Samenvatting Visie en Beroepshouding
Beroepshouding
Beroepshouding: De manier waarop een professional reageert op gedrag,
verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s. De beroepshouding laat
zien hoe een professional staat in het beroep. Het is je attitude naar patiënten en
collega’s. Mondhygiënisten en tandartsen maken continu keuzes en geven daarmee een
invulling aan het vak die bij hun persoonlijkheid past. De beroepshouding is daarom
geen standaardconcept.
Expertise: Deskundigheid van de mondhygiënist, wat je bent
Hard skills: Nodig om de harde kern van het beroep te kunnen uitoefenen, dus kennis
en vaardigheden. Hard skills laten ook zien wat het beroep onderscheidt van andere
beroepen. Voorbeeld is het kunnen geven van restauratieve therapieën.
Soft skills: Eigenschappen die het mogelijk maken op een adequate manier met mensen
om te gaan, zoals eerlijkheid, doorzettingsvermogen en assertiviteit.
Professionaliteit vereist hard skills en soft skills.
Visie: Is theoretisch, wat je denkt. Hoe denk je dat een goede mondhygiënist zich moet
gedragen.
Beroepshouding: Praktisch. Manier waarop een professional reageert op gedrag,
verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s.
- Praktisch
- Hoe je je daadwerkelijk gedraagt op je werk
- Een standpunt innemen: Dat je zegt, ‘hier sta ik voor’. Je beroepshouding zit een
attitude in. Je bent iemand. Dat moet je kunnen als hbo-professional.
Preventie
Preventie: De kern van het handelen van de mondhygiënist is preventie. Het betekent
‘het vroegtijdig voorkomen van’. Al het handelen is dan ook gericht op een structurele
mondzorg.
Structurele mondzorg: Voortzettende, continue, blijvende mondzorg. Mondzorg die
niet in kwaliteit afneemt, maar door de tijd heen op niveau blijft, kan structureel
genoemd worden.
Het einddoel is structurele mondzorg
Soorten preventie:
1. Primaire preventie: Ziekten en afwijkingen voorkomen door voorlichting en
instructie te geven over het reinigen van het gebit, het gebruik van hulpmiddelen en over
gezonde eet- en drinkgewoonten, om het gedrag van de patiënt zodanig te beïnvloeden,
dat de mondgezondheid van de patiënt weer optimaal wordt. De patiënt kan hierbij wel
in de mond werken, door bijvoorbeeld instructie te geven door samen met de patiënt
een juiste poetstechniek aan te leren. Er wordt nog niet geïntervenieerd.
Structurele mondzorg verbinden met primaire preventie. Het gaat over gedrag van de
patiënt. De patiënt moet structureel de mond verzorgen, dus blijvend/constant. De
patiënt is iemand die de mond voortaan goed verzorgt. Als dit lukt, wordt plak-
gerelateerde aandoeningen verminderd/voorkomen, waardoor de hoofdtaak van de
mondhygiënist bereikt is.
Beroepshouding
Beroepshouding: De manier waarop een professional reageert op gedrag,
verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s. De beroepshouding laat
zien hoe een professional staat in het beroep. Het is je attitude naar patiënten en
collega’s. Mondhygiënisten en tandartsen maken continu keuzes en geven daarmee een
invulling aan het vak die bij hun persoonlijkheid past. De beroepshouding is daarom
geen standaardconcept.
Expertise: Deskundigheid van de mondhygiënist, wat je bent
Hard skills: Nodig om de harde kern van het beroep te kunnen uitoefenen, dus kennis
en vaardigheden. Hard skills laten ook zien wat het beroep onderscheidt van andere
beroepen. Voorbeeld is het kunnen geven van restauratieve therapieën.
Soft skills: Eigenschappen die het mogelijk maken op een adequate manier met mensen
om te gaan, zoals eerlijkheid, doorzettingsvermogen en assertiviteit.
Professionaliteit vereist hard skills en soft skills.
Visie: Is theoretisch, wat je denkt. Hoe denk je dat een goede mondhygiënist zich moet
gedragen.
Beroepshouding: Praktisch. Manier waarop een professional reageert op gedrag,
verwachtingen, vragen en soms eisen van patiënten en collega’s.
- Praktisch
- Hoe je je daadwerkelijk gedraagt op je werk
- Een standpunt innemen: Dat je zegt, ‘hier sta ik voor’. Je beroepshouding zit een
attitude in. Je bent iemand. Dat moet je kunnen als hbo-professional.
Preventie
Preventie: De kern van het handelen van de mondhygiënist is preventie. Het betekent
‘het vroegtijdig voorkomen van’. Al het handelen is dan ook gericht op een structurele
mondzorg.
Structurele mondzorg: Voortzettende, continue, blijvende mondzorg. Mondzorg die
niet in kwaliteit afneemt, maar door de tijd heen op niveau blijft, kan structureel
genoemd worden.
Het einddoel is structurele mondzorg
Soorten preventie:
1. Primaire preventie: Ziekten en afwijkingen voorkomen door voorlichting en
instructie te geven over het reinigen van het gebit, het gebruik van hulpmiddelen en over
gezonde eet- en drinkgewoonten, om het gedrag van de patiënt zodanig te beïnvloeden,
dat de mondgezondheid van de patiënt weer optimaal wordt. De patiënt kan hierbij wel
in de mond werken, door bijvoorbeeld instructie te geven door samen met de patiënt
een juiste poetstechniek aan te leren. Er wordt nog niet geïntervenieerd.
Structurele mondzorg verbinden met primaire preventie. Het gaat over gedrag van de
patiënt. De patiënt moet structureel de mond verzorgen, dus blijvend/constant. De
patiënt is iemand die de mond voortaan goed verzorgt. Als dit lukt, wordt plak-
gerelateerde aandoeningen verminderd/voorkomen, waardoor de hoofdtaak van de
mondhygiënist bereikt is.