samenvatting tentamenbundel
deel 1: de Nederlandse samenleving
1.1 het beroep SJD
sociaal juridische dienstverleners helpen mensen met problemen op het gebied van wet- en
regelgeving. In 1850 werd er meer aandacht besteed aan sociale ongelijkheid door de
sociale kwestie. Hierdoor is het beroep SJD ontstaan, het is een combinatie van juristen en
maatschappelijk werkers.
1.2 algemene begrippen samenleving
samenleving = een groep mensen die samen leven
maatschappij = een samenleving waarin mensen samen handelen
cultuur = een geheel van normen en waarden
socialisatie = het aanleerproces van een bepaalde cultuur
→ primaire = het leren hoe de wereld werkt door opvoeding en nieuwe contacten
→ secundaire = het leren over wat wel en niet hoort binnen een bepaalde groepering
waarden = ideeën over wat je zelf belangrijk vind
normen = gedragsregels die bij bepaalde waarden horen
attitude = de houding die iemand tegenover een ander aanneemt
algemeen aanvaard gedrag = gedrag uit routine en traditie
er zijn verschillende visies op cultuurverschillen:
→ cultuur relativistisch = elke groep heeft eigen normen en waarden en hierover wordt
geen oordeel gegeven
→ universalisme = sommige normen en waarden gelden voor iedereen
→ pluralisme = mensen zijn een onderdeel van groepen en waarden systemen
Geert Hofstede en zijn 6 cultuurdimensies:
grote machtsafstand kleine machtsafstand de mate waarin ongelijkheid
geaccepteerd wordt
individualisme collectivisme belang van verantwoordelijkheid
en groeperingen
masculien feminiem traditionele rolverdeling en het
samenwerken
, hoge onzekerheidsmijding lage mate waarin iemand zijn ongeluk
onzekerheidsmijding probeert te verhelpen
lange termijnoriëntatie korte mate waarin rekening wordt
termijnoriëntatie gehouden met toekomst
hedonisme soberheid mate van plezier en voldoen van
normen
Edwars T.Hall heeft ook 3 cultuurdimensies bedacht:
hoge context lage context de mate waarin iemand
uitleg nodig heeft om iets
te begrijpen
monochroom polychroom mate waarin tijd beleefd
wordt als iets wat gepland
moet zijn
kleine fysieke ruimte grote fysieke ruimte mate waarin het
gebruikelijk is dichtbij te
komen bij iemand
sociale structuur = geheel van posities en groepen en die relaties tussen hun
groeperingen:
→ groep = de leden kennen elkaar persoonlijk
→ collectiviteit = de leden hebben dezelfde normen en waarden maar kennen elkaar niet
→ sociale categorie = mensen met een dezelfde kenmerk
positie = de plaats die iemand inneemt in de samenleving, de verwachtingen die hierbij
komen kijken wordt de rol genoemd.
interdepentie = de afhankelijkheid van elkaar als onderdeel van een groep
de verschillende bindingen in de sociologie:
→ economische bindingen = de verdeling van schaarse goederen
→ politieke bindingen = verschillen in mogelijkheid geweld te mogen gebruiken