Samenvatting Gezondheie3d & Preventiee (GP)
Doen wat werkt
6.1
ddi doelgroepkeuze – doelformulering – interventekeuze (vaak is er een combinate van
interventes aangewezen interventemiix).
6.2
Zorg ervoor dat de doelgroep is afgebakend en min of meer homogeen is, op basis van de volgende
kenmerken:
Demografsche kenmerken.
Gezondheidsgedrag en determinanten.
Communicatekenmerken.
Wanneer de doelgroep te divers is om met dezelfde boodschap, via dezelfde kanalen en middelen te
bereiken, is het verstandig de doelgroep op te splitsen in subgroepen. Dit wordt
doelgroepsegmentate (doelgroep splitsen) genoemd.
Demografsche gegevens betrefen geslacht, leefiid, opleidingsniveau, inkomensniveau en plaats
(welke delen van Nederland, welke gemeenten, welke wiiken). Deze gegevens staan vaak vermeld in
de probleembeschriiving, die onderdeel is van het proiectplan en/of het draaiboek. Daarin staat
immers om welke mensen het gaat.
Indien mogeliik beschriif ie een doelgroep mede op basis van ‘communicatekenmerkenn: via welke
zender, met welke boodschap, via welk kanaal en op welke plaatsen kan de doelgroep bereikt
worden? Je weet immers niet wie de mensen ziin die tot de doelgroep horen en waar elk individu uit
de doelgroep precies woont, werkt of naar school gaat. Bii de keuze en afakening van een
doelgroep houd ie al in ie achterhoofd hoe ie de doelgroep kunt bereiken. Ook al is dit niet het
moment waarop de intervente wordt vastgesteld, ie houdt rekening met het gegeven dat de manier
van benaderen mede bepaalt wíe bereikt worden.
6.3
Formuleren van voorlichtngsdoelen gebeurt aan de hand van enkele criteria:
Geef globaal aan wat ie wilt bereiken (algemene doelstelling).
Geef vervolgens aan welk resultaat (efect) ie wilt bereiken bii de doelgroep (einddoel).
Gebruik het gedragsveranderingsproces en de determinanten om aan te geven welk
resultaat ie nastreef (op het gebied van gedrag; op het gebied van opvatngen en
risicopercepte; op het gebied van kennis?). Breng eventueel een ordening aan: een einddoel
met subdoelen.
Hanteer smart voor het formuleren van de gewenste verandering (zie kader smart).
Doen wat werkt
6.1
ddi doelgroepkeuze – doelformulering – interventekeuze (vaak is er een combinate van
interventes aangewezen interventemiix).
6.2
Zorg ervoor dat de doelgroep is afgebakend en min of meer homogeen is, op basis van de volgende
kenmerken:
Demografsche kenmerken.
Gezondheidsgedrag en determinanten.
Communicatekenmerken.
Wanneer de doelgroep te divers is om met dezelfde boodschap, via dezelfde kanalen en middelen te
bereiken, is het verstandig de doelgroep op te splitsen in subgroepen. Dit wordt
doelgroepsegmentate (doelgroep splitsen) genoemd.
Demografsche gegevens betrefen geslacht, leefiid, opleidingsniveau, inkomensniveau en plaats
(welke delen van Nederland, welke gemeenten, welke wiiken). Deze gegevens staan vaak vermeld in
de probleembeschriiving, die onderdeel is van het proiectplan en/of het draaiboek. Daarin staat
immers om welke mensen het gaat.
Indien mogeliik beschriif ie een doelgroep mede op basis van ‘communicatekenmerkenn: via welke
zender, met welke boodschap, via welk kanaal en op welke plaatsen kan de doelgroep bereikt
worden? Je weet immers niet wie de mensen ziin die tot de doelgroep horen en waar elk individu uit
de doelgroep precies woont, werkt of naar school gaat. Bii de keuze en afakening van een
doelgroep houd ie al in ie achterhoofd hoe ie de doelgroep kunt bereiken. Ook al is dit niet het
moment waarop de intervente wordt vastgesteld, ie houdt rekening met het gegeven dat de manier
van benaderen mede bepaalt wíe bereikt worden.
6.3
Formuleren van voorlichtngsdoelen gebeurt aan de hand van enkele criteria:
Geef globaal aan wat ie wilt bereiken (algemene doelstelling).
Geef vervolgens aan welk resultaat (efect) ie wilt bereiken bii de doelgroep (einddoel).
Gebruik het gedragsveranderingsproces en de determinanten om aan te geven welk
resultaat ie nastreef (op het gebied van gedrag; op het gebied van opvatngen en
risicopercepte; op het gebied van kennis?). Breng eventueel een ordening aan: een einddoel
met subdoelen.
Hanteer smart voor het formuleren van de gewenste verandering (zie kader smart).