Leerdoelen Seksuele diversiteit
De student kan bij volgende begrippen overeenkomsten en verschillen aanwijzen: Seksualiteit, intimiteit,
erotiek, seksuele diversiteit.
- Intimiteit: ‘Allerlei vormen van toenadering tussen mensen waarbij men angst inruilt voor
wederzijds vertrouwen en warmte’
- Seksualiteit: ‘In de seksualiteit is de mens gericht op geslachtelijkheid en geslachtsverschillen ne
op het man-zijn of vrouw-zijn van zichzelf of de ander’
- Erotiek: ‘Is de kunst van een ander te verleiden (of jezelf te verleiden met fantasie) tot het
seksualiseren van een intieme situatie’
- Seksuele diversiteit: ‘In de seksualiteit is de mens gericht op geslachtelijkheid en
geslachtsverschillen, op het man-zijn of vrouw-zijn van zichzelf of de ander’
De student weet, hoe ‘gender’ en ‘seksuele diversiteit’ het beeld van heteronormativiteit en
gendervanzelfsprekendheden doorkruisen.
- Heteroseksualiteit: seksueel gericht zijn op het andere geslacht.
- Homoseksualiteit: seksueel gericht zijn op het eigen geslacht.
- Biseksualiteit: seksueel gericht zijn op zowel het mannelijke als vrouwelijke geslacht.
- Aseksualiteit: mensen die geen gevoelens hebben op het gebied van seksualiteit (0,5%, Kuyper
2016). Of: ‘Geen seksuele aantrekking tot mannen en vrouwen ervaren’.
Genderidentiteit, visie van seksuologen
- Genderidenteit: het diepe gevoel dat je man/vrouw bent
- Genderexpressie: de publieke uiting van de genderidentiteit (in kleding/gedrag)
- Geslacht: biologisch kenmerken
- Sekse: vooral de sociale rol van personen
- Gender: de ervaren identiteit. Gender is een ‘construct’: het is niet biologisch maar cultureel
bepaald. Er is geen sprake van genderdichtorine (tweedeling m/v)
- Genderidentiteit en seksuele gerichtheid (oriëntatie) staan los van elkaar.
- Genderdysforie: een gevoel van onvrede met het eigen geslacht.
Transgender persoon:
- Transgender personen ervaren conflict in de genderidentiteit
- Transseksualiteit: als mensen daadwerkelijk een (volledige) medische transitie
hebben ondergaan.
- De transitie is geen voorwaarde voor transgenderisme?
Intersekse-conditie
- Intersekse is een parapluterm voor mensen die volgens medische professie bij geboorte afwijken
van wat algemeen gesproken als man of vrouw wordt gezien
- 40 verschillende vormen
De student heeft inzicht in het verloop van seksualiteitsontwikkeling.
Lichaamsbeeld: de beleving van mensen van hun eigen lichaam. Vinden we onszelf aantrekkelijk? Dit heeft
invloed op ons seksuele script en seksuele gedrag.
Bijzonder hierbij is: Meisjes met een migrantenachtergrond zijn meer tevreden over hun lichaam dan
meisjes die deze achtergrond niet hebben.
Seksueel script: ‘Script bevat het persoonlijke geheel van smaken en voorkeuren op het gebied van
sekusaliteit en wordt gevormd door je ontwikkeling, socialisatie, biologische achtergrond en cultuur’ (=love
map).
Seksuele oriëntatie start tussen 12-15 jaar
Bij homoseksuele aantrekkingskracht: bewustwording bij jongens gemiddeld rond 12,6, bij meisjes 13,5
jaar.
Vaak: een periode van verwarring. Bevraag op de zeven mijlpalen
Acceptatie en zekerheid over de eigen seksuele oriëntatie en coming out: tussen 15-18 jaar.
De student kan bij volgende begrippen overeenkomsten en verschillen aanwijzen: Seksualiteit, intimiteit,
erotiek, seksuele diversiteit.
- Intimiteit: ‘Allerlei vormen van toenadering tussen mensen waarbij men angst inruilt voor
wederzijds vertrouwen en warmte’
- Seksualiteit: ‘In de seksualiteit is de mens gericht op geslachtelijkheid en geslachtsverschillen ne
op het man-zijn of vrouw-zijn van zichzelf of de ander’
- Erotiek: ‘Is de kunst van een ander te verleiden (of jezelf te verleiden met fantasie) tot het
seksualiseren van een intieme situatie’
- Seksuele diversiteit: ‘In de seksualiteit is de mens gericht op geslachtelijkheid en
geslachtsverschillen, op het man-zijn of vrouw-zijn van zichzelf of de ander’
De student weet, hoe ‘gender’ en ‘seksuele diversiteit’ het beeld van heteronormativiteit en
gendervanzelfsprekendheden doorkruisen.
- Heteroseksualiteit: seksueel gericht zijn op het andere geslacht.
- Homoseksualiteit: seksueel gericht zijn op het eigen geslacht.
- Biseksualiteit: seksueel gericht zijn op zowel het mannelijke als vrouwelijke geslacht.
- Aseksualiteit: mensen die geen gevoelens hebben op het gebied van seksualiteit (0,5%, Kuyper
2016). Of: ‘Geen seksuele aantrekking tot mannen en vrouwen ervaren’.
Genderidentiteit, visie van seksuologen
- Genderidenteit: het diepe gevoel dat je man/vrouw bent
- Genderexpressie: de publieke uiting van de genderidentiteit (in kleding/gedrag)
- Geslacht: biologisch kenmerken
- Sekse: vooral de sociale rol van personen
- Gender: de ervaren identiteit. Gender is een ‘construct’: het is niet biologisch maar cultureel
bepaald. Er is geen sprake van genderdichtorine (tweedeling m/v)
- Genderidentiteit en seksuele gerichtheid (oriëntatie) staan los van elkaar.
- Genderdysforie: een gevoel van onvrede met het eigen geslacht.
Transgender persoon:
- Transgender personen ervaren conflict in de genderidentiteit
- Transseksualiteit: als mensen daadwerkelijk een (volledige) medische transitie
hebben ondergaan.
- De transitie is geen voorwaarde voor transgenderisme?
Intersekse-conditie
- Intersekse is een parapluterm voor mensen die volgens medische professie bij geboorte afwijken
van wat algemeen gesproken als man of vrouw wordt gezien
- 40 verschillende vormen
De student heeft inzicht in het verloop van seksualiteitsontwikkeling.
Lichaamsbeeld: de beleving van mensen van hun eigen lichaam. Vinden we onszelf aantrekkelijk? Dit heeft
invloed op ons seksuele script en seksuele gedrag.
Bijzonder hierbij is: Meisjes met een migrantenachtergrond zijn meer tevreden over hun lichaam dan
meisjes die deze achtergrond niet hebben.
Seksueel script: ‘Script bevat het persoonlijke geheel van smaken en voorkeuren op het gebied van
sekusaliteit en wordt gevormd door je ontwikkeling, socialisatie, biologische achtergrond en cultuur’ (=love
map).
Seksuele oriëntatie start tussen 12-15 jaar
Bij homoseksuele aantrekkingskracht: bewustwording bij jongens gemiddeld rond 12,6, bij meisjes 13,5
jaar.
Vaak: een periode van verwarring. Bevraag op de zeven mijlpalen
Acceptatie en zekerheid over de eigen seksuele oriëntatie en coming out: tussen 15-18 jaar.