VRAGENLIJST OPEN VRAGEN HISTOLOGIE
1. Morfologische kenmerken van het golgi apparaat
= doorgangshuis
● in alle kernhoudende cellen
● in omgeving: grote hoeveelheid van materiaal verpakt in vesikels
● centrale deel: groep op elkaar gelegen afgeplatte cisternen, aan de uiteinden verbreed
● polaire organisatie
○ cis-zijde = onrijpe zijde = convexe zijde (kant van RER)
○ trans-zijde = rijpe zijde = concave zijde (kant van vesikels)
● membraan verdikt van cis- naar trans-zijn
2. Functies van het golgi apparaat
● posttranslationele modificatie = modificatie van macromoleculen door toevoeging van suikers om
oligosacchariden te maken (glycosylatie)
○ primaire eiwitketen → bewerkt eiwit
● proteolyse van peptiden in actieve vorm
● sorteren van producten voor verschillende bestemmingen
○ hydrolytische enzymen voor lysosomen
○ membraaneiwitten voor celmembraan
○ secretiemateriaal voor extracellulair milieu
○ specifieke eiwitten voor organellen
3. Morfologische kenmerken van het mitochondrion
● in alle eukaryote cellen
● neemt tot ⅖ van cytoplasmavolume in
● eivormig en langgerekt, soms vertakt
● bevat eigen circulair DNA en ribosomen
● dubbel membraan met intermembranaire ruimte
● transportproteinen
○ TIM = transporter inner membrane
○ TOM = transporter outer membrane
buitenmembraan
● omgeeft heel het mitochondriën
● bevat vele transporteiwitten
● permeabel voor niet al te grote moleculen en kleine eiwitten
○ samenstelling intermembraanruimte afspiegeling van omliggend cytoplasma
● bevat enzymen
○ omzetting van bepaalde substraten bewerkstelligen
○ voor vetsynthese/vetzuurmetabolisme
binnenmembraan
● sterk geplooid naar inwendige van mitochondrion
○ vergroting van membraanoppervlak ten opzichte van inhoud/matrix
○ bladvormige of buisvormige cristae mitochondriales
○ hoe hoger metabole activiteit van een cel, hoe meer uitgesproken de plooiing van membraan
● bestaat voor ¾ uit eiwitten (ademhalingsenzymen en transporteiwitten)
○ receptoren zijn beweegbaar over celoppervlak (soep met vetbolletjes)
● minder permeabel dan buitenmembraan
○ protonengradiënt opbouwen
○ tight junctions (ikea zak)
matrix
● bevat enzymen van vetzuuroxidatie en deel van citroenzuurcyclus
, ● ronde matrixkorrels = neergeslagen van calcium- en magnesiumzouten = granules
4. Functies van het mitochondrion
● productie van 95% van nodige energie voor het in stand houden van een cel
○ andere 5% afkomstig van glycolyse
○ andere 5% afkomstig van omkeerbaarheid van Na+-K+-pomp → bij hypoxie, cel gaat zwellen
● ATP vormen door afbraak van organische moleculen in reactieketen waarbij O2 verbruikt wordt en CO2
aangemaakt
● binnenste membraan is verantwoordelijk voor elektronengradiënt
● rol bij metabolisme (anabole en katabole reacties)
○ oxidatie van lipiden (vetzuuroxidatie)
○ oxidatie van pyruvaat
○ citroenzuurcyclus = Krebscyclus
5. Morfologische kenmerken van het lysosoom
● grootte varieert van 0,1-0,5 µm
● omgeven door dubbel membraan
● rond, elektronendicht (zwart)
● bevatten hydrolytische enzymen = hydrolasen
○ geactiveerd door gedaalde pH door protonenpomp
● gevormd door afsplitsing van gecoate vesikels aan trans-Golgi-complex, waarna fusie plaatsvindt met
endosomen en andere lysosomen
primaire lysosomen
● bevat lytische enzymen
● nog niet betrokken bij verteringsactiviteit
○ inactief hydrolasen
○ binnenzijde van membraan is gecoate met suikerstructuur
secundaire lysosomen
● plaats waar vertering plaatsgrijpt
● endolysosoom = endosoom versmolten met lysosoom
6. Functie van het lysosoom
intracellulaire verteringsapparaat
● afbraak van vreemd materiaal door lysosomale enzymen (rol bij voeding en afweer)
● afbraak van beschadigde celcomponenten of celstructuren buiten de cel = autofagie
lysosomen vullen
1. golgi-apparaat krijgt eiwit van RER
2. M6P toevoegen en diffunderen doorheen Golgi-netwerk
● mannose-6-fosfaat = suikergroep op vesikel als aanduiding van lysosoom-identiteit
3. binden aan transportvesikel naar endolysosoom
4. vertering
5. receptoren recycleren
7. Morfologische kenmerken van het peroxisoom
● bolvormig membraan-gebonden organel
○ enkelvoudig membraan
○ 0,2-0,8 µm diameter
● membranen gevormd door vrije ribosomen
● bevatten 50-tal verschillende enzymen
○ catalase
■ H2O2 afbreken tot water
, ■ oxideren van organische stoffen: urinezuur, aminozuren en vetzuren
■ beta-oxidatie van lange vetzuurketens
8. Functies van het peroxisoom
● rol in biosynthese (opbouw en afbraak) van vetten
○ cholesterol en galzuren
● synthese van plasmalogen
○ fosfolipiden
○ membraanonderdelen in hart en hersenen (bv. myeline)
9. Morfologische kenmerken van het endoplasmatisch reticulum
● in alle eukaryotische cellen
● afgeplatte membranen die onderling kunnen samenhangen
● cisternen = ruimte tussen membranen
● ruw endoplasmatisch reticulum vs. glad endoplasmatisch reticulum
○ RER: aanwezigheid van ribosomen aan cytoplasmazijde van ER-membraan
○ SER: afwezigheid van ribosomen, aanmaak vetten en steroïden
● nauwe relatie met kern en Golgi-complex
10. Functie van het endoplasmatisch reticulum
● rol in biosynthese
○ transmembraanproteïnen en lipiden van ER, golgi-complex, plasmamembraan en lysosomen
→ gesynthetiseerd in associatie met ER-membraan
● bijdrage in aanmaak van mitochondriale en peroxisomale membranen
● startpunt van synthese van gesecreteerde proteïnen
● plaats waar extracellulaire matrix in beginsel wordt aangemaakt
RER
● synthese van proteïnen door ribosomen
○ transmembraanproteïnen: gedeeltelijke verplaatsing door ER-membraan, maken deel uit van
membraan
○ wateroplosbare proteïnen: komen vrij in lumen van ER
SER
● fosfolipiden synthese
● synthese van glycogeen in lever
11. Morfologische kenmerken van een neuron
● in volwassen toestand niet meer delende cellen
● uitlopers kunnen sterk variëren in vorm en grootte (4-150 µm)
● uitstaan uit ectoderm tijden embryonale ontwikkeling
● 3 grote componenten
○ cellichaam = perikaryon (peri = in de buurt van; kary = kern)
○ dendrieten
○ axon
perikaryon
● grote blazige kern met fijn verdeeld euchromatine en opvallende nucleolus
○ wijst op hoge eiwitsynthese-activiteit (neurotransmitters)
● Nissl substantie: sterk ontwikkeld RER, met ophopingen van vrije polyribosomen
● Golgi-complex in gebied rond de kern
● mitochondriën (talrijker dan in dendrieten)
● melanine-pigmentkorrels, gevormd door afbraak van bouwstenen die zijn neergeslagen
● neurofilamenten (vervangt functie van bindweefsel)
1. Morfologische kenmerken van het golgi apparaat
= doorgangshuis
● in alle kernhoudende cellen
● in omgeving: grote hoeveelheid van materiaal verpakt in vesikels
● centrale deel: groep op elkaar gelegen afgeplatte cisternen, aan de uiteinden verbreed
● polaire organisatie
○ cis-zijde = onrijpe zijde = convexe zijde (kant van RER)
○ trans-zijde = rijpe zijde = concave zijde (kant van vesikels)
● membraan verdikt van cis- naar trans-zijn
2. Functies van het golgi apparaat
● posttranslationele modificatie = modificatie van macromoleculen door toevoeging van suikers om
oligosacchariden te maken (glycosylatie)
○ primaire eiwitketen → bewerkt eiwit
● proteolyse van peptiden in actieve vorm
● sorteren van producten voor verschillende bestemmingen
○ hydrolytische enzymen voor lysosomen
○ membraaneiwitten voor celmembraan
○ secretiemateriaal voor extracellulair milieu
○ specifieke eiwitten voor organellen
3. Morfologische kenmerken van het mitochondrion
● in alle eukaryote cellen
● neemt tot ⅖ van cytoplasmavolume in
● eivormig en langgerekt, soms vertakt
● bevat eigen circulair DNA en ribosomen
● dubbel membraan met intermembranaire ruimte
● transportproteinen
○ TIM = transporter inner membrane
○ TOM = transporter outer membrane
buitenmembraan
● omgeeft heel het mitochondriën
● bevat vele transporteiwitten
● permeabel voor niet al te grote moleculen en kleine eiwitten
○ samenstelling intermembraanruimte afspiegeling van omliggend cytoplasma
● bevat enzymen
○ omzetting van bepaalde substraten bewerkstelligen
○ voor vetsynthese/vetzuurmetabolisme
binnenmembraan
● sterk geplooid naar inwendige van mitochondrion
○ vergroting van membraanoppervlak ten opzichte van inhoud/matrix
○ bladvormige of buisvormige cristae mitochondriales
○ hoe hoger metabole activiteit van een cel, hoe meer uitgesproken de plooiing van membraan
● bestaat voor ¾ uit eiwitten (ademhalingsenzymen en transporteiwitten)
○ receptoren zijn beweegbaar over celoppervlak (soep met vetbolletjes)
● minder permeabel dan buitenmembraan
○ protonengradiënt opbouwen
○ tight junctions (ikea zak)
matrix
● bevat enzymen van vetzuuroxidatie en deel van citroenzuurcyclus
, ● ronde matrixkorrels = neergeslagen van calcium- en magnesiumzouten = granules
4. Functies van het mitochondrion
● productie van 95% van nodige energie voor het in stand houden van een cel
○ andere 5% afkomstig van glycolyse
○ andere 5% afkomstig van omkeerbaarheid van Na+-K+-pomp → bij hypoxie, cel gaat zwellen
● ATP vormen door afbraak van organische moleculen in reactieketen waarbij O2 verbruikt wordt en CO2
aangemaakt
● binnenste membraan is verantwoordelijk voor elektronengradiënt
● rol bij metabolisme (anabole en katabole reacties)
○ oxidatie van lipiden (vetzuuroxidatie)
○ oxidatie van pyruvaat
○ citroenzuurcyclus = Krebscyclus
5. Morfologische kenmerken van het lysosoom
● grootte varieert van 0,1-0,5 µm
● omgeven door dubbel membraan
● rond, elektronendicht (zwart)
● bevatten hydrolytische enzymen = hydrolasen
○ geactiveerd door gedaalde pH door protonenpomp
● gevormd door afsplitsing van gecoate vesikels aan trans-Golgi-complex, waarna fusie plaatsvindt met
endosomen en andere lysosomen
primaire lysosomen
● bevat lytische enzymen
● nog niet betrokken bij verteringsactiviteit
○ inactief hydrolasen
○ binnenzijde van membraan is gecoate met suikerstructuur
secundaire lysosomen
● plaats waar vertering plaatsgrijpt
● endolysosoom = endosoom versmolten met lysosoom
6. Functie van het lysosoom
intracellulaire verteringsapparaat
● afbraak van vreemd materiaal door lysosomale enzymen (rol bij voeding en afweer)
● afbraak van beschadigde celcomponenten of celstructuren buiten de cel = autofagie
lysosomen vullen
1. golgi-apparaat krijgt eiwit van RER
2. M6P toevoegen en diffunderen doorheen Golgi-netwerk
● mannose-6-fosfaat = suikergroep op vesikel als aanduiding van lysosoom-identiteit
3. binden aan transportvesikel naar endolysosoom
4. vertering
5. receptoren recycleren
7. Morfologische kenmerken van het peroxisoom
● bolvormig membraan-gebonden organel
○ enkelvoudig membraan
○ 0,2-0,8 µm diameter
● membranen gevormd door vrije ribosomen
● bevatten 50-tal verschillende enzymen
○ catalase
■ H2O2 afbreken tot water
, ■ oxideren van organische stoffen: urinezuur, aminozuren en vetzuren
■ beta-oxidatie van lange vetzuurketens
8. Functies van het peroxisoom
● rol in biosynthese (opbouw en afbraak) van vetten
○ cholesterol en galzuren
● synthese van plasmalogen
○ fosfolipiden
○ membraanonderdelen in hart en hersenen (bv. myeline)
9. Morfologische kenmerken van het endoplasmatisch reticulum
● in alle eukaryotische cellen
● afgeplatte membranen die onderling kunnen samenhangen
● cisternen = ruimte tussen membranen
● ruw endoplasmatisch reticulum vs. glad endoplasmatisch reticulum
○ RER: aanwezigheid van ribosomen aan cytoplasmazijde van ER-membraan
○ SER: afwezigheid van ribosomen, aanmaak vetten en steroïden
● nauwe relatie met kern en Golgi-complex
10. Functie van het endoplasmatisch reticulum
● rol in biosynthese
○ transmembraanproteïnen en lipiden van ER, golgi-complex, plasmamembraan en lysosomen
→ gesynthetiseerd in associatie met ER-membraan
● bijdrage in aanmaak van mitochondriale en peroxisomale membranen
● startpunt van synthese van gesecreteerde proteïnen
● plaats waar extracellulaire matrix in beginsel wordt aangemaakt
RER
● synthese van proteïnen door ribosomen
○ transmembraanproteïnen: gedeeltelijke verplaatsing door ER-membraan, maken deel uit van
membraan
○ wateroplosbare proteïnen: komen vrij in lumen van ER
SER
● fosfolipiden synthese
● synthese van glycogeen in lever
11. Morfologische kenmerken van een neuron
● in volwassen toestand niet meer delende cellen
● uitlopers kunnen sterk variëren in vorm en grootte (4-150 µm)
● uitstaan uit ectoderm tijden embryonale ontwikkeling
● 3 grote componenten
○ cellichaam = perikaryon (peri = in de buurt van; kary = kern)
○ dendrieten
○ axon
perikaryon
● grote blazige kern met fijn verdeeld euchromatine en opvallende nucleolus
○ wijst op hoge eiwitsynthese-activiteit (neurotransmitters)
● Nissl substantie: sterk ontwikkeld RER, met ophopingen van vrije polyribosomen
● Golgi-complex in gebied rond de kern
● mitochondriën (talrijker dan in dendrieten)
● melanine-pigmentkorrels, gevormd door afbraak van bouwstenen die zijn neergeslagen
● neurofilamenten (vervangt functie van bindweefsel)