Samenvatting scheikunde hoofdstuk 10
Organische verbindingen
1. Klassen van organische verbindingen
- Organische verbindingen: moleculaire stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit
voornamelijk koolstof- en waterstofatomen.
- Koolwaterstoffen: moleculaire stoffen waarvan de moleculen uitsluitend zijn opgebouwd uit
C- en H-atomen. Zijn hydrofoob en kunnen weinig reacties aangaan.
- Karakteristieke groep: ontstaat wanneer bij een organische verbinding één H-atoom of meer
H-atomen door een ander atoom of een andere atoomgroep is vervangen.
- Functionele groep: bijvoorbeeld vertakkingen en dubbele bindingen.
- Karakteristieke en functionele groepen hebben invloed op de eigenschappen van de stof.
- Anorganische verbindingen: verbindingen die niet tot de organische verbinding horen.
- De belangrijkste regels voor de systematische naamgeving voor organische verbindingen vind
je in Binas tabel 66C en 66D.
- Carbonzuren: koolwaterstoffen met een carboxylgroep. Bij de naamgeving telt het C-atoom,
dat zich in de carboxylgroep bevindt, mee in de telling van de hoofdketen. Een carbonzuur
krijgt het achtervoegsel –zuur. Wanneer het C-atoom zich niet in de hoofdketen kan
bevinden, wordt het achtervoegsel –carbonzuur.
- Aldehyden: koolstofverbinding met een dubbelgebonden O-atoom aan het uiteinde van de
keten. Een aldehyde krijgt het achtervoegsel –al.
- Ketonen: Koolstofverbinding met een dubbelgebonden O-atoom ergens midden in de
koolstofketen. Een keton krijgt het achtervoegsel –on.
- Ethers: koolstofverbinding met een O-atoom dat zich tussen twee koolstofatomen bevindt.
Het kortste deel van de koolstofketen, samen met het O-atoom wordt als een karakteristieke
groep beschouwd. Een ether krijgt het algemene voorvoegsel –alkoxy, waarbij de lengte
van de keten nog moet worden aangegeven.
- Esters: koolstofverbinding met de structuur van een zuurrestion van een carbonzuur, -COO-.
Het deel waarin je een alkaanzuur herkent, heet alkanoaat. Het andere deel is een
alkylgroep. De stam begint bij het C-atoom waar het dubbelgebonden O-atoom aan vastzit.
- Stappenplan systematische naamgeving:
o Stap 1: stamnaam
Organische verbindingen
1. Klassen van organische verbindingen
- Organische verbindingen: moleculaire stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit
voornamelijk koolstof- en waterstofatomen.
- Koolwaterstoffen: moleculaire stoffen waarvan de moleculen uitsluitend zijn opgebouwd uit
C- en H-atomen. Zijn hydrofoob en kunnen weinig reacties aangaan.
- Karakteristieke groep: ontstaat wanneer bij een organische verbinding één H-atoom of meer
H-atomen door een ander atoom of een andere atoomgroep is vervangen.
- Functionele groep: bijvoorbeeld vertakkingen en dubbele bindingen.
- Karakteristieke en functionele groepen hebben invloed op de eigenschappen van de stof.
- Anorganische verbindingen: verbindingen die niet tot de organische verbinding horen.
- De belangrijkste regels voor de systematische naamgeving voor organische verbindingen vind
je in Binas tabel 66C en 66D.
- Carbonzuren: koolwaterstoffen met een carboxylgroep. Bij de naamgeving telt het C-atoom,
dat zich in de carboxylgroep bevindt, mee in de telling van de hoofdketen. Een carbonzuur
krijgt het achtervoegsel –zuur. Wanneer het C-atoom zich niet in de hoofdketen kan
bevinden, wordt het achtervoegsel –carbonzuur.
- Aldehyden: koolstofverbinding met een dubbelgebonden O-atoom aan het uiteinde van de
keten. Een aldehyde krijgt het achtervoegsel –al.
- Ketonen: Koolstofverbinding met een dubbelgebonden O-atoom ergens midden in de
koolstofketen. Een keton krijgt het achtervoegsel –on.
- Ethers: koolstofverbinding met een O-atoom dat zich tussen twee koolstofatomen bevindt.
Het kortste deel van de koolstofketen, samen met het O-atoom wordt als een karakteristieke
groep beschouwd. Een ether krijgt het algemene voorvoegsel –alkoxy, waarbij de lengte
van de keten nog moet worden aangegeven.
- Esters: koolstofverbinding met de structuur van een zuurrestion van een carbonzuur, -COO-.
Het deel waarin je een alkaanzuur herkent, heet alkanoaat. Het andere deel is een
alkylgroep. De stam begint bij het C-atoom waar het dubbelgebonden O-atoom aan vastzit.
- Stappenplan systematische naamgeving:
o Stap 1: stamnaam