECHTEN (GEEN FINANCIËLE WAARDE)
o Persoonlijkheids- en familierechten: beschikking over eigen persoon + staat v
pers binnen familie
B2. PATRIMONIALE RECHTEN = VERMOGENSRECHTEN
o Zakelijke rechten: kennen heerschappij toe over een goed
o Corderingsrechten: verlenen bevoegdheid om van iemand anders de
uitvoering van 1/meer verbintenissen te eisen
o Intellectuele rechten: verlenen exclusieve heerschappij over intellect. creatie
(bv auteursrechten)
3. INDELING VAN HET RECHT
,INTERNATIONAAL & SUPRANATIONAAL RECHT
o Volkenrecht (= Internationaal publiek recht, bv. Verenigde Naties)
o grensoverschrijdend recht = vooral Europees recht
NATIONAAL RECHT
PRIVAAT (GELIJKE VERHOUDING TSS BURGERS ONDERLING)
regelen van private belangen van individuen of groepen + doorgaans
aanvullend recht
o burgerlijk recht
• personen- en familierecht
• verbintenissenrecht
• bijzondere overeenkomsten
• aansprakelijkheid
• vermogensrecht/ erfrecht
o vennootschapsrecht
o gerechterlijk (privaat)recht
PUBLIEK (ONGELIJKE VERHOUDING STAAT/OVERHEID & BURGER)
regels van openbare orde
o grondwettelijk recht
o bestuursrecht = uitvoerende macht en administratieve overheden
o strafrecht (strafproces)
o fiscaal recht
GEMENGDE RECHTSTAKKEN
o economisch recht/ marktrecht (oa consumentenrecht)
o financieel recht
o sociaal recht (arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht)
o intellectuele rechten
COLLEGE 2: BRONNEN & RECHTERLIJKE ORGANISATIE ( P57-66)
INTERNATIONAAL & SUPRANATIONAAL (BOVEN GRONDWET)
o Verenigde Naties
verdrag
en
o Internationale Arbeidsorganisatie
o Raad van Europa: europees sociaal handvest ( stakingsrecht), rechten v/d
mens ( privacy)
o Europese Unie: verorderingen (gedetailleerd) – Richtlijnen (niet concreet)
, NATIONAAL
1. RECHTSREGELS DIE GELDIG ZIJN VOOR HET GEHELE BELGISCHE
GRONDGEBIED
GRONDWET
o grondrechten & vrijheden burgers + inrichting staat (democratie + scheiding
machten)
o Bijzondere meerderheidswetten: 2/3 meerderheid (tss grondwet en klassieke
wetten)
WET:
o wetgeving in parlementen (federaal = kamer van volksvertegenwoordigers)
o Weinig bilaterale wetten = wetten die zowel langs senaat als kamer van
volksvertegenwoordigers moeten senaat = niet meer belangrijk
o Wetsontwerpen op voorhand besproken in commissies
o Formele wet = wet die uitgaat van de wetgevende macht
o Materiële wet = geheel aan rechtsregels (heel breed, uitvoerende macht, ook
KB, MB, …)
NIVEAUS NIVEAU Wetgevende Uitvoerende
macht macht
Federaal Federaal Wet KB (mb)
Gemeenschap Gemeenschappe Decreet Besluit bevoegde
pen n Ordonnantie gemeenschaps-
Gewesten (B.H.Gew.) of gewestregering
(MB)
Gewesten Gedecentralisee Verordening/ (Besluit)
rde overheden Besluit bevoegde
raad
Provinciaal 5 Waalse 5 Vlaamse
provincies provincies
Gemeentelijk 262 Waalse gem 19 Brusselse gem (300) Vlaamse
gem
STAATSSTRUCTUUR
KB: KONINKLIJK BESLUIT:
o Door koning
o Uitvoerende maatregel(en)
o Kan wet N wijzigen/opheffen
COLLEGE 1: ESSENTIE & INDELING VAN HET RECHT (P31-56)
1. KENMERKEN EN DEFINITIE VAN HET RECHT
DEFINITIE
geheel van bindende regels ordenen/handhaven/herstellen samenleving adhv
vertegenwoordigers
SOORTEN BEPALINGEN
o gebodsbepalingen (MOET)
o verbodsbepalingen (MAG NIET)
o verlofbepaling (MAG, maar MOET NIET)
KENMERKEN
o Nemo censetur ignorare legem = iedereen wordt geacht de wet te kennen
o GEEN precedenten gebruiken in België = beoordeling in concreto = zuivere
individuele toepassing
o dezelfde regels gelden voor iedereen in dezelfde situatie = objectief
VEREISTE VAN GEZAG
o uitvaardiging van het recht
• door democratisch verkozen regelgevende organen
• normenhiërarchie
• bevoegdheidsverdeling
• procedureregels
o naleven van recht = afdwingbaar !!
• rechterlijke macht
• arbitreren = de partijen proberen te verzoenen
• GAS = Gemeentelijke Administratieve Sancties gedrag bevolking te
sturen
o Rechtregels enkel als het daadwerkelijk wordt uitgevoerd
o sociale en etiquetteregels
• gedragsregels = niet afdwingbaar
• beleefdheid cultureel Normenstels
o Morele regels = ethiek = met welke inborst
verschille
o Godsdienstige regels = god behagen nd
OBJECTIEF RECHT VS SUBJECTIEF RECHT
o Subjectieve rechten: rights = in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om
naar eigen goeddunken bepaalde handelingen te stellen
,o Objectieve rechten: law = staat los van concrete personen & situaties
(gedragsregels, afdwingingsregels, wijzigingsregels) (verlenen subjectieve
rechten)
RECHTSSUBJECT VS RECHTSOBJECT
o Rechtssubject = drager van subjectieve rechten & plichten
o Natuurlijke personen = personen van vlees en bloed
o Rechtspersonen = groeperingen, instellingen, … die rechten en plichten
hebben
o Rechtsobject = voorwerp waarover personen hun subjectieve rechten kunnen
uitoefenen
RECHTSGESCHIEDENIS
o romeins recht
• Trias politica = driemachtenleer: gerechtelijke, wettelijke & uitvoerende
macht
• Aquiliaanse aansprakelijkheid = fout met schade aan ander
schadevergoeding
• Adagia = korte spreuken ivm wet (bv in dubio pro deo)
o Code Napoleon = burgerlijk wetboek verdere verfijning aansprakelijkheden
obv lex aquilia
2. SOORTEN SUBJECTIEVE RECHTEN
A. POLITIEKE RECHTEN
o Politieke vrijheden: verlenen een onaantastbare vrijheid
o Participatierechten: verlenen mogelijkheid om deel te nemen aan
overheidsbeleid
o Sociaal-economische rechten: verlenen recht van overheid financiële
tegemoetkomingen
B. BURGERLIJKE RECHTEN
B1. EX-PATRIMONIALE RECHTEN (GEEN FINANCIËLE WAARDE)
o Persoonlijkheids- en familierechten: beschikking over eigen persoon + staat v
pers binnen familie
B2. PATRIMONIALE RECHTEN = VERMOGENSRECHTEN
o Zakelijke rechten: kennen heerschappij toe over een goed
o Corderingsrechten: verlenen bevoegdheid om van iemand anders de
uitvoering van 1/meer verbintenissen te eisen
o Intellectuele rechten: verlenen exclusieve heerschappij over intellect. creatie
(bv auteursrechten)
3. INDELING VAN HET RECHT
,INTERNATIONAAL & SUPRANATIONAAL RECHT
o Volkenrecht (= Internationaal publiek recht, bv. Verenigde Naties)
o grensoverschrijdend recht = vooral Europees recht
NATIONAAL RECHT
PRIVAAT (GELIJKE VERHOUDING TSS BURGERS ONDERLING)
regelen van private belangen van individuen of groepen + doorgaans
aanvullend recht
o burgerlijk recht
• personen- en familierecht
• verbintenissenrecht
• bijzondere overeenkomsten
• aansprakelijkheid
• vermogensrecht/ erfrecht
o vennootschapsrecht
o gerechterlijk (privaat)recht
PUBLIEK (ONGELIJKE VERHOUDING STAAT/OVERHEID & BURGER)
regels van openbare orde
o grondwettelijk recht
o bestuursrecht = uitvoerende macht en administratieve overheden
o strafrecht (strafproces)
o fiscaal recht
GEMENGDE RECHTSTAKKEN
o economisch recht/ marktrecht (oa consumentenrecht)
o financieel recht
o sociaal recht (arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht)
o intellectuele rechten
COLLEGE 2: BRONNEN & RECHTERLIJKE ORGANISATIE ( P57-66)
INTERNATIONAAL & SUPRANATIONAAL (BOVEN GRONDWET)
o Verenigde Naties
verdrag
en
o Internationale Arbeidsorganisatie
o Raad van Europa: europees sociaal handvest ( stakingsrecht), rechten v/d
mens ( privacy)
o Europese Unie: verorderingen (gedetailleerd) – Richtlijnen (niet concreet)
, NATIONAAL
1. RECHTSREGELS DIE GELDIG ZIJN VOOR HET GEHELE BELGISCHE
GRONDGEBIED
GRONDWET
o grondrechten & vrijheden burgers + inrichting staat (democratie + scheiding
machten)
o Bijzondere meerderheidswetten: 2/3 meerderheid (tss grondwet en klassieke
wetten)
WET:
o wetgeving in parlementen (federaal = kamer van volksvertegenwoordigers)
o Weinig bilaterale wetten = wetten die zowel langs senaat als kamer van
volksvertegenwoordigers moeten senaat = niet meer belangrijk
o Wetsontwerpen op voorhand besproken in commissies
o Formele wet = wet die uitgaat van de wetgevende macht
o Materiële wet = geheel aan rechtsregels (heel breed, uitvoerende macht, ook
KB, MB, …)
NIVEAUS NIVEAU Wetgevende Uitvoerende
macht macht
Federaal Federaal Wet KB (mb)
Gemeenschap Gemeenschappe Decreet Besluit bevoegde
pen n Ordonnantie gemeenschaps-
Gewesten (B.H.Gew.) of gewestregering
(MB)
Gewesten Gedecentralisee Verordening/ (Besluit)
rde overheden Besluit bevoegde
raad
Provinciaal 5 Waalse 5 Vlaamse
provincies provincies
Gemeentelijk 262 Waalse gem 19 Brusselse gem (300) Vlaamse
gem
STAATSSTRUCTUUR
KB: KONINKLIJK BESLUIT:
o Door koning
o Uitvoerende maatregel(en)
o Kan wet N wijzigen/opheffen