Hoorcollege 1001 dag - week 1
Wat is pedagogiek?
Opvoedingswetenschap: bestudeert en onderzoekt welke effecten
specifieke opvoedkundige handelingen hebben op de opvoeding van
kinderen. Hulp hier: psychologie, sociologie, levensbeschouwingen.
Opvoedkunde: vaardigheden van de opvoeder
Opvoedingsleer: vergaren van kennis over opvoeding
Wat is opvoeden?
Opvoeden: ‘opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de
ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de
ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht,
grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot
zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige
zelfstandigheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven’.
Sprake van opvoeding als:
- Wederzijds respect tussen ouder en kind
- Veiligheid, vertrouwen, rekenen op, geaccepteerd en ondersteuning
- Uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen
Socialisatie
, Verschil tussen socialisatie en opvoeding:
- Iedereen die in het leven van iemand komt heeft invloed op de
socialisatie, maar niet iedereen heeft invloed op de opvoeding
- Opvoeden (tot 23j) is slechts een klein deel van de socialisatie (hele
leven)
- Opvoeding gaat over de relatie tussen het kind en de opvoeder. Alle
andere mensen hebben invloed op de socialisatie
Socialisatie: proces waarbij een individu vaardigheden en gedrag leert
waarmee hij binnen de maatschappij kan functioneren. Socialisatie is een
proces wat een leven lang duurt.
Doel van socialisatie: het verwerven van de competenties om de rollen
in de samenleving goed te kunnen vervullen. De invulling van deze rollen
is afhankelijk van iemands culturele achtergrond.
Ecologisch model Bronfenbrenner
Het kind staat centraal
Microsysteem: de meest directe omgeving van het kind.
- Gezin, vriendjes, kinderopvang, sportvereniging.
Mesosysteem: de interactie tussen de verschillende microsystemen.
- Contact tussen ouders en school.
Exosysteem: staat niet direct in het contact met het kind maar loopt
meestal via ouders.
- Buurt waarin het kind opgroeit, sociale netwerk ouders, etnische
gemeenschap.
Macrosysteem: nationale invloeden.
Wat is pedagogiek?
Opvoedingswetenschap: bestudeert en onderzoekt welke effecten
specifieke opvoedkundige handelingen hebben op de opvoeding van
kinderen. Hulp hier: psychologie, sociologie, levensbeschouwingen.
Opvoedkunde: vaardigheden van de opvoeder
Opvoedingsleer: vergaren van kennis over opvoeding
Wat is opvoeden?
Opvoeden: ‘opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de
ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de
ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht,
grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot
zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige
zelfstandigheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven’.
Sprake van opvoeding als:
- Wederzijds respect tussen ouder en kind
- Veiligheid, vertrouwen, rekenen op, geaccepteerd en ondersteuning
- Uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen
Socialisatie
, Verschil tussen socialisatie en opvoeding:
- Iedereen die in het leven van iemand komt heeft invloed op de
socialisatie, maar niet iedereen heeft invloed op de opvoeding
- Opvoeden (tot 23j) is slechts een klein deel van de socialisatie (hele
leven)
- Opvoeding gaat over de relatie tussen het kind en de opvoeder. Alle
andere mensen hebben invloed op de socialisatie
Socialisatie: proces waarbij een individu vaardigheden en gedrag leert
waarmee hij binnen de maatschappij kan functioneren. Socialisatie is een
proces wat een leven lang duurt.
Doel van socialisatie: het verwerven van de competenties om de rollen
in de samenleving goed te kunnen vervullen. De invulling van deze rollen
is afhankelijk van iemands culturele achtergrond.
Ecologisch model Bronfenbrenner
Het kind staat centraal
Microsysteem: de meest directe omgeving van het kind.
- Gezin, vriendjes, kinderopvang, sportvereniging.
Mesosysteem: de interactie tussen de verschillende microsystemen.
- Contact tussen ouders en school.
Exosysteem: staat niet direct in het contact met het kind maar loopt
meestal via ouders.
- Buurt waarin het kind opgroeit, sociale netwerk ouders, etnische
gemeenschap.
Macrosysteem: nationale invloeden.