Chapter 1-4
Chapter 1: Introduction
Sociolinguistics > het leren over taal.
Iedereen kan zijn taalgebruik aanpassen afhankelijk van tegen wie hij/zij
praat. Dit heeft te maken met sociolinguïstische kennis van die persoon.
Verschillende manieren van het analyseren van taal:
- Boeken en archieven
- Audio en video
- Discussies
Vaak is het voor mensen lastig om hun sociolinguïstische vaardigheden uit
te leggen of voorbeelden te geven. Mensen weten vaak niet hoe ze iets
zeggen.
Sociolinguïsten hebben verschillende methodes en doelen, wat ze sowieso
gemeen hebben is dat ze geïnteresseerd zijn in hoe mensen talen
gebruiken en waarvoor ze het gebruiken. Zie het boek bladzijde 3 voor
vragen die sociolinguïsten stellen.
Chapter 2: Variation and language
Variable = een abstracte representatie van de bron van variatie.
Variants = de realisatie van een variable. Nodig om het object zo precies
mogelijk te definiëren.
Constrain = if the distribution of variants is neither random, nor free, and
instead shows systematic correlations with independent factors, those
factors can be said to constrain the variation, or to be the constraints on
the variable.
Free variation = the idea that some variants alternate with each other
without any reliable constraints on their occurrence in a particular context
or by particular speakers. > variatie in spreken kan komen door niet-
linguïstische factoren, bewijs voor gevonden.
Determinisme = het idee dat er een sterk oorzakelijk/causaal verband is
tussen 2 factoren. Als je de een weet, kun je de ander weten.
Binnen de sociolinguïstiek wordt gekeken naar sociale en linguïstische
factoren, wat de naam eigenlijk ook al zegt.
Regional dialectology = het identificeren en indelen van verschillende
variaties in taal op basis van overeenkomsten en verschillen qua spreken
in bepaalde regio’s of gebieden.
Dit is weergegeven in dialectatlassen en tegenwoordig vooral via
computers en digitale kaarten met kleurgebieden.