Een individuele opdracht
Universiteit van Amsterdam
Communicatiewetenschap
Aantal woorden: 508
, 2
Probleemstelling en operationalisatie – deel 2: Een individuele opdracht
1. Welke variabelen moeten worden gemeten en dus geoperationaliseerd uit bovenstaande
onderzoekshypothese? (max 1,5 punt)
De variabelen die in deze onderzoekshypothese centraal staan en dus geoperationaliseerd moeten
worden, zijn de volgende variabelen:
Frequentie blootstelling aan geweld op TikTok
De attitude ten opzichte van agressief gedrag
2. Voor het operationaliseren van variabelen gaan onderzoekers op zoek naar bestaande
metingen om te gebruiken. Stel dat we onderstaande twee metingen vinden. Voor beide
metingen wordt in het beschreven artikel aangegeven dat het 'attitude ten opzichte van
geweld' meet en beide metingen worden geantwoord op een 5-punts Likertschaal. Toch
zijn het twee heel verschillende metingen.
A. Geef aan wat het inhoudelijke verschil is tussen de twee metingen, gezien de
stellingen die worden gebruikt. Als je alle antwoorden op de stellingen bij elkaar
neemt, wat wordt er dan precies per meting gemeten volgens jou? (max 1,5 punt)
Het inhoudelijke verschil tussen de twee metingen zit het in de formulering van de stellingen. Zo
legt meting 1 de focus op de attitude ten opzichte van geweld binnen een relatie, terwijl meting 2
meer betrekking heeft op de attitude ten opzichte van geweld op allerlei gebieden. Tevens zijn de
stellingen van meting 2 meer geschreven vanuit de ik-persoon, waardoor de stellingen specifiek
betrekking hebben op de respondent die de enquête invult en wordt nagaan in hoeverre deze
respondent gewelddadig is. De stellingen van meting 1 zijn daarentegen meer algemeen van
aard, waarbij de respondent indirect wordt aangesproken.