Paragraaf 1:
Kwalitatief= onderzoek is beschrijvend en wordt meestal weergeven in woorden
Kwantitatief= onderzoek probeert feiten te achterhalen en wordt meestal weergeven in
cijfers
Exacte vakken= natuurwetenschappen = natuur- en scheikunde
Verklaring = je wilt weten hoe iets werkt en daar zoek je een verklaring voor
Proef/ experiment = om een verklaring te maken ga je een proef/ experiment doen
Paragraaf 2:
Practica/proeven = de experimenten die je in de les doet heten pracita/proeven
Veiligheidsregels = belangrijkste veiligheidsregels zijn; houd je aan de opdracht en luister
goed naar de docent en de TOA en als je werkt met vuur of gevaarlijke stoffen; draag een
labjas en een veiligheidsbril en draag lang haar in een staart
Dingen in het practicumlokaal;
Water = om iets af te koelen of om te spoelen
Aardgas en brander = brander werkt op gas is om iets te verbranden of op te warmen
Elektriciteit = stopcontacten om elektrische apparaten te gebruiken
Veiligheid in het practicumlokaal;
Labjassen = om je kleding en huid te beschermen (katoenen labjas)
Veiligheidsbrillen = om je ogen te beschermen tegen gevaarlijke stoffen
Blusdeken = om een kleine brand te blussen en als iemands kleding in brand staat
Brandblusser = om een brand te blussen
Oogdouche = om als je een gevaarlijke of bijtende stof in je ogen hebt gekregen het uit te
spoelen
Nooddouche = om als je een gevaarlijke of bijtende stof op je huid hebt gekregen het
ervanaf te spoelen
Noodstop = om alles aftesluiten als het echt fout gaat
Veiligheidspictogrammen = om gevaar te herkennen. Het is een plaatje waaraan je kunt
zien of de stof gevaarlijk is
Brander;
Met de luchtregelschijf regel je de kleur en de temperatuur van de vlam
Met de gasregelschijf regel je de grootte van de vlam een vlam van circa 10 cm is goed