Taak 1A: Mieke
Verstandelijke beperking (ID) (= een stoornis die zich tijdens de ontwikkelingsperiode voordoet en
die zowel intellectuele als adaptieve functietekorten in conceptuele, sociale en praktische domeinen
omvat)
- De term verstandelijke beperking heeft de term mentale retardatie vervangen in de DSM-V
- Neurologische stoornis (= een groep stoornissen die zich tijdens de ontwikkelingsperiode
voordoen en die leiden tot beperkingen van het sociaal, persoonlijk, academisch of
beroepsmatig functioneren)
Verschillende soorten verstandelijke beperkingen: gebaseerd op adaptief functioneren, bepaalt het
niveau van de benodigde ondersteuning van een persoon
- Milde ID (IQ: 55-70)
o 85% van de mensen met ID
- Matige ID (IQ: 40-54)
o 10% van de mensen met ID
- Ernstige ID (IQ: 25-39)
o 4% van de mensen met ID
- Zeer ernstige ID (IQ: lager dan 25)
o 2% van de mensen met ID
Diagnostische criteria (DSM-V): ID
- Tekorten in intellectuele functies (bijvoorbeeld redeneren, probleemoplossing, planning,
abstract denken, oordeel, academisch leren en leren uit ervaring) bevestigd door zowel
klinische beoordeling als geïndividualiseerde, gestandaardiseerde intelligentietesten
- Tekorten in adaptief functioneren (= hoe effectief individuen omgaan met de eisen van het
gewone leven, en hoe bekwaam ze zijn om onafhankelijk te leven en zich te houden aan
gemeenschapsnormen) dat resulteert in het niet voldoen aan ontwikkelings- en sociaal-
culturele normen voor persoonlijke onafhankelijkheid en sociale verantwoordelijkheid.
Zonder voortdurende ondersteuning beperken de adaptieve tekorten de werking in een of
meer activiteiten van het dagelijks leven (bijvoorbeeld communicatie, sociale participatie en
zelfstandig wonen) in meerdere omgevingen (bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk en
in de gemeenschap)
- Begin van intellectuele en adaptieve tekorten tijdens de ontwikkelingsperiode
o (Latere leeftijd: neurocognitieve stoornis/niet-aangeboren hersenletsel)
Specificeer op huidige ernst: mild, matig, ernstig of zeer ernstig
, -
Etiologie/oorzaak/risicofactoren
- Organische groep (= oorzaken hebben een duidelijke biologische basis en worden meestal
geassocieerd met ernstige en zeer ernstige ID)
o Biomedische risicofactoren
- Culturele familiale groep (= oorzaken hebben geen duidelijke organische basis en worden
meestal geassocieerd met milde ID)
o Sociale, gedragsmatige en educatieve risicofactoren
Risicofactoren voor ID
-
Verstandelijke beperking (ID) (= een stoornis die zich tijdens de ontwikkelingsperiode voordoet en
die zowel intellectuele als adaptieve functietekorten in conceptuele, sociale en praktische domeinen
omvat)
- De term verstandelijke beperking heeft de term mentale retardatie vervangen in de DSM-V
- Neurologische stoornis (= een groep stoornissen die zich tijdens de ontwikkelingsperiode
voordoen en die leiden tot beperkingen van het sociaal, persoonlijk, academisch of
beroepsmatig functioneren)
Verschillende soorten verstandelijke beperkingen: gebaseerd op adaptief functioneren, bepaalt het
niveau van de benodigde ondersteuning van een persoon
- Milde ID (IQ: 55-70)
o 85% van de mensen met ID
- Matige ID (IQ: 40-54)
o 10% van de mensen met ID
- Ernstige ID (IQ: 25-39)
o 4% van de mensen met ID
- Zeer ernstige ID (IQ: lager dan 25)
o 2% van de mensen met ID
Diagnostische criteria (DSM-V): ID
- Tekorten in intellectuele functies (bijvoorbeeld redeneren, probleemoplossing, planning,
abstract denken, oordeel, academisch leren en leren uit ervaring) bevestigd door zowel
klinische beoordeling als geïndividualiseerde, gestandaardiseerde intelligentietesten
- Tekorten in adaptief functioneren (= hoe effectief individuen omgaan met de eisen van het
gewone leven, en hoe bekwaam ze zijn om onafhankelijk te leven en zich te houden aan
gemeenschapsnormen) dat resulteert in het niet voldoen aan ontwikkelings- en sociaal-
culturele normen voor persoonlijke onafhankelijkheid en sociale verantwoordelijkheid.
Zonder voortdurende ondersteuning beperken de adaptieve tekorten de werking in een of
meer activiteiten van het dagelijks leven (bijvoorbeeld communicatie, sociale participatie en
zelfstandig wonen) in meerdere omgevingen (bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk en
in de gemeenschap)
- Begin van intellectuele en adaptieve tekorten tijdens de ontwikkelingsperiode
o (Latere leeftijd: neurocognitieve stoornis/niet-aangeboren hersenletsel)
Specificeer op huidige ernst: mild, matig, ernstig of zeer ernstig
, -
Etiologie/oorzaak/risicofactoren
- Organische groep (= oorzaken hebben een duidelijke biologische basis en worden meestal
geassocieerd met ernstige en zeer ernstige ID)
o Biomedische risicofactoren
- Culturele familiale groep (= oorzaken hebben geen duidelijke organische basis en worden
meestal geassocieerd met milde ID)
o Sociale, gedragsmatige en educatieve risicofactoren
Risicofactoren voor ID
-