Anatomie les 1 Erfelijkheid, gametogenese, vrouwelijke
geslachtsorganen
Hoe verloopt de normale celdeling:
Mitose:
Er ontstaat uit één cel, twee genetisch identieke dochtercellen die hetzelfde aantal
chromosomen bezitten als de moedercel.
Mitose somatische celdeling gewone celdeling.
Duurt afhankelijk van celtype 1-2 uur.
Interfase:
De periode tussen twee celdelingen wordt de interfase genoemd. De chromosomen
zijn dan langgerekte dunne draden: het chromatine (1= chromatide). De duur van de
interfase duurt vele malen langer dan de celdeling (mitose) zelf. Tijdens de interfase
vinden achtereenvolgens plaats: celgroei, verdubbeling (replicatie) van de
chromosomen en een directe voorbereiding op de mitose. Tijdens de interfase zijn de
chromosomen microscopisch niet te zien.
4 fasen van de mitose:
Profase
De chromatinedraden spiraliseren zich en worden korter en dikker. Nu zijn zij onder
de microscoop te zien en worden zij chromosomen genoemd. De beide centrosomen
(centriolen of poollichaampjes) begeven zich naar de polen. Het kernmembraan en
de kernlichaampjes, die tijdens de interfase nog wel zichtbaar zijn, verdwijnen.
Metafase
De chromosomen zijn nog korter en dikker. In het cytoplasma ontstaan kernspoelen,
fijne draden. De chromosomen verplaatsen zich naar het midden van de cel, het
equatorvlak. De chromatiden zitten nog aan elkaar verbonden door het centromeer.
Een gedeelte van de spoeldraden is eraan bevestigd.
Anafase
De centromeren delen zich en de chromatiden van ieder chromosoom worden door
de spoeldraden naar de centrosomen (polen) getrokken, de zelfstandige chromatiden
worden vanaf dit moment weer chromosomen genoemd.
Telofase
Wanneer de chromosomen aankomen bij de polen, despiraliseren ze (lang, dun en
minder duidelijk). Rondom iedere pool wordt een kernmembraan gevormd en de
kernlichaampjes (waar erfelijk materiaal wordt bewaart) worden weer zichtbaar. Er
volgt dan een insnoering van het celmembraan ter hoogte van het equatorvlak,
waarbij het cytoplasma over twee cellen wordt verdeeld. Na de telofase gaan veel
cellen specialiseren waardoor ze nooit meer aan een celdeling toekomen.
Amitose
Gebeurt bij witte bloedcellen, hierbij wordt het cytoplasma en de kern snel in tweeën
worden gedeeld zonder dat er chromosomen zichtbaar worden. Bij amitose treedt
waarschijnlijk geen splitsing van chromosomen op.
1.7, 12.1 t/m 12.3, 13.1 t/m 13.4 + BB
, Hoe verloopt de geslachtelijke celdeling:
De geslachtelijke celdeling wordt ook wel meiose of reductiedeling genoemd.
Hoe liggen erfelijke eigenschappen in de cel liggen opgeslagen, hoe zij tot
uitdrukking komen en via welke patronen ziektes kunnen oververven:
Chromosomen
In de celkern van elke cel
46 chromosomen bij de mens in lichaamscellen.
Altijd in paren van twee in lichaamscellen (2n)
(In geslachtscellen 23 chromosomen, niet in paren (n))
Autosomen:
– chromosomen zijn gelijk bij man en vrouw
Geslachtschromosomen:
– chromosomen zijn verschillend bij man en vrouw
– Vrouw: XX
– Man: Xy
Genen
Op elke chromosoom zitten heel veel genen.
Genen bepalen allerlei eigenschappen:
– haarkleur
– lengte
Op een chromosomenpaar zitten dezelfde genen
Samen met de omgeving bepalen de genen het fenotype
– bijvoorbeeld: huidskleur, type haar, lengte, enz.
Chromosomen komen in paren voor, genen (en Allelen) dus ook!
1.7, 12.1 t/m 12.3, 13.1 t/m 13.4 + BB
geslachtsorganen
Hoe verloopt de normale celdeling:
Mitose:
Er ontstaat uit één cel, twee genetisch identieke dochtercellen die hetzelfde aantal
chromosomen bezitten als de moedercel.
Mitose somatische celdeling gewone celdeling.
Duurt afhankelijk van celtype 1-2 uur.
Interfase:
De periode tussen twee celdelingen wordt de interfase genoemd. De chromosomen
zijn dan langgerekte dunne draden: het chromatine (1= chromatide). De duur van de
interfase duurt vele malen langer dan de celdeling (mitose) zelf. Tijdens de interfase
vinden achtereenvolgens plaats: celgroei, verdubbeling (replicatie) van de
chromosomen en een directe voorbereiding op de mitose. Tijdens de interfase zijn de
chromosomen microscopisch niet te zien.
4 fasen van de mitose:
Profase
De chromatinedraden spiraliseren zich en worden korter en dikker. Nu zijn zij onder
de microscoop te zien en worden zij chromosomen genoemd. De beide centrosomen
(centriolen of poollichaampjes) begeven zich naar de polen. Het kernmembraan en
de kernlichaampjes, die tijdens de interfase nog wel zichtbaar zijn, verdwijnen.
Metafase
De chromosomen zijn nog korter en dikker. In het cytoplasma ontstaan kernspoelen,
fijne draden. De chromosomen verplaatsen zich naar het midden van de cel, het
equatorvlak. De chromatiden zitten nog aan elkaar verbonden door het centromeer.
Een gedeelte van de spoeldraden is eraan bevestigd.
Anafase
De centromeren delen zich en de chromatiden van ieder chromosoom worden door
de spoeldraden naar de centrosomen (polen) getrokken, de zelfstandige chromatiden
worden vanaf dit moment weer chromosomen genoemd.
Telofase
Wanneer de chromosomen aankomen bij de polen, despiraliseren ze (lang, dun en
minder duidelijk). Rondom iedere pool wordt een kernmembraan gevormd en de
kernlichaampjes (waar erfelijk materiaal wordt bewaart) worden weer zichtbaar. Er
volgt dan een insnoering van het celmembraan ter hoogte van het equatorvlak,
waarbij het cytoplasma over twee cellen wordt verdeeld. Na de telofase gaan veel
cellen specialiseren waardoor ze nooit meer aan een celdeling toekomen.
Amitose
Gebeurt bij witte bloedcellen, hierbij wordt het cytoplasma en de kern snel in tweeën
worden gedeeld zonder dat er chromosomen zichtbaar worden. Bij amitose treedt
waarschijnlijk geen splitsing van chromosomen op.
1.7, 12.1 t/m 12.3, 13.1 t/m 13.4 + BB
, Hoe verloopt de geslachtelijke celdeling:
De geslachtelijke celdeling wordt ook wel meiose of reductiedeling genoemd.
Hoe liggen erfelijke eigenschappen in de cel liggen opgeslagen, hoe zij tot
uitdrukking komen en via welke patronen ziektes kunnen oververven:
Chromosomen
In de celkern van elke cel
46 chromosomen bij de mens in lichaamscellen.
Altijd in paren van twee in lichaamscellen (2n)
(In geslachtscellen 23 chromosomen, niet in paren (n))
Autosomen:
– chromosomen zijn gelijk bij man en vrouw
Geslachtschromosomen:
– chromosomen zijn verschillend bij man en vrouw
– Vrouw: XX
– Man: Xy
Genen
Op elke chromosoom zitten heel veel genen.
Genen bepalen allerlei eigenschappen:
– haarkleur
– lengte
Op een chromosomenpaar zitten dezelfde genen
Samen met de omgeving bepalen de genen het fenotype
– bijvoorbeeld: huidskleur, type haar, lengte, enz.
Chromosomen komen in paren voor, genen (en Allelen) dus ook!
1.7, 12.1 t/m 12.3, 13.1 t/m 13.4 + BB