Tijdvak 3. De tijd van monniken en ridders
3.1 De opkomst van de islam
ka: het ontstaan en de verspreiding van de islam.
- Islam: monotheïsme (geloof met één god)
- God: Allah
- Profeet: Mohammed (= tussenpersoon god en mensen)
- Heilig boek: Koran
- Gelovigen: moslims
- Belangrijkste leefregels: vijf zuilen
De moslims hadden een boodschap voor de gehele mensheid: jihad (heilige strijd).
= In de tijd van Mohammed:
- de innerlijke strijd om een goed moslim te zijn
- de strijd om de islam te verdedigen
Na Mohammeds dood:
- verplichting voor moslims om hun godsdienst te verspreiden, zo nodig met geweld
Mohammed was naast geestelijk leider ook wereldlijk machthebber; hij zorgde ervoor dat er een
Islamitische staat ontstond en wilde dit gebied uitbreiden.
Vanaf 622 verspreidt de islam zich razendsnel
Oorzaken:
- Zwakke aangrenzende rijken
- Jihad: verplichting om geloof te verspreiden
- Islam werd basis van het bestuur
- Tolerantie ten opzichte van joden en christenen
Islamitische wereld is geen eenheid verschillende stromingen
Ruzie begint na de dood van Mohammed Wie wordt zijn opvolger?
1. Soennieten : leider hoeft geen directe familie van Mohammed te zijn Omayyaden grijpen
de macht (661-750)
2. Sjiieten : leider moet wel directe familie van Mohammed zijn Abassieden grijpen de
macht (750-1258)
Islam komt in conflict met de christelijke wereld.
Frankische koningen stoppen islamitische veroveringen, maar Spanje en Portugal worden
islamitisch
Rond 1000 Paus Reconquista = herovering van Spanje en Portugal op de moslims
Wetenschappelijke bloei:
- Bestuderen/vertalen van oude Griekse schriften
Natuurwetenschap, wiskunde, geneeskunde, enz. ontwikkelen verder
- Eigen onderzoek en uitvindingen
3.1 De opkomst van de islam
ka: het ontstaan en de verspreiding van de islam.
- Islam: monotheïsme (geloof met één god)
- God: Allah
- Profeet: Mohammed (= tussenpersoon god en mensen)
- Heilig boek: Koran
- Gelovigen: moslims
- Belangrijkste leefregels: vijf zuilen
De moslims hadden een boodschap voor de gehele mensheid: jihad (heilige strijd).
= In de tijd van Mohammed:
- de innerlijke strijd om een goed moslim te zijn
- de strijd om de islam te verdedigen
Na Mohammeds dood:
- verplichting voor moslims om hun godsdienst te verspreiden, zo nodig met geweld
Mohammed was naast geestelijk leider ook wereldlijk machthebber; hij zorgde ervoor dat er een
Islamitische staat ontstond en wilde dit gebied uitbreiden.
Vanaf 622 verspreidt de islam zich razendsnel
Oorzaken:
- Zwakke aangrenzende rijken
- Jihad: verplichting om geloof te verspreiden
- Islam werd basis van het bestuur
- Tolerantie ten opzichte van joden en christenen
Islamitische wereld is geen eenheid verschillende stromingen
Ruzie begint na de dood van Mohammed Wie wordt zijn opvolger?
1. Soennieten : leider hoeft geen directe familie van Mohammed te zijn Omayyaden grijpen
de macht (661-750)
2. Sjiieten : leider moet wel directe familie van Mohammed zijn Abassieden grijpen de
macht (750-1258)
Islam komt in conflict met de christelijke wereld.
Frankische koningen stoppen islamitische veroveringen, maar Spanje en Portugal worden
islamitisch
Rond 1000 Paus Reconquista = herovering van Spanje en Portugal op de moslims
Wetenschappelijke bloei:
- Bestuderen/vertalen van oude Griekse schriften
Natuurwetenschap, wiskunde, geneeskunde, enz. ontwikkelen verder
- Eigen onderzoek en uitvindingen