samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 3
NaSk Samenvatting keer goed door te lezen
per dag, Herhaal dit 2
Par. 5.1 Geluidsbronnen t/m 5 keer. Succes met
het leren.
Er zijn verschillende soorten geluiden. Geluid komt van een geluidsbron.
Als je spreekt gebruik je je stembanden, je stembanden is dus een
geluidsbron. Iemand anders vangt jouw geluid op, dit heet horen.
Er zijn verschillende soorten muziekinstrumenten:
Snaarinstrumenten
Slaginstrumenten
Blaasinstrumenten
Snaarinstrumenten:
Bij een snaarinstrument wordt een toon gemaakt met een snaar.
Voorbeelden zijn gitaar, viool en piano.
Bij een snaarinstrument krijg je een hogere toon bij:
Een kortere snaar
Een strakker gespannen
Slaginstrumenten:
Bij een slaginstrument wordt de toon gemaakt door ergens op te slaan.
Bijv. trom, bekken en triangel.
Blaasinstrumenten:
Bij een blaasinstrument blaas je door een buis om een toon te maken.
Bij een blaasinstrument krijg je een hogere toon bij een kortere
luchtkolom.
Met een toongenerator kun je hoge, lage, harde en zachte tonen maken.
Toongenerator = Met een toongenerator maak je hoge, lage,
harde en zachte tonen.
Lawaai is geluid dat niet prettig klinkt, dit kan hard, zacht, laag of hoog
zijn
Lawaai = Lawaai is geluid dat niet prettig klinkt.
Par. 5.2 Trillingen
Als je een blokje aan een veer hangt en je trekt eraan gaat het trillen. Als
het blokje stil hangt, hangt het blokje op de evenwichtsstand (E).
Trilling = Een trilling is een beweging die zich herhaalt om een
evenwichtstand.