Aardrijkskunde Hoofdstuk 3
Paragraaf 1
Chili heeft veel verschillende klimaten. Rond de hoofdstad Santiago is er een mediterraan klimaat,
meer naar het zuiden heb je een gematigd zeeklimaat. In de Andes is er een hooggebergte klimaat.
Tussen de 25 en 450 Z.B. ligt voor de kust van chili een hogedrukgebied. Bij dit subtropische
maximum stroomt de lucht aan het aardoppervlak weg. Lucht die warmer wordt, zet uit en kan
daardoor meer waterdamp bevatten.
Vochtige lucht komt aanwaaien vanaf de Atlantische Oceaan en wordt door het Andesgebergte
gedwongen te stijgen. Zo ontstaan stuwingsregen aan de oostkant van de Andes, terwijl Chili in de
regenschaduw van dat gebergte ligt.
Met een EL Niño is het water voor de kust van Peru en Chile ongeveer 18 tot 30 maanden warmer, zo
hebben ze die periode geen goeie vangst. Ze krijgen wel overvloedige regens. Die leiden tot
overstromingen, modderstromen, aardverschuivingen enz. Zuid-Amerika krijgt daarentegen last van
enorme droogte.
Paragraaf 2
Aardbevingen worden gemeten op de schaal van richter een tsunami kan als gevolg van een
aardbeving ontstaan. Na een aardbeving volgt altijd een serie naschokken, ze zijn het gevolg van het
ontladen van de spanning op andere plekken langs de breuk.
In Chili ontstaan aardbevingen door de botsing (convergentie) van de Nazcaplaat met de Zuid-
Amerikaanse plaat. Hierbij duikt de zware oceanische plaat weg onder de lichte continentale plaat,
dit wegduiken wordt subductie genoemd. Waar de platen elkaar raken, is er sprake van wrijving. Een
gebied waar al lang geen zware aardbeving is geweest, noem je een seismisch gat.
Het ontstaan van een aardbeving:
De aardplaten bewegen: er ontstaat: de spanning:
Ten opzichte van elkaar spanning schiet los en schuren daarbij langs elkaar
Als de plaat onder de ander wegduikt word er magma gevormd, door de druk van de opstijgende
magma worden de horizontale gesteentelagen erboven opzij en omhoog gedrukt. Zo ontstaat een
plooiingsgebergte.
Paragraaf 1
Chili heeft veel verschillende klimaten. Rond de hoofdstad Santiago is er een mediterraan klimaat,
meer naar het zuiden heb je een gematigd zeeklimaat. In de Andes is er een hooggebergte klimaat.
Tussen de 25 en 450 Z.B. ligt voor de kust van chili een hogedrukgebied. Bij dit subtropische
maximum stroomt de lucht aan het aardoppervlak weg. Lucht die warmer wordt, zet uit en kan
daardoor meer waterdamp bevatten.
Vochtige lucht komt aanwaaien vanaf de Atlantische Oceaan en wordt door het Andesgebergte
gedwongen te stijgen. Zo ontstaan stuwingsregen aan de oostkant van de Andes, terwijl Chili in de
regenschaduw van dat gebergte ligt.
Met een EL Niño is het water voor de kust van Peru en Chile ongeveer 18 tot 30 maanden warmer, zo
hebben ze die periode geen goeie vangst. Ze krijgen wel overvloedige regens. Die leiden tot
overstromingen, modderstromen, aardverschuivingen enz. Zuid-Amerika krijgt daarentegen last van
enorme droogte.
Paragraaf 2
Aardbevingen worden gemeten op de schaal van richter een tsunami kan als gevolg van een
aardbeving ontstaan. Na een aardbeving volgt altijd een serie naschokken, ze zijn het gevolg van het
ontladen van de spanning op andere plekken langs de breuk.
In Chili ontstaan aardbevingen door de botsing (convergentie) van de Nazcaplaat met de Zuid-
Amerikaanse plaat. Hierbij duikt de zware oceanische plaat weg onder de lichte continentale plaat,
dit wegduiken wordt subductie genoemd. Waar de platen elkaar raken, is er sprake van wrijving. Een
gebied waar al lang geen zware aardbeving is geweest, noem je een seismisch gat.
Het ontstaan van een aardbeving:
De aardplaten bewegen: er ontstaat: de spanning:
Ten opzichte van elkaar spanning schiet los en schuren daarbij langs elkaar
Als de plaat onder de ander wegduikt word er magma gevormd, door de druk van de opstijgende
magma worden de horizontale gesteentelagen erboven opzij en omhoog gedrukt. Zo ontstaat een
plooiingsgebergte.