Weefselleer: les 5: kraakbeen en
botweefsel
1. Kraakbeen
1.1. De functie van kraakbeen
Zeer compact en stevig, maar ook veerkrachtig à goed geschikt voor drukbelasting en
vormhandhaving
Vormt glad glijvlak voor gewrichten + belangrijke rol in lengtegroei van lange beenderen
1.2. Structurele opbouw kraakbeen
Collageenvezels (vooral type II) aanwezig à mechanische stabiliteit
Glycosaminoglycanen = ketens van repetitieve dissachariden, sterk negatief geladen
à hydrofiel à grote #’en water à ingebouwde druk in weefsel à veerkracht
Vb.: hyaluronzuur, chondroitinesulfaat en karataansulfaat
1.3. Chondrocyten en chondroblasten
Zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor synthese van vorige componenten
Kenmerken:
• Vertonen kenmerken van proteïne secreterende cellen
• Onderhouden matrix
• Bevatten veel water, glycogeen en vet
Chondroblasten: actieve matrix secreterende cellen
Chondrocyten: minder actief, onderhoud van matrix
1.4. Het perichondrium
Kraakbeen zelf heeft geen eigen bloedvaten, lymfevaten en zenuwen à omgeven door
bindweefsel dat rijk is aan bloedvaten,… = perichondrium (uitz. gewrichtsvlakken)
à voedt dus het kraakbeen: waterhoudende kraakbeenmatrix laat makkelijk diffusie toe
(gewrichtskraakbeen wordt gevoed door diffusie vanuit synoviaal vocht)
Groei van kraakbeen: door proliferatie van chondroblasten gelegen in de matrix
(interstitiële groei) + ontwikkeling nieuwe chondroblasten uit perichondrium
(appositionele groei)
Beschadigd kraakbeen: moeilijk regenereren (wel bij kinderen) à vaak vervangen door
dens fibreus bindweefsel
2018-2019 1
, 1.5. Types kraakbeen
3 types:
1. Hyalijn kraakbeen
Enkel collageen type II
Vormt in foetale ontwikkeling het tijdelijke skelet + oppervlak van gewrichten
In groeischijven van pijpbeenderen bij kinderen
Als steunweefsel in de respiratoire tractus
2. Elastisch kraakbeen
Collageen type II + elastische vezels à grotere beweeglijkheid
In oorschelp, epiglottis en buis van Eustachius
3. Vezelig of fibreus kraakbeen
Collageen type II en I à steviger
In tussenwervelschijven, meniscus, symfyse en peesaanhechtingen
2. Botweefsel
2.1. Algemene eigenschappen van bot
• Steunende en beschermde functie door zijn rigiditeit en hardheid
• Bescherming van vitale organen in schedel en thoraxholte
• Omsluit beenmerg
• Beweging mogelijk maken door aanhechten van spieren,…
à rol in homeostatische regulatie
• Reservoir voor mineralen
2.2. Basisstructuur van bot
Combinatie van collageen (trekvastheid) en door kalkzouten verharde matrix
(drukbestendigheid)
Steeds remodellering: opbouwen en afbreken van beenweefsel: geïnduceerd door
veranderingen in drukkrachten die inwerken op het bot + veranderingen in Ca en fosfaat
à hoog metabolisme van beenweefsel
Vorming, groei en in stand houden: sterk afhankelijk van vitaminen en hormonen
2.3. De samenstelling van bot
• Intracellulaire matrix
o Anorganisch materiaal
§ O.a. hydroxyapatietkristallen
o Organisch materiaal
§ O.a. type I collageenfibrillen
§ Matrixeiwitten: bv. sialoproteïne, osteocalcine, osteonectine,…
• Aantal celtypes
o Osteocyten
o Osteoblasten
o Osteoclasten
2018-2019 2
botweefsel
1. Kraakbeen
1.1. De functie van kraakbeen
Zeer compact en stevig, maar ook veerkrachtig à goed geschikt voor drukbelasting en
vormhandhaving
Vormt glad glijvlak voor gewrichten + belangrijke rol in lengtegroei van lange beenderen
1.2. Structurele opbouw kraakbeen
Collageenvezels (vooral type II) aanwezig à mechanische stabiliteit
Glycosaminoglycanen = ketens van repetitieve dissachariden, sterk negatief geladen
à hydrofiel à grote #’en water à ingebouwde druk in weefsel à veerkracht
Vb.: hyaluronzuur, chondroitinesulfaat en karataansulfaat
1.3. Chondrocyten en chondroblasten
Zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor synthese van vorige componenten
Kenmerken:
• Vertonen kenmerken van proteïne secreterende cellen
• Onderhouden matrix
• Bevatten veel water, glycogeen en vet
Chondroblasten: actieve matrix secreterende cellen
Chondrocyten: minder actief, onderhoud van matrix
1.4. Het perichondrium
Kraakbeen zelf heeft geen eigen bloedvaten, lymfevaten en zenuwen à omgeven door
bindweefsel dat rijk is aan bloedvaten,… = perichondrium (uitz. gewrichtsvlakken)
à voedt dus het kraakbeen: waterhoudende kraakbeenmatrix laat makkelijk diffusie toe
(gewrichtskraakbeen wordt gevoed door diffusie vanuit synoviaal vocht)
Groei van kraakbeen: door proliferatie van chondroblasten gelegen in de matrix
(interstitiële groei) + ontwikkeling nieuwe chondroblasten uit perichondrium
(appositionele groei)
Beschadigd kraakbeen: moeilijk regenereren (wel bij kinderen) à vaak vervangen door
dens fibreus bindweefsel
2018-2019 1
, 1.5. Types kraakbeen
3 types:
1. Hyalijn kraakbeen
Enkel collageen type II
Vormt in foetale ontwikkeling het tijdelijke skelet + oppervlak van gewrichten
In groeischijven van pijpbeenderen bij kinderen
Als steunweefsel in de respiratoire tractus
2. Elastisch kraakbeen
Collageen type II + elastische vezels à grotere beweeglijkheid
In oorschelp, epiglottis en buis van Eustachius
3. Vezelig of fibreus kraakbeen
Collageen type II en I à steviger
In tussenwervelschijven, meniscus, symfyse en peesaanhechtingen
2. Botweefsel
2.1. Algemene eigenschappen van bot
• Steunende en beschermde functie door zijn rigiditeit en hardheid
• Bescherming van vitale organen in schedel en thoraxholte
• Omsluit beenmerg
• Beweging mogelijk maken door aanhechten van spieren,…
à rol in homeostatische regulatie
• Reservoir voor mineralen
2.2. Basisstructuur van bot
Combinatie van collageen (trekvastheid) en door kalkzouten verharde matrix
(drukbestendigheid)
Steeds remodellering: opbouwen en afbreken van beenweefsel: geïnduceerd door
veranderingen in drukkrachten die inwerken op het bot + veranderingen in Ca en fosfaat
à hoog metabolisme van beenweefsel
Vorming, groei en in stand houden: sterk afhankelijk van vitaminen en hormonen
2.3. De samenstelling van bot
• Intracellulaire matrix
o Anorganisch materiaal
§ O.a. hydroxyapatietkristallen
o Organisch materiaal
§ O.a. type I collageenfibrillen
§ Matrixeiwitten: bv. sialoproteïne, osteocalcine, osteonectine,…
• Aantal celtypes
o Osteocyten
o Osteoblasten
o Osteoclasten
2018-2019 2