Methodisch Handelen 2
Inhoud
Meetinstrumentarium ............................................................................................................................. 3
Plaquebeheersing 1,2,3 ........................................................................................................................... 8
Plaquebeheersing 1 ............................................................................................................................. 8
Plaquebeheersing 2 ........................................................................................................................... 13
Plaquebeheersing 3 ........................................................................................................................... 18
Boek: Parodontologie ............................................................................................................................ 20
Hoofdstuk 30: Mechanische en manuele plaquebeheersing ............................................................ 20
Boek: Preventieve Tandheelkunde........................................................................................................ 20
Hoofdstuk 11: Mondhygiëne ............................................................................................................. 20
11.6 Borstelmethoden................................................................................................................... 20
11.7.1 Doeltreffendheid van verschillende typen tandenborstels................................................ 21
11.7.3 Leidraad bij de keuze van een tandenborstel .................................................................... 21
11.8 Interdentale reiniging ............................................................................................................ 21
11.11.1Harde tandweefsels........................................................................................................... 22
Poetsmethoden ............................................................................................................................. 22
Voeding en verstandig snoepen ............................................................................................................ 22
2.3 Basisadvies Voeding .................................................................................................................... 30
7.3 Aanvullend Advies Voeding ......................................................................................................... 31
Röntgenologie ....................................................................................................................................... 31
Voedingsdagboek/voedingsanamnese ................................................................................................. 37
PPS ......................................................................................................................................................... 41
Demineralisatie en remineralisatie ....................................................................................................... 44
Werkcollege demineralisatie en remineralisatie .............................................................................. 51
Diagnostiek harde weefsels................................................................................................................... 52
Werkcollege diagnostiek harde weefsels .......................................................................................... 58
Karakteristieken van de patiënt ............................................................................................................ 58
Diagnose zachte weefsels...................................................................................................................... 61
Cariesmanagement, ICCMS I ................................................................................................................. 65
Cariesmanagement, ICCMS 2 ................................................................................................................ 71
Werkcollege ICCMS ........................................................................................................................... 76
Boek: Cariesleasies ................................................................................................................................ 91
Cariëslaesies Hoofdstuk 1.................................................................................................................. 91
Pagina 1 van 123
,Methodisch handelen 2 2021 Yeliz Aydin
Cariëslaesies Hoofdstuk 2.................................................................................................................. 99
Cariëslaesies Hoofdstuk 3 t/m 3.8 ................................................................................................... 102
Spoelmiddelen ..................................................................................................................................... 103
Werking en indicatie fluoride .............................................................................................................. 111
Cariesmicrobiologie ............................................................................................................................. 117
Pagina 2 van 123
,Methodisch handelen 2 2021 Yeliz Aydin
Meetinstrumentarium
Leerdoelen:
1. Kent het doel van het meten (vanuit verschillende perspectieven)
2. Maakt kennis met verschillende meetinstrumenten
3. Weet dat elk instrument een specifieke procedure heeft
4. Kan de verschillende kenmerken van een meetinstrument beschrijven
5. Begrijpt dat validiteit en betrouwbaarheid de belangrijkste criteria zijn bij het beoordelen van
de correctheid van metingen en kan deze toepassen
Symptoom/risico-indicator → signaleert een aandoening, bijvoorbeeld bloeding
Risico-indicator → signaleert een risico
Etiologische factor → oorzakelijke factor, bijvoorbeeld roken
Risico-factor → speelt een rol als oorzaak bij het uitbreiden van een ziekte
Kwantificeren → in getallen
Definitieve uitkomsten → meteen belangrijk voor een patiënt
Surrogaat uitkomsten → vaak een voorstadium van definitieve uitkomsten, maar het hoeft niet tot
een definitieve uitkomst te leiden. Het is niet direct belangrijk voor een patiënt. Instrumenten meten
meestal de surrogaat uitkomsten.
Belang meetinstrumenten: leveren ons informatie/ tools om besluiten te nemen en het gedrag te
beïnvloeden
Criteria voor de correctheid van metingen:
1. Validiteit (accuracy): juistheid, meet je wat je wil weten?
• Valide: met een weegschaal gewicht meten (weegschaal in kg en gewicht in kg)
• Niet valide: met een meetlint gewicht meten, want met een meetlint kan je het gewicht
niet meten (een meetlint drukt geen kg uit, maar m)
2. Betrouwbaarheid (precision): hoe nauwkeurig zijn de metingen? Bij herhaling (ook door
andere behandelaars) dien je hetzelfde meetresultaat te krijgen.
• betrouwbaar: de metingen zijn betrouwbaar wanneer we de lengte bij dezelfde persoon
vaker meten en telkens dezelfde waarden vinden.
• Niet betrouwbaar: met een stok de lengte meten → je gokt langs welke referentiepunt je
de stok moet houden en je rond af, omdat een stok geen markeringen hebt → je kan
afwijken van de werkelijke waarden.
Meet je wat je moet meten? → valide
Krijg je bij herhaling zelfde resultaten? → betrouwbaar
Systematic error = validiteit → sytematic error small= meer valide
Random error = betrouwbaarheid → random error small= meer betrouwbaar
Pagina 3 van 123
, Methodisch handelen 2 2021 Yeliz Aydin
Veel gebruikte meetinstrumenten binnen de mondzorg
Plaque indices/scores:
Pocket sonde
Dichotoom: er zijn twee waarden
Ordinaal: opsomming, kan in getallen en in woorden, de afstand hoeft niet even groot te zijn
Continu/interval: tussenliggende waarden hebben een gelijke afstand (1,2,3)
Plaque Control Record (PCR):
• Voordeel: Het is makkelijk en snel bepaald (wel/geen plaque). In de praktijk heb je niet veel
tijd en de PCR biedt daarom een waardevolle objectieve meting.
• Nadeel: Het zegt alleen iets over wel/geen plaque. De percentage zegt niks over de
uitgebreidheid en dikte (integendeel tot de PI en QHPI)
Voordeel PI en QHPI: in onderzoek is dit effectiever, omdat je preciezer kan aantonen wat het effect
is van een interventie op de plaque (hoeveel plaque is nog aanwezig na gebruik van een borstel). Ook
is tijd niet een groot probleem in onderzoek.
Bloeding indices/scores:
(0-5 geeft 6 verschillende waardes)
Bovenste 3 geschikt om in een praktijk te gebruiken
De laatste 2 worden in onderzoek gebruikt, omdat ze de mate van bloeding preciezer vastleggen
Pagina 4 van 123