METHODIEK- TEKSTUELE ANALYSE
INTRODUCTIE
- Begint en eindigt met het stellen van vragen
- Voor de opdracht gaan we vragen stellen over 1 gebouw: La Maison de Verre
o Wie is de architect?
Biografisch; Situeren in de tijd; Waar is hij naar school geweest, opleidingen;
Waar haalde hij inspiratie uit; Wat is zijn achtergrond; Wat zijn zijn visies en
ideeën; Wat was zijn invloed op de maatschappij; …
o Stijl/stroming?
Wat is dat juist geweest?; Wat was de invloed?
o Context
Politiek; Sociaal; Economisch; Cultureel
o Geschiedenis
Ontstaansgeschiedenis – wat was de eerste staat; Renovaties,
beschadigingen; Afbraak?;…
-> tijdlijn maken
o Belang
Wat was het belang of de betekenis van het belang; Binnen het oeuvre van
de architect; Voor de kunst(stroming)
- Bronnen verzamelen = literatuuronderzoek
o = onderzoek doen naar welk onderzoek al is gedaan
o = informatie verzamelen -> via boeken of online
o Zelf kwalitatieve bronnen vinden (via Limo/op het rek)
3 stappen in tekstuele analyse
1. Documentatie
- Informatie verzamelen
- Korte stukken tekst dat nog niet samenhangt
- Bronnen aangeven
- Welke concrete inzichten haalde je uit het raadplegen van:
o Standaardwerken
o Boeken (monografie, essaybundel of tentoonstellingscatalogi)
o Artikelen uit wetenschappelijk tijdschrift
Journal of architecture
Livraisons d’Histoire de l’Architecture
o Artikelen uit een vaktijdschrift (links op Toledo)
Architecture and Urbanism Magazine
o Kwalitatieve websites
Liefst weten wie de auteur is van de website
- Systematisch de bronnen van het onderzoek vermelden
o Voetnoten maken die tonen waar de informatie vandaan komt (verkorte voetnoten,
niet de hele titels)
!paginanummers niet vergeten!
o Aangeven wiens stem of visie er worden aangehaald (citaten)
Ideeën en inzichten niet zo maar overnemen en doen alsof ze van jezelf zijn
o Een correcte en logische bibliografie opstellen van je gebruikte bronnen
Alfabetisch ordenen per bronsoort
1
,2. Korte samenvatting
- Alles wat je hebt verzameld bundelen
- Bronnen aangeven
- Het centrale idee (het programma van de ruimtelijke organisatie) helder verwoorden en dit
idee de hele tekst laten aansturen
o Wat was het doel? En hoe?
o Opbouw van samenvatting terug te vinden in de leerfiche:
Alinea 1: inleidend – situering en centrale idee
Alinea 2: context – het wat
Alinea 3: visie – het waarom
Alinea 4: hoe de ruimte in elkaar steekt – het hoe
Alinea 5: evolutie of verandering
Alinea 6: conclusie – belang en betekenis
- Met alinea’s en verbindingswoorden zorgen voor een logisch en diepgaand verhaal over het
gebouw: het belang, zijn geschiedenis (in plaats van oppervlakkig opsommen)
- Schrijven in een correcte, concrete en tastbare (duidelijke) taal die de architectuur via taal
visueel maakt (in plaats van vage woorden en lege zinnen te schrijven)
o Tip: chatGPT gebruiken om spelling na te kijken -> opletten dat het de inhoud niet
veranderd
3. Onderzoeksvoorstel: nieuwe vragen
- ‘wat als ik zelf een onderzoeker zou zijn, wat zouden dan mijn vragen zijn’
- Wat vinden we nu nog interessant en te onderzoeken waard
- Het gaat om het stellen van goede vragen (het onderzoek moet niet worden uitgevoerd)
o Een hoofdvraag verwoorden die een relevante onderzoeksvraag is met een focus dat
er toe doet
o Een hoofdvraag verwoorden die een afgebakende onderzoeksvraag is (less is more)
o Gevolgd door subvragen
2
, DEEL 1: VRAGEN STELLEN
Onderzoek naar architectuur – vragen stellen over
1.2 Stappen in onderzoek
- Concept
o Er staat een bepaald concept/begrip/idee/term centraal – wordt onderzocht
- Afbakening
o Concept/begrip wordt concreet afgebakend
o Hierover worden vragen gesteld
o Niet alles wordt onderzocht, er wordt een selectie gemaakt
- Doel
o De vragen dragen bij tot een bepaalde bedoeling
- Methode
o Hiervoor zal een methode of werkwijze worden bepaald
1.2 DOELEN
We gaan 3 verschillende manieren bekijken waarin we een keuze gaan moeten maken om de
bedoeling te bepalen
1. Verkennen of toetsen
- Verkennen: we maken ons onderzoek naar iets dat nog niet is onderzocht, we gaan
exploreren
- Toetsen: we gaan iets controleren/testen -> om te zien of voorgaand onderzoek klopt
2. Beschrijven of beoordelen
- Beschrijven: vertellen wat we terugvinden en aantreffen, proberen begrijpen
- Beoordelen: gaan we het evalueren, wat we goed of niet goed vinden
3. Interpreteren of meten
- Interpreteren: kwalitatief onderzoek, we willen iets begrijpen door te lezen en te schrijven
- Meten: kwantitatief onderzoek, we willen cijfers bekomen en doen statistisch onderzoek
1.3 KAPSTOKKEN
3.1. Vragen naar productie en context
= originele staat en geschiedenis van het gebouw
= welke informatie kan je vinden over de originele staat ven het gebouw en de geschiedenis ervan
- HOE - Hoe was deze architectuur geconstrueerd
o Technieken; Materialen; …
o Voorbeeld: Le Corbusier -> het gebruik van beton
- WIE - Wie was er betrokken?
o Bouwheer; Architect; Overheden; Samenwerkingen; .
- WAAR - Waar is het gebouw gelokaliseerd en waarom?
o Land; Gemeente; Ligging; Natuur of stad;…
- WANNEER - Wanneer werd het gebouwd? -> concrete momenten in de tijd
o Data; Chronologie
- ECONOMIE - Hoe werd het betaald? Door wie is het betaald? Waarom?
o Financiën
- VERANDERING – Zijn er nog wijzigingen gebeurt aan de originele constructie? Wanneer?
Waarom?
- INSPIRATIE – Waar kwamen de ideeën vandaan?
o Opleiding; Interesses; Referenties
3
INTRODUCTIE
- Begint en eindigt met het stellen van vragen
- Voor de opdracht gaan we vragen stellen over 1 gebouw: La Maison de Verre
o Wie is de architect?
Biografisch; Situeren in de tijd; Waar is hij naar school geweest, opleidingen;
Waar haalde hij inspiratie uit; Wat is zijn achtergrond; Wat zijn zijn visies en
ideeën; Wat was zijn invloed op de maatschappij; …
o Stijl/stroming?
Wat is dat juist geweest?; Wat was de invloed?
o Context
Politiek; Sociaal; Economisch; Cultureel
o Geschiedenis
Ontstaansgeschiedenis – wat was de eerste staat; Renovaties,
beschadigingen; Afbraak?;…
-> tijdlijn maken
o Belang
Wat was het belang of de betekenis van het belang; Binnen het oeuvre van
de architect; Voor de kunst(stroming)
- Bronnen verzamelen = literatuuronderzoek
o = onderzoek doen naar welk onderzoek al is gedaan
o = informatie verzamelen -> via boeken of online
o Zelf kwalitatieve bronnen vinden (via Limo/op het rek)
3 stappen in tekstuele analyse
1. Documentatie
- Informatie verzamelen
- Korte stukken tekst dat nog niet samenhangt
- Bronnen aangeven
- Welke concrete inzichten haalde je uit het raadplegen van:
o Standaardwerken
o Boeken (monografie, essaybundel of tentoonstellingscatalogi)
o Artikelen uit wetenschappelijk tijdschrift
Journal of architecture
Livraisons d’Histoire de l’Architecture
o Artikelen uit een vaktijdschrift (links op Toledo)
Architecture and Urbanism Magazine
o Kwalitatieve websites
Liefst weten wie de auteur is van de website
- Systematisch de bronnen van het onderzoek vermelden
o Voetnoten maken die tonen waar de informatie vandaan komt (verkorte voetnoten,
niet de hele titels)
!paginanummers niet vergeten!
o Aangeven wiens stem of visie er worden aangehaald (citaten)
Ideeën en inzichten niet zo maar overnemen en doen alsof ze van jezelf zijn
o Een correcte en logische bibliografie opstellen van je gebruikte bronnen
Alfabetisch ordenen per bronsoort
1
,2. Korte samenvatting
- Alles wat je hebt verzameld bundelen
- Bronnen aangeven
- Het centrale idee (het programma van de ruimtelijke organisatie) helder verwoorden en dit
idee de hele tekst laten aansturen
o Wat was het doel? En hoe?
o Opbouw van samenvatting terug te vinden in de leerfiche:
Alinea 1: inleidend – situering en centrale idee
Alinea 2: context – het wat
Alinea 3: visie – het waarom
Alinea 4: hoe de ruimte in elkaar steekt – het hoe
Alinea 5: evolutie of verandering
Alinea 6: conclusie – belang en betekenis
- Met alinea’s en verbindingswoorden zorgen voor een logisch en diepgaand verhaal over het
gebouw: het belang, zijn geschiedenis (in plaats van oppervlakkig opsommen)
- Schrijven in een correcte, concrete en tastbare (duidelijke) taal die de architectuur via taal
visueel maakt (in plaats van vage woorden en lege zinnen te schrijven)
o Tip: chatGPT gebruiken om spelling na te kijken -> opletten dat het de inhoud niet
veranderd
3. Onderzoeksvoorstel: nieuwe vragen
- ‘wat als ik zelf een onderzoeker zou zijn, wat zouden dan mijn vragen zijn’
- Wat vinden we nu nog interessant en te onderzoeken waard
- Het gaat om het stellen van goede vragen (het onderzoek moet niet worden uitgevoerd)
o Een hoofdvraag verwoorden die een relevante onderzoeksvraag is met een focus dat
er toe doet
o Een hoofdvraag verwoorden die een afgebakende onderzoeksvraag is (less is more)
o Gevolgd door subvragen
2
, DEEL 1: VRAGEN STELLEN
Onderzoek naar architectuur – vragen stellen over
1.2 Stappen in onderzoek
- Concept
o Er staat een bepaald concept/begrip/idee/term centraal – wordt onderzocht
- Afbakening
o Concept/begrip wordt concreet afgebakend
o Hierover worden vragen gesteld
o Niet alles wordt onderzocht, er wordt een selectie gemaakt
- Doel
o De vragen dragen bij tot een bepaalde bedoeling
- Methode
o Hiervoor zal een methode of werkwijze worden bepaald
1.2 DOELEN
We gaan 3 verschillende manieren bekijken waarin we een keuze gaan moeten maken om de
bedoeling te bepalen
1. Verkennen of toetsen
- Verkennen: we maken ons onderzoek naar iets dat nog niet is onderzocht, we gaan
exploreren
- Toetsen: we gaan iets controleren/testen -> om te zien of voorgaand onderzoek klopt
2. Beschrijven of beoordelen
- Beschrijven: vertellen wat we terugvinden en aantreffen, proberen begrijpen
- Beoordelen: gaan we het evalueren, wat we goed of niet goed vinden
3. Interpreteren of meten
- Interpreteren: kwalitatief onderzoek, we willen iets begrijpen door te lezen en te schrijven
- Meten: kwantitatief onderzoek, we willen cijfers bekomen en doen statistisch onderzoek
1.3 KAPSTOKKEN
3.1. Vragen naar productie en context
= originele staat en geschiedenis van het gebouw
= welke informatie kan je vinden over de originele staat ven het gebouw en de geschiedenis ervan
- HOE - Hoe was deze architectuur geconstrueerd
o Technieken; Materialen; …
o Voorbeeld: Le Corbusier -> het gebruik van beton
- WIE - Wie was er betrokken?
o Bouwheer; Architect; Overheden; Samenwerkingen; .
- WAAR - Waar is het gebouw gelokaliseerd en waarom?
o Land; Gemeente; Ligging; Natuur of stad;…
- WANNEER - Wanneer werd het gebouwd? -> concrete momenten in de tijd
o Data; Chronologie
- ECONOMIE - Hoe werd het betaald? Door wie is het betaald? Waarom?
o Financiën
- VERANDERING – Zijn er nog wijzigingen gebeurt aan de originele constructie? Wanneer?
Waarom?
- INSPIRATIE – Waar kwamen de ideeën vandaan?
o Opleiding; Interesses; Referenties
3