Lecture 3: Farmacotherapie – Stemmingsproblemen: pillen of praten?
Impulse conduction => transmitter release => pharmacological response.
Nederland is het meest depressieve land van Europa:
- Mensen gaan hier snel naar de dokter
- Depressie is relatief goed bespreekbaar in NL
Bouw neuron:
- Mitochondrium: energie
- Endoplasmatisch reticulum: chemische fabriek
- Kern (nucleus)
- Dendriet
- Neuriet
- Axon (myeline: Schwann cellen)
- Axonheuvel
- Synaps: chemische transmissie van elektrisch signaal
Onderwerp van deze lecture: serotonine en noradrenaline.
Neurotransmitters:
- Aminozuren: ion kanalen
- Monoaminen: ion kanalen en receptoren
o Serotonine: stemming
o Noradrenaline: energie
o Dopamine: beloning
- Peptiden: receptoren
- Steroïden: nucleus
Serotonerge synaps:
- Serotonine: 5HT
o Gemaakt uit het aminozuur tryptofaan
o Opgeslagen in vesikels
Fuseren met presynaptisch membraan als er een actiepotentiaal komt (heel
veel calcium in synaps)
Komt in synapsspleet terecht => elektrisch signaal wordt chemisch
signaal => kan post-synaptische receptoren prikkelen
Feedback controle door serotonine en noradrenaline
5HT1 = autoreceptor: meet hoe actief het neuron is; reguleert
activiteit d.m.v. negatief feedbackmechanisme op presynaptische
receptor => mindere serotonineconcentratie. Zit op zowel pre- als
post-synaps
Alfareceptor: kan door noradrenaline geprikkeld worden
SSRI => wegvallen autoreceptor => desensitisatie
- Dus, serotonine wordt afgegeven:
o Uptake 2: 10% van de vrijgekomen serotonine wordt opgenomen door andere cellen
en raak je kwijt
o Uptake 1: 90% van de serotonine wordt hergebruikt: heropname
5HTT/SERT: serotoninetransporter: pompt 5HT terug cel in (cytoplasma)
Een vergelijkbare pomp transporteert serotonine van cytoplasma =>
vesikel
, In het cytoplasma zit een enzym: monoaminen-oxidase (MAO): oxideert 5HT
en maakt hier een inactief product van
- SSRI werking:
o Antidepressieve werking door 5HTT en MAO remming
Remming 5HTT: serotonine kan niet terug de cel in => meer serotonine in
synaps => sterkere prikkeling pre- en post-synaptische receptoren
Uitgestelde effectiviteit, directe bijwerkingen
Pomp die 5HT uit cytoplasma richting vesikel werkt wordt ook
geremd, doordat de twee pompen erg vergelijkbaar zijn
MAO remming: minder 5HT afgebroken => meer 5HT in neuron
5HTT-pomp werkt namelijk twee richtingen
BBB: Blood Brain Barrier:
- Pil van bijv. 80 mg wordt verspreid over gehele lichaam
o Neuronen zijn erg afhankelijk van de hersendoorbloeding
Verschillende weefsels houden veel tegen zodat niet alles in de hersenen
wordt opgenomen => handhaving van constant milieu
o Doordat stof ook op andere plekken in lichaam komt, ontstaan er bijwerkingen
- Bij normale verdeling <1% van orale dosis in brein
o Meestal veel lager i.v.m. BBB: selectieve barrière gevormd door bloedvaten van de
hersenen
o Medicijn passeert BBB wanneer:
Molecuulgrootte kleiner dan …
Een elektrische lading ontbreekt
Lipofiele (vet) eigenschappen heeft
Specifiek opname/transport systemen aanwezig zijn
o Richten op specifieke hersengebieden (in principe) onmogelijk
o Veel perifere bijwerkingen
Impulse conduction => transmitter release => pharmacological response.
Nederland is het meest depressieve land van Europa:
- Mensen gaan hier snel naar de dokter
- Depressie is relatief goed bespreekbaar in NL
Bouw neuron:
- Mitochondrium: energie
- Endoplasmatisch reticulum: chemische fabriek
- Kern (nucleus)
- Dendriet
- Neuriet
- Axon (myeline: Schwann cellen)
- Axonheuvel
- Synaps: chemische transmissie van elektrisch signaal
Onderwerp van deze lecture: serotonine en noradrenaline.
Neurotransmitters:
- Aminozuren: ion kanalen
- Monoaminen: ion kanalen en receptoren
o Serotonine: stemming
o Noradrenaline: energie
o Dopamine: beloning
- Peptiden: receptoren
- Steroïden: nucleus
Serotonerge synaps:
- Serotonine: 5HT
o Gemaakt uit het aminozuur tryptofaan
o Opgeslagen in vesikels
Fuseren met presynaptisch membraan als er een actiepotentiaal komt (heel
veel calcium in synaps)
Komt in synapsspleet terecht => elektrisch signaal wordt chemisch
signaal => kan post-synaptische receptoren prikkelen
Feedback controle door serotonine en noradrenaline
5HT1 = autoreceptor: meet hoe actief het neuron is; reguleert
activiteit d.m.v. negatief feedbackmechanisme op presynaptische
receptor => mindere serotonineconcentratie. Zit op zowel pre- als
post-synaps
Alfareceptor: kan door noradrenaline geprikkeld worden
SSRI => wegvallen autoreceptor => desensitisatie
- Dus, serotonine wordt afgegeven:
o Uptake 2: 10% van de vrijgekomen serotonine wordt opgenomen door andere cellen
en raak je kwijt
o Uptake 1: 90% van de serotonine wordt hergebruikt: heropname
5HTT/SERT: serotoninetransporter: pompt 5HT terug cel in (cytoplasma)
Een vergelijkbare pomp transporteert serotonine van cytoplasma =>
vesikel
, In het cytoplasma zit een enzym: monoaminen-oxidase (MAO): oxideert 5HT
en maakt hier een inactief product van
- SSRI werking:
o Antidepressieve werking door 5HTT en MAO remming
Remming 5HTT: serotonine kan niet terug de cel in => meer serotonine in
synaps => sterkere prikkeling pre- en post-synaptische receptoren
Uitgestelde effectiviteit, directe bijwerkingen
Pomp die 5HT uit cytoplasma richting vesikel werkt wordt ook
geremd, doordat de twee pompen erg vergelijkbaar zijn
MAO remming: minder 5HT afgebroken => meer 5HT in neuron
5HTT-pomp werkt namelijk twee richtingen
BBB: Blood Brain Barrier:
- Pil van bijv. 80 mg wordt verspreid over gehele lichaam
o Neuronen zijn erg afhankelijk van de hersendoorbloeding
Verschillende weefsels houden veel tegen zodat niet alles in de hersenen
wordt opgenomen => handhaving van constant milieu
o Doordat stof ook op andere plekken in lichaam komt, ontstaan er bijwerkingen
- Bij normale verdeling <1% van orale dosis in brein
o Meestal veel lager i.v.m. BBB: selectieve barrière gevormd door bloedvaten van de
hersenen
o Medicijn passeert BBB wanneer:
Molecuulgrootte kleiner dan …
Een elektrische lading ontbreekt
Lipofiele (vet) eigenschappen heeft
Specifiek opname/transport systemen aanwezig zijn
o Richten op specifieke hersengebieden (in principe) onmogelijk
o Veel perifere bijwerkingen