Thema 2 – receptoren vangen prikkels op
3.2. accommodatie van de ooglens (vanaf p.52)
· wat is accommodatie in het oog
> Om voorwerpen dichtbij en veraf scherp te zien, moet de ooglens accommoderen. Hierbij verandert de
ooglens van vorm en dus ook de lichtbreking, zodat het scherpe beeld precies op het netvlies valt.
· hoe zorgt accommodatie voor een scherp beeld op het netvlies
> De ooglens hangt via lensbandjes vast aan het straallichaam (accommodatiespier).
Scherpstellen veraf:
> straallichaam: ontspant
> lensbandjes: strak
> ooglens: platter
Scherpstellen dichtbij:
> straallichaam: trekt samen
> lensbandjes: los
> ooglens: boller.
· wat is het nabijheidspunt en hoe kun je het bepalen
> Het nabijheidspunt is de kleinste afstand waarop je een voorwerp van dichtbij nog scherp kunt zien.
- De ooglens heeft dan haar meest bolle vorm bereikt.
- Bij verouderen komt het nabijheidspunt verder te liggen. Een leesbril kan dit probleem verhelpen
3.3. fotoreceptoren in het netvlies vangen lichtprikkels op
· Nawerking is de tijd die nodig is om nieuw pigment aan te maken in de fotoreceptoren.
> negatieve nabeelden = verschijnt tijdelijk de complementaire kleur, bv. zwarte vlekken zien nadat je in de
zon keek.
> positieve nabeelden = lijken de beelden met elkaar verbonden, zoals in een film.
· op het netvlies zijn er 2 vlekken te onderscheiden:
> Gele vlek (macula) - vooral kegeltjes > scherp en gedetailleerde beelden in kleur.
> Blinde vlek zonder fotoreceptoren (de oogzenuw vertrekt hier) > beelden die op deze plaats terechtkomen
worden niet omgezet in zenuwimpulsen > deze beelden zien we niet.
, licht op het netvlies
doorkruist drie weefsels:
1. zenuwcellen
2. fotoreceptoren
3. pigmentcellen.
dus niet rechtstreeks op
de fotoreceptoren.
De fotoreceptoren vangen
lichtprikkels op en zetten
ze om in zenuwimpulsen:
staafjes+ kegeltjes
3.4. beeldverwerking in de hersenen
· verschil tussen prikkels opvangen en beelden zien
> ogen: opvangen van lichtprikkels, geprojecteerde beeld wordt omgezet in zenuwimpulsen.
> hersenen: het ‘zien’ en het verwerken van beelden op het netvlies.
· voordelen van binoculair zicht
> De hersenen brengen de beelden vanuit je linker- en rechteroog samen tot één beeld.
Binoculair zien zorgt bovendien voor dieptezicht en een groter gezichtsveld.
· optische illusie (gezichtsbedrog)
> iets wat het oog waarneemt, maar door de hersenen anders geïnterpreteerd wordt.
We zien dan dingen die er eigenlijk niet zijn, of omgekeerd.
aandoeningen
aandoening het beeld waarom oplossing
bijziendheid voor het netvlies 1. ooglens te bol holle lens
2. oogbol te langgerekt 2 1x corrigeert
verziendheid achter het netvlies 1. ooglens te plat bolle lens
2 1 x
2. oogbol te kort corrigeert
ouderdoms- achter het netvlies ooglens minder elastisch bolle lens
x
verziendheid corrigeert
astigmatisme onscherp Vervormde hoornvlies aangepaste
lens