Historische achtergrond
Eerste wereldoorlog (1914-1918)
Russische revolutie (1917)
o In steeds meer landen begonnen mensen zich tegen de heersende macht te
verzetten
Roaring twenties (roerige jaren 20)
o Jazz kwam op, maar werd gezien als ‘onzedelijk’
o Optimisme
Oorlog voorbij, technische vooruitgang
o Pessimistisch
Oorlog en revolutie dreigt
o Beurskrach (1929)
Beurs stortte in -> Crisis -> werkeloosheid -> ontevreden mensen ->
makkelijk beïnvloedbaar (door mensen zoals Hitler/dictators)
o Berlijn: Internationaal cultureel centrum (opkomst van de film/montagetechniek)
Angst voor een nieuwe oorlog
Leven in de stad
Montagetechniek: werkelijk construeren zoals je het wilt laten zien
o In literatuur: collagetechniek
Knippen en plakken
Nederland:
o Betrekkelijk rustig
Veel nieuwe dingen voortgevloeid uit angst voor een revolutie
o 1917 algemeen kiesrecht voor mannen
o 1919 algemeen kiesrecht voor vrouwen
o 1922 invoering 8-urige werkdag
o 1937 4% NSB
Volk was bang dat veel mensen op de NSB zouden stemmen, en Hitler aan
de macht zou komen
Minister-President Colijn deed alsof er niets aan de hand was
Beeldende kunst
Modernisme:
o Historische avant-garde (trendsetters)
Mensen die het veranderde wereldbeeld proberen vorm te geven in de
beeldende kunst
o Parapluterm
Expressionisme
Dadaïsme
Surrealisme
Kubisme/constructivisme
Nieuwe zakelijkheid
, Impressionisme
o Indruk van de werkelijkheid
o Atmosfeerkunst
o Aandacht voor levensvreugde
o Pasteltinten
Expressionisme
o Indruk van wat de kunstenaar voelt
De realiteit wordt gedeformeerd -> abstrahering
o Aandacht voor angst, levenspijn, duisternis en de dood
o Felle, harde, contrasterende kleuren
o Geabstraheerd
Dadaïsme
o Afkomstig uit Zürich en Berlijn
o Dada geen bestaand woord (komt van baby brabbel dada)
o Antikunst (alles is kunst, als het in een museum hangt, iedereen kan kunst maken)
o Heeft niet lang bestaan, maar had wel een grote invloed
o Ready-mades
Gebruiksvoorwerpen werden tentoongesteld als kunst
o Collagetechnieken
Montagetechnieken voor gedichten
Surrealisme
o Dromen, associaties en het onderbewuste
o Logica ‘uitgeschakeld’
‘Kan dit eigenlijk wel’
o Fantastische en geheimzinnige voorstelling in haast een fotografische omgeving
o Vermenging van mens en machine
Kubisme
o Werkelijkheid ordenen in 3 vormen: Bol, kegel en piramide
Gebruikt om een afbeelding te maken -> nog wel herkenbaar
o Facetten van de werkelijkheid verbeelden
o Verwarrende perspectieven (verschillende standpunten)
o Analytisch
Constructivisme
o Nog minder herkenbaar
Alleen nog maar geometrische vormen -> geen afbeelding herkenbaar
o Nog meer geometrie
Rechte lijn
o Autonome kunst
o Tijdschrift ‘De Stijl’ (1917-1931)
Nieuwe zakelijkheid
o Bauhaus (jaren 20)
Kunstacademie en vakmanschool
o Functionalisme
Functie over vorm -> vorm komt ‘vanzelf’
o Grote invloed op architectuur, meubeldesign en gebruiksvoorwerpen