Communicatie = Bewust of onbewust een boodschap aan iemand overbrengen.
Communicatie: een zender en een ontvanger.
Medium = Een middel om informatie te versturen.
Communicatieruis = Als er iets misgaat in het communicatieproces.
Verbale communicatie = Gesproken en geschreven worden.
Non verbaal = Alle andere vormen van communicatie.
Eenzijdig communicatie + Tweezijdige communicatie.
Persoonlijke communicatie = Zender en een ontvanger die elkaar kennen.
Massacommunicatie = Waarbij grote groepen Mensen min of meer op hetzelfde moment
een boodschap ontvangen.
Kenmerken massamedia.
● Openbare informatie die beschikbaar.is voor iedereen.
● Massamedia richten zich op een groot anoniem publiek.
● Het versturen en verzamelen van informatie loopt via organisaties waar veel mensen
werken.
● Massamedia werken indirect, waardoor ontvangers alleen achteraf kunnen reageren.
Informatiesamenleving = Via de digitale media krijg je non stop informatie.
Mediawijsheid = Je bent als ontvanger kritisch over media.
Algoritme = Algoritmes zijn ingewikkelde wiskundige berekeningen.
Selectieve waarneming = Je kiest zelf wat je wilt zien en wilt horen.
Filterbubbel = Je ontvangt alleen nog maar de informatie die jouw mening bevestigd.
Redactie = Een professionele groep mensen die bepaalt wat er in een krant, tijdschrift of
programma komt.
Commerciële zenders = Niet gebonden aan speciale regels van de overheid, omdat ze geen
geld van de overheid krijgen.
Functies media
● Informatieve functie = Het verspreiden van informatie.
● Educatieve functie = Iets bewust of onbewust leren van informatie in de media.
● Opiniërende functie = Door de media te volgen Kun je je eigen mening vormen over
een maatschappelijke kwesties.
● Amuserende functie = Zorgen voor vermaak.
● Sociale functie = Het onderhouden van contacten met vriend of andere Mensen die
je kent.
Persvrijheid = De media in ons land mag bijna alles schrijven en Laten zien wat ze willen.
Censuur = Artikelen van journalisten worden vooraf gecontroleerd of soms aangepast.
Uitzonderingen
● Aanzetten tot haat of discrimineren.
● Geen onzedelijke informatie verspreiden = Niet netjes of grof.
● Niet opzettelijk liegen.
● Geen opruiende uitspraken doen = Mensen tot haat of geweld aanzetten.