Studiejaar 2016-2017, Fysiotherapie.
Inhoud
Medisch Biologisch.................................................................................................................................2
Fysiotherapeutisch...............................................................................................................................26
Gedrag en communicatie......................................................................................................................39
Protocollen basisvaardigheden boek....................................................................................................50
, Medisch Biologisch
Spieranatomie
Epimysium: Buitenste laag
Perimysium: Middelste laag
Endomysium: Binnenste laag
Motor unit bestaat uit
Motorische zenuwcel
Spiervezels die door deze motoneuron worden geïnnerveerd
Spieranatomie:
Sarcolemma: spiermembraan die om de sarcomeren zit.
Sarcoplasmatisch reticulum: slaan calcium op en laat het los bij spiercontractie, deze zit om
elke myofibril
T-tubuli: zitten verticaal over de sarcomeren, sturen de prikkels door.
Myofibrillen:
- Actine filamenten: Dunne filament
o Troponine complex: plek waar de myosine kop aansluit.
o Tropomyosin
o G actine
- Myosine filamenten Dikke filament, bestaat uit
een staart en kop.
Motochondra: Hier wordt energie vrijgemaakt, ATP
gevormd
,Model van de glijdende filamenten: Samentrekking gebeurt bij een zenuwprikkel.
Stappen in de spiercontractie
Zenuwimpuls bereikt het einde van de vezel
Sarcolemma raakt geprikkeld
Sarcoplasmatisch reticulum laat Ca++ los
Troponine trekt tropomyosine van de receptorplaats op actine
Er komt een crossbridge tussen actine en myosine
De kop van het myosine maakt een werkslag
Er bindt zich een nieuw ATP aan de kop
Kop laat los en richt zich op
Contractie
Stappen in spierontspanning
Er komen geen zenuwprikkels meer
Her sarcolemma raakt niet meer geprikkeld
De Ca++ pomp gaat het Ca++ terugpompen in het sarcoplasmatisch reticulum(dit kost
energie)
Tropomyosine rolt terug
Crossbridges worden verbroken
Vezels ontspannen = Spierrelaxatie
, Energiesystemen
ATP: Adenosine trifosfaat
Is nodig in een spier:
- Voor het opladen van de myosinekop
- Voor het losmaken van de crossbridge na de werkslag
- Voor de calciumpomp
ATP heeft 3 fosfaat groepen ( Pi )
Splitsing van ATP:
ATP + H2O = ADP + Pi + Energie
- Pi = Anorganisch fosfaat.
Spiercellen synthetiseren ATP op 3 manieren:
Splitsing van creatine fosfaat(CP, high energy molecuul)
- Is direct aanwezig
- 10-15 sec aanwezig
- Voorraad is beperkt
- Vormt 1 ATP per CP molecuul
Glycolyse
- Glucose komt uit bloedglucose en afbraak van spier
glycogeenketens, en wordt omgezet in
pyrodruivenzuur
- 2-4 min aanwezig
- Vormt 2 ATP per glucose molecuul
- Anaeroob wordt pyrodruivenzuur omgezet in lactaat
o Een gedeelte van het lactaat gaat naar het bloed
o Een gedeelte van het lactaat blijft in de spiercel
Glucose en glycogeen komen samen en vormen de glycolysis, dit creëert pyrodruivenzuur en 2 ATP
moleculen, op het moment dat er geen o2 aanwezig is, wordt pyroduivenzuur omgezet in lactaat.
Krebscyclus(citroenzuurcyclus) en oxidatieve fosforylering
Wanneer zuurstof aanwezig is bij de glycolyse, wordt pyrodruivenzuur omgezet in Acetyl Co
A(wordt aangemaakt uit FFA), die afgebroken wordt in:
Co2
H2o
32-36 ATP per glucose molecuul.
Hoe krijgt een spiercel o2?
Via de grote bloedsomloop krijgt een spier zuurstofrijk bloed aangevoerd, doormiddel van diffusie
wordt o2 afgegeven en Co2 opgenomen in de haarvaten.
Bloed(hemoglobine, kan 4 zuurstof atomen binden)
Myoglobine