Biologie: thema 2
HOOFDSTUK 1
1.1 Informatie via cellen
Samenvatting
De informatieoverdracht is de geleiding van informatie en gebeurt door zenuwcellen of neuronen. Zij
brengen de informatie afkomstig van de receptoren, naar verwerkingscentra in de hersenen. Na de
verwerking geleiden zenuwcellen ook een signaal naar de effectoren.
Aan een neuron kunnen we verschillende delen onderscheiden:
- de dendrieten die informatie naar het cellichaam brengen
- het cellichaam
- het axon dat informatie naar andere cellen brengt.
De eindknopjes aan de axonuiteinden bevatten neurotransmitters. Een myelineschede, die op
regelmatige plaatsen ingesnoerd is, kan het axon omgeven.
Tekeningen
, 1.2 Informatie over lange afstand
Samenvatting
Het rustpotentiaal is het potentiaalverschil dat er bij rust heerst tussen de binnen en de buitenkant
van een celmembraan. Het rustpotentiaal ontstaat door een ongelijke verdeling van ionen (geladen
deeltjes) binnen en buiten de cel.
Bij een prikkel verplaatsen positieve ionen zich doorheen het membraan van een neuron. Daardoor
verandert het ladingsverschil over het membraan, het rustpotentiaal wordt verstoord. Als de prikkel
voldoende sterk is draait het ladingsverschil om en wordt de binnenzijde van het celmembraam
kortstondig positief ten opzichte van de buitenzijde. Er ontstaat een actiepotentiaal of impuls. Een
actiepotentiaal of impuls is een alles of niets gebeurtenis: ze treedt op of niet.
Elk actiepotentiaal doet een actiepotentiaal in de naastliggende zone ontstaan. De impulsgeleiding is
de verplaatsing van het actiepotentiaal over het axon. Deze impulsgeleiding loopt steeds in dezelfde
richting door het axon, namelijk van de dendrieten naar de eindknopjes.
Tekeningen
actiepotentiaal
depolarisatie repolarisatie
rustpotentiaal rustpotentiaal
HOOFDSTUK 1
1.1 Informatie via cellen
Samenvatting
De informatieoverdracht is de geleiding van informatie en gebeurt door zenuwcellen of neuronen. Zij
brengen de informatie afkomstig van de receptoren, naar verwerkingscentra in de hersenen. Na de
verwerking geleiden zenuwcellen ook een signaal naar de effectoren.
Aan een neuron kunnen we verschillende delen onderscheiden:
- de dendrieten die informatie naar het cellichaam brengen
- het cellichaam
- het axon dat informatie naar andere cellen brengt.
De eindknopjes aan de axonuiteinden bevatten neurotransmitters. Een myelineschede, die op
regelmatige plaatsen ingesnoerd is, kan het axon omgeven.
Tekeningen
, 1.2 Informatie over lange afstand
Samenvatting
Het rustpotentiaal is het potentiaalverschil dat er bij rust heerst tussen de binnen en de buitenkant
van een celmembraan. Het rustpotentiaal ontstaat door een ongelijke verdeling van ionen (geladen
deeltjes) binnen en buiten de cel.
Bij een prikkel verplaatsen positieve ionen zich doorheen het membraan van een neuron. Daardoor
verandert het ladingsverschil over het membraan, het rustpotentiaal wordt verstoord. Als de prikkel
voldoende sterk is draait het ladingsverschil om en wordt de binnenzijde van het celmembraam
kortstondig positief ten opzichte van de buitenzijde. Er ontstaat een actiepotentiaal of impuls. Een
actiepotentiaal of impuls is een alles of niets gebeurtenis: ze treedt op of niet.
Elk actiepotentiaal doet een actiepotentiaal in de naastliggende zone ontstaan. De impulsgeleiding is
de verplaatsing van het actiepotentiaal over het axon. Deze impulsgeleiding loopt steeds in dezelfde
richting door het axon, namelijk van de dendrieten naar de eindknopjes.
Tekeningen
actiepotentiaal
depolarisatie repolarisatie
rustpotentiaal rustpotentiaal