֍ Thema 6: zorgvragers op de afdeling vaatchirurgie֍
Hoofdstuk 17: vaatchirurgie
17.2 aandoeningen aan de slagaders
Meest voorkomende aandoeningen aan de slagaders zijn afsluitingen, misvormingen
en aneurysma.
Wordt vooral gezien bij zorgvragers die roken, vet eten, een hoge bloeddruk en/of
diabetes hebben.
17.2.1 vaatafsluitingen
o Een vaatafsluiting kan acuut ontstaan, maar ontwikkelt zich meestal in een langzamer
tempo (chronische afsluiting).
o Chronische afsluitingen ontstaan meestal door arteriosclerose.
Acute afsluitingen kunnen het gevolg zijn van:
Een bloedprop (embolie: een bloedstolsel dat loskomt van het bloedvat en elders een
afsluiting veroorzaakt) van elders in het vaatstel en dan met name van het hart.
Een trombose (dat is een bloedstolsel tegen een vaatwand)
Een trauma of trombose van een aneurysma. (is een plaatselijke verwijding of
uitstulping van een slagader.)
Arteriosclerose
Is verkalking (verharding) van de slagaderen.
Het is een vaataandoening die alle slagaders in lichaam kan aantasten.
Chronische proces van veranderingen van de vaatwand onder invloed van
veroudering.
Er wordt vet op de slagaderwand afgezet en er treedt verkalking van de
slagaderwand op.
Dit proces wordt al dan niet verergerd door risicofactoren zoals DM, roken, hoge
bloeddruk en verschillende typen van een te hoge cholesterol- of vetgehalte.
Verlies van elasticiteit van de vaatwand en door het ontstaan van haarscheurtjes in
de binnenste laag (intima) van de bloedvaatwand.
Op deze beschadigingen vormt zich een ruwe verdikking (plaque) op deze plaques
kunnen zich bloedstols, cholesterol en kalk afzetten.
Lumen van het vat gedeeltelijk of geheel afsluit.
Stenose = als een vat gedeeltelijk is afgesloten.
Occlusie = als een vat geheel is afgesloten.
Er zijn een aantal voorkeursplaatsen in het lichaam voor het ontstaan van arteriosclerose:
De kransslagaders (coronaire arteriën). pijn op de borst bij inspanning (AP)
De lichaamsslagader (aorta) met name ter hoogte van de splitsing naar de
bekkenslagader (arteria iliaca communes).
De voorste en achterste halsslagader (ateria carotis externa en interna) er kunnen
problemen optreden bij spraak, het gezichtsvermogen of de motoriek.
Bekken- (iliacale), boven- (femorale) en onder-been- (tibeale en peroneale) vaten.
dit kan leiden tot milde of ernstige loopklachten. verdeelt in 4 stadia, oplopend naar
mate van ernst (stadia volgens Fontaine)
Stadium I: asymptomatische vernauwing of afsluiting
Hierbij is de vaatvernauwing of vaatafsluiting door nieuw gevormde vaten
(collateralen) zo gecompenseerd dat de zorgvrager ook bij inspanning geen klachten
heeft. ontdekking van deze vaatafsluiting is meestal toevallig.
Stadium II: claudicatio intermittens (etalagebenen)
Hierbij is de bloedvoorziening van het been in rust voldoende maar niet bij
inspanning.
Klachten bij lopen die dwingen steeds stil te staan omdat de spieren verzuren.
Hoofdstuk 17: vaatchirurgie
17.2 aandoeningen aan de slagaders
Meest voorkomende aandoeningen aan de slagaders zijn afsluitingen, misvormingen
en aneurysma.
Wordt vooral gezien bij zorgvragers die roken, vet eten, een hoge bloeddruk en/of
diabetes hebben.
17.2.1 vaatafsluitingen
o Een vaatafsluiting kan acuut ontstaan, maar ontwikkelt zich meestal in een langzamer
tempo (chronische afsluiting).
o Chronische afsluitingen ontstaan meestal door arteriosclerose.
Acute afsluitingen kunnen het gevolg zijn van:
Een bloedprop (embolie: een bloedstolsel dat loskomt van het bloedvat en elders een
afsluiting veroorzaakt) van elders in het vaatstel en dan met name van het hart.
Een trombose (dat is een bloedstolsel tegen een vaatwand)
Een trauma of trombose van een aneurysma. (is een plaatselijke verwijding of
uitstulping van een slagader.)
Arteriosclerose
Is verkalking (verharding) van de slagaderen.
Het is een vaataandoening die alle slagaders in lichaam kan aantasten.
Chronische proces van veranderingen van de vaatwand onder invloed van
veroudering.
Er wordt vet op de slagaderwand afgezet en er treedt verkalking van de
slagaderwand op.
Dit proces wordt al dan niet verergerd door risicofactoren zoals DM, roken, hoge
bloeddruk en verschillende typen van een te hoge cholesterol- of vetgehalte.
Verlies van elasticiteit van de vaatwand en door het ontstaan van haarscheurtjes in
de binnenste laag (intima) van de bloedvaatwand.
Op deze beschadigingen vormt zich een ruwe verdikking (plaque) op deze plaques
kunnen zich bloedstols, cholesterol en kalk afzetten.
Lumen van het vat gedeeltelijk of geheel afsluit.
Stenose = als een vat gedeeltelijk is afgesloten.
Occlusie = als een vat geheel is afgesloten.
Er zijn een aantal voorkeursplaatsen in het lichaam voor het ontstaan van arteriosclerose:
De kransslagaders (coronaire arteriën). pijn op de borst bij inspanning (AP)
De lichaamsslagader (aorta) met name ter hoogte van de splitsing naar de
bekkenslagader (arteria iliaca communes).
De voorste en achterste halsslagader (ateria carotis externa en interna) er kunnen
problemen optreden bij spraak, het gezichtsvermogen of de motoriek.
Bekken- (iliacale), boven- (femorale) en onder-been- (tibeale en peroneale) vaten.
dit kan leiden tot milde of ernstige loopklachten. verdeelt in 4 stadia, oplopend naar
mate van ernst (stadia volgens Fontaine)
Stadium I: asymptomatische vernauwing of afsluiting
Hierbij is de vaatvernauwing of vaatafsluiting door nieuw gevormde vaten
(collateralen) zo gecompenseerd dat de zorgvrager ook bij inspanning geen klachten
heeft. ontdekking van deze vaatafsluiting is meestal toevallig.
Stadium II: claudicatio intermittens (etalagebenen)
Hierbij is de bloedvoorziening van het been in rust voldoende maar niet bij
inspanning.
Klachten bij lopen die dwingen steeds stil te staan omdat de spieren verzuren.