Methode: Geschiedenis Werkplaats
2e Wereldoorlog
6.1
Na WO1 (oorzaken WO2)
- Keizer Wilhelm II naar NL gevlucht.
- In Duitsland een Sociaal Democratische regering aangesteld.
- Vernieuwing van de grondwet in Weimar (Republiek Weimar).
- Duitsland kreeg min of meer de schuld van WO1.
Terugkerende soldaten
- Waren ontevreden en beschadigd.
- Richten z.g.n. vrijkorpsen op.
- Verspreiden van de Dolkstootlegende.
DE SPARTACUS OPSTAND
Januari 1919
- De leiders werden vermoord.
- Gewapende communisten probeerden een raden republiek op te richten (met als
voorbeeld de Sovjet-Unie).
- De oprichting van de Rote Armee (het rode leger).
De angst (en haat) voor het communisme was groot.
- Dit resulteerde in 1920 een staatsgreep (mislukt).
HYPERINFLATIE & ERFÜLLUNGSPOLITIK
Duitsland moest grote herstelbetalingen doen aan Frankrijk.
- Geen werk voor terugkerende soldaten.
- Reichsmark wordt massaal bijgedrukt (hyperinflatie).
- Inflatie van de Reichsmark.
- Duitsland kon in 1923 niet voldoen aan de betalingen.
- Frankrijk bezet het industriegebied van Duitsland.
, 1933: Efüllungspolitik (Amerika gaat een hoop geld overmaken)
- Dawesplan – geld uit Amerika (tot de beurskrach).
- Erfüllingspolitik – Verdrag van Versailles.
- Kellog-Briand-pact – Einde van alle oorlogen.
- Marshallplan – Amerika helpt Duitsland na de WO2.
6.2
FACISME (vechten voor je eigen land) EN NATIONAALSOCIALISME
9 november 1923
- De Mislukte Hitler-Putsch (mislukte machtsgreep) → Hitler naar gevangenis → Boek
schrijven.
- Schreef Mein Kampf in de gevangenis.
Zijn ideeën:
- Hij zou als Führer regeren net als de oude keizers van Rome.
- Kapitalisten en Socialisten hadden Duitsland kapot gemaakt.
- Het ene mensenras was beter dan de andere.
Begrippen:
Anti semitisme = haat tegen de Joden, gehandicapten, moslims zigeuner, enz.
Nationaal socialisme = Trots op je land en daar voor vechten (Versailles terugdraaien en
Duitsland weer groot maken).
Hitler heeft partij → NSDAP (Nationaal Socialistische Democratische Arbeiders Partij).
MACHTSOVERNAME
1929 – Beurskrach in Amerika
- Sleurde Europa (en Duitsland) met zich mee.
- In die crisis kon Hitler Kanselier worden.
Hitler als Kanselier (kanselier = soort minister)
- Schreef verkiezingen uit voor 1933.
- Voor die tijd brand in de reichstag (regeringsgebouw).
- Hitler riep de Noodtoestand uit.
- Dit gaf hem de macht voor 6 maanden.