100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting leereenheid 3 Formeel strafrecht RS0812

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
37
Geüpload op
01-07-2024
Geschreven in
2023/2024

Samenvatting leereenheid 3 Formeel strafrecht RS0812












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
1 juli 2024
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Formeel strafrecht

Leereenheid 3
Voorarrest en het recht op rechtsbijstand


Inleiding

Casus: Twee keer de klos?
Wanneer de opsporingsambtenaren Gerards en Hamadi op 17 februari 2014 de woning v/d verdachte
binnentreden om hem aan te houden wegens een verdenking v/h medeplegen van hennepteelt op een
locatie elders (feit 1), ruiken zij een sterke henneplucht. Nadat de verdachte is aangehouden, hem de
cautie is gegeven en hij onder begeleiding van Gerards op de eerste verdieping v/d woning zijn
legitimatiebewijs ophaalt, ziet Hamadi een zandspoor vanaf de tuindeur naar een deur in de bijkeuken.
Tevens ziet Hamadi groene blaadjes liggen op de grond in de bijkeuken. Dit alles geeft Hamadi ‘sterk het
vermoeden’ dat in de bijkeuken een hennepkwekerij aanwezig ‘zou zijn’ (feit 2). Wanneer de verdachte
terugkeert, krijgt hij opnieuw de cautie. Op de vraag van Hamadi of de verdachte ‘ook een
hennepkwekerij in zijn woning had’, antwoordt de verdachte bevestigend.


In de vorige LEH (LEH 2) zijn de volgende vrijheidsbenemende dwangmiddelen besproken:
 Staandehouding
 Aanhouding

In deze LEH (LEH 3) worden de overige vrijheidsbenemende dwangmiddelen besproken. Daarbij zal
zowel gekeken worden naar zowel Nederlandse als Europese wet- en regelgeving.

Verder wordt in deze LEH besproken: het recht op rechtsbijstand.
Zo komt bijvoorbeeld naar aanleiding van bovenstaande casus de vraag op of agent Hamadi de
verdachte voordat zij de vraag stelde of hij een hennepkwekerij in zijn huis had, de verdachte niet had
moeten wijzen op zijn recht om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te spreken.




Pagina 1 van 37

,Samenvatting studieboek – Deel I
H11.1 t/m 11.5

 INLEIDING

Voorarrest (geen wettelijk begrip) = Het voorarrest is de periode dat een verdachte wordt vastgehouden
voordat zijn zaak door een rechter is beoordeeld. Een verdachte in voorarrest is in afwachting v/d
uitkomst van zijn strafzaak.

Voorarrest is soms nodig om bijv. het opsporingsonderzoek goed te laten verlopen of slachtoffers en de
maatschappij te beschermen.

Het voorarrest bestaat uit vier fasen (waarbij de overgang v/d ene naar de andere fase telkens een
nieuwe beslissing vergt van een hogere autoriteit):

1. Ophouden voor onderzoek (artt. 56a en 56b Sv.)
*Dit betreft een korte periode die in uren wordt berekend.
*Het bevel tot ophouden voor onderzoek dient door een OvJ of een hulp-OvJ te worden
gegeven.

2. Inverzekeringstelling (art. 57 e.v. Sv.)
*Dit kan voor een termijn van max. zes dagen.
*Het bevel tot inverzekeringstelling wordt door een OvJ of hulp-OvJ gegeven. Het bevel heeft
een geldigheidsduur van drie dagen, waarna zij het bevel met nog eens drie dagen kunnen
verlengen.

3. Bewaring (art. 63 e.v. Sv.)
*Dit kan voor een termijn van max. 14 dagen.
*Het bevel tot bewaring gewordt op vordering v/d OvJ gegeven door de rechter-commissaris
(RC).

4. Gevangenhouding (art. 65 e.v. Sv.)
*Dit kan voor een termijn van max. 90 dagen.
*Het bevel tot gevangenhouding wordt gegeven door de raadkamer v/d rechtbank.
*Binnen die termijn van 90 dagen dient de terechtzitting een aanvang te hebben genomen.
Het bevel van gevangenhouding blijft gedurende de terechtzitting van kracht (art. 66 lid 2 Sv.).

Art. 133 Sv. = Onder de voorlopige hechtenis vallen:
 De bewaring
 De gevangenhouding
 De gevangennemen (art. 65 lid 2 Sv.)

Het ophouden voor onderzoek en de inverzekeringstelling gaan aan de voorlopige hechtenis vooraf.

Alle bevelen tot voorlopig hechtenis worden door een rechter gegeven. In geval van bewaring is dat de
RC. Als de OvJ de bewaring vordert neemt daarmee de vervolging formeel een aanvang. Door de
vordering wordt de rechter in de zaak gemengd.

De bewaring, gevangenhouding en gevangenneming zijn vormen van vrijheidsbeneming die onderdeel
uitmaken v/d vervolging.

Het ophouden voor onderzoek en de inverzekeringstelling gaan de vervolging aan vooraf. Zij dienen
vooral om te bezien of de verdachte vervolgd moet worden.

Voorlopige hechtenis mag alleen bevolen worden als aan bepaalde in de wet neergelegde voorwaarden is
voldaan. Die voorwaarden zijn voor alle bevelen tot voorlopige hechtenis gelijk. Er kan daarbij
onderscheid worden gemaakt tussen:
 Gevallen
Art. 67 Sv. = Er moet sprake zijn van een geval voor voorlopige hechtenis. D.w.z. v/d
verdenking van een strafbaar feit waarvoor de wet voorlopige hechtenis toelaat.

 Gronden
Art. 67a Sv. = Er moet ook sprake zijn van een grond (een wettelijke reden) om voorlopige
hechtenis te bevelen.




Pagina 2 van 37

,De artt. 67 en 67a Sv. bevatten nog twee algemene voorwaarden waaraan moet zijn voldaan:
1. Ernstige bezwaren
2. Anticipatiegebod

Hierna wordt besproken:
 De algemene voorwaarden voor voorlopige hechtenis.
 De verschillende fasen voor het voorarrest in chronologische volgorde.




Pagina 3 van 37

,  GEVALLEN EN GRONDEN (ARTT. 67 EN 67A SV.)

Gevallen
Art. 67 lid 1 sub a Sv. = De hoofdregel is dat voorlopige hechtenis alleen mag worden bevolen als de
verdenking tegen de verdachte een ernstig strafbaar feit is. Het moet gaan om een misdrijf waarop vier
jaar gevangenisstraf of meer is gesteld.

Art. 67 lid 1 sub b en c Sv. = Een limitatieve opsomming van misdrijven waarop een lagere straf is
gesteld.
Voorbeelden:
Mishandeling, verduistering en vernieling.
Ook voor deze misdrijven is voorlopige hechtenis toegelaten.

Art. 67 lid 2 Sv. = Uitzondering op de hoofdregel van art. 67 lid 1 Sv.
Voorbeelden:
*Verdachten die in het buitenland wonen (bijv. toeristen).
*Verdachten die dakloos zijn.
*Verdachten van wie het adres bij justitie niet bekend is.
De reden voor deze uitzondering is gelegen in de problemen die de onbereikbaarheid v/d verdachte met
zich brengt voor zowel de vervolging en berechting als de executie v/d eventueel opgelegde straf.
Voorbeeld:
*Het is niet praktisch om de buitenlandse toerist eerst naar zijn verre vaderland te laten vliegen om
vervolgens te proberen zijn uitlevering te verkrijgen.
*De verdachte van wie de verblijfplaats onbekend is kan zich ook gemakkelijk aan de vervolging en de
executie onttrekken als hij niet wordt vastgehouden.

Art. 67 lid 1 Sv. = ‘’Een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier
jaren of meer is gesteld’’.
Dit is wat anders dan de straf die de verdachte maximaal zou kunnen krijgen.
Voorbeeld:
In geval van poging of medeplichtigheid wordt de maximumstraf met een derde verlaagd (artt. 45 en 49
Sr.). Met die verlaging mag geen rekening worden gehouden.
Ook geen rekening ma worden gehouden met de strafverhoging die het gevolg is van meerdaagse
samenloop (art. 57 Sr.). Hier werkt de eis dat op het feit een straf van vier jaar of meer moet zijn gesteld
in het voordeel v/d verdachte.
Met bijzondere strafverzwarende en strafverlichtende omstandigheden die het strafbaar feit zelf zwaarder
of lichter maken moet wel rekening worden gehouden.

Art. 67 Sv.:
 Is van belang voor de toepassing van voorlopige hechtenis.
 Vervult een kernrol in de wettelijke regeling v/d dwangmiddelen in het algemeen.

In het Sv. is de toepassing van een dwangmiddel afhankelijk gesteld v/d vraag of sprake is van:
1. een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten
of
2. een feit als omschreven in art. 67 lid 1 Sv.
Bij de eerste variant mag rekening worden gehouden met art. 67 lid 2 Sv., bij de twee variant niet.
 De eerste variant komt voor bij vrijheidsbenemende dwangmiddelen die in het voorportaal v/d
voorlopige hechtenis liggen, namelijk: de aanhouding van verdachte (art. 54 Sv.) en de
inverzekeringstelling (art. 58 lid 1 Sv.).

 De tweede variant treft men aan bij andersoortige dwangmiddelen. Zoals: inbeslagneming en
doorzoeking (art. 96 e.v. Sv.) en de telefoontap (art. 16m Sv.).




Pagina 4 van 37

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
demeta Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
18
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
76
Laatst verkocht
1 maand geleden

3,0

5 beoordelingen

5
0
4
0
3
5
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen