Week 1
Dagvaardingsprocedure
De dagvaardingsprocedure is geregeld in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, deze heeft een
gelaagd systeem. De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg staat in Titel 1.2. In Titel 1.1 (1-77 Rv)
staan algemene bepalingen die voor alle procedures gelden, ook voor de dagvaarding in eerste aanleg,
zoals de beginselen van hoor en wederhoor, en herstelprocedures voor wanneer er fouten zijn gemaakt.
Toernooimodel: gebaseerd op hoor en wederhoor, partijen moeten over en weer op elkaars standpunten
kunnen reageren.
Casus (Gebaseerd op waargebeurde feiten)
De casus komt uit het programma Boos, waarbij een studente boos is op haar huurbaas, omdat hij
weigert achterstallig onderhoud te verrichten. Ze gaan naar zijn kantoor, waar de sfeer al snel grimmig
wordt, de huisbaas wordt kwaad en er ontstaat een gevecht: de cameraman raakt gewond, de camera
gaat kapot, Tim heeft zelf ook een aantal verwondingen, zijn schade is in totaal €30.000. De huisbaas
vindt dat hij geen schadevergoeding hoeft te betalen. Tim heeft dan een vonnis van de rechtbank nodig,
waarin is vastgelegd dat de huisbaas hem €30.000 moet betalen, en wanneer hij dat niet doet, kan Tim
dit met een deurwaarder verkrijgen.
Procesvertegenwoordiging
Art. 79 Rv zegt dat partijen in kantonzaken in persoon kunnen procederen, maar dat ze zich in alle
andere zaken moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat (advocaatzaken). Of een zaak een
kantonzaak is, kan bepaald worden aan de hand van art. 93 Rv.
De zaak tussen Tim en de huisbaas is geen kantonzaak.
De advocaat zal eerst altijd de wederpartij de kans geven
om vrijwillig te betalen. Wanneer hij dat niet doet, zal een
dagvaardingsprocedure moeten beginnen. Hierin gaat het
altijd tussen een eiser en de gedaagde, waarbij Tim de
eiser is, en de huisbaas de gedaagde.
Dagvaardingsexploten
De wet kent veel regels voor een dagvaarding, deze
staan in 45 e.v. RV en 111 e.v. RV. Deze regels zijn er om
te garanderen dat de gedaagde de dagvaarding ontvangt,
en dat alle belangrijke informatie hierin is opgenomen.
Wijzigingen per 1 januari 2025
Het bewijsrecht is veranderd, maar ook art. 111 en 120 Rv zijn enigszins gewijzigd. Aan art. 111 lid 2 Rv
is onderdeel m toegevoegd: de eiser moet de gedaagde in de dagvaarding erop wijzen dat hij de feiten
volledig en naar waarheid moet aanvoeren, er moet worden voldaan aan de waarheidsplicht van art. 21
Rv. In de dagvaarding moet staan dat de feiten vaststaan als de gedaagde de feiten niet of onvoldoende
betwist (art. 49 Rv). Art. 120 Rv is ook gewijzigd, de rechter kan aan het niet naleven van art. 111 lid 3 Rv
de gevolgen verbinden die hij geraden acht. Dit zorgt ervoor dat de rechter meer mogelijkheden krijgt om
maatwerk te leveren.
,De vorm van het exploot
De dagvaarding wordt opgesteld door de advocaat van de
eiser. In de dagvaarding moet staan wat de eiser eist, en de
reden daarvoor. Hiernaast staat een voorbeeld van de
dagvaarding, uit de voorbeeldcasus.
De procedure wordt ingeleid met het exploot, dat is een
schriftelijk verslag van de verrichtingen van de deurwaarder, en
is daarom opgesteld in de ik-vorm. Er wordt een mededeling
gedaan van de ene partij aan de andere partij, en deze wordt
overgedragen door de deurwaarder, die hier dan verslag van
uitbrengt. Dit moet via een exploot gedaan worden, om er
zeker van te zijn dat de wederpartij alle benodigde informatie
heeft. De algemene regeling staat in Titel 1.1, art. 45 e.v., en
deze regels gelden voor alle soorten exploten. Art. 111 e.v.
gelden alleen voor het dagvaardingsexploot.
Een exploot moet worden betekend: de deurwaarder moet
deze volgens de wettelijke regels uitreiken aan de
geadresseerde, deze moet betekend worden door de
deurwaarder aan de gedaagde. Zo komen de stukken met
zekerheid terecht bij de geadresseerde. Sommige gegevens
zijn pas bekend bij het uitreiken van het exploot, deze
gegevens zal de advocaat uit de dagvaarding laten. De open
plekken worden door de deurwaarder ingevuld bij betekening.
De dagvaardingstermijn
Er geldt een minimum dagvaardingstermijn van 7 dagen, art. 114 Rv. Art. 119 Rv geeft aan hoe deze
berekend moet worden: de dag van dagvaarden mag niet worden meegeteld, net als de dag waarop de
zaak voor het eerst dient (roldatum). Als er tussen deze dagen geen 7 dagen zitten, is er op een te korte
termijn gedagvaard.
De wijze van betekening
Art. 46 en 47 Rv geven aan hoe in gewone gevallen de dagvaarding moet worden betekend. De eerste
mogelijkheid is betekenen in persoon (art. 46 lid 1): als de gedaagde thuis is, zal de deurwaarder dit aan
hem uitreiken, aan de geadresseerde zelf. Betekening in persoon mag overal plaatsvinden, dat hoeft dus
niet thuis, maar zo zal het wel vaak gaan. Als de gedaagde het exploot weigert aan te nemen is er ook
sprake van betekening in persoon (art. 46 lid 3 Rv), dit geldt alleen voor de geadresseerde zelf, niet voor
een huisgenoot oid. In bepaalde gevallen is het van belang of er wel of niet in persoon is betekend (dit
komt later aan bod).
Art. 46 lid 1 Rv: De tweede mogelijkheid voor betekening is aan een huisgenoot, of een andere
aanwezige op het adres van de geadresseerde. Deze moet er dan voor zorgen dat het exploot bij de
geadresseerde terechtkomt. Art. 47 lid 1: De derde mogelijkheid is betekening door een gesloten
envelop in de brievenbus, dit kan wanneer er niemand thuis is. De vierde mogelijkheid is verzending per
post, voor wanneer betekening niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer er een gevaarlijke hond op het erf
loopt.
,Inhoudseisen dagvaarding
De regels waaraan de dagvaarding moet voldoen staan in Titel 1.2 (eerste aanleg), en titel 1.4
(dagvaarding). In art. 111 Rv staan de eisen waaraan de dagvaarding moet voldoen. Het exploot is de
aankondiging van de procedure, van de gedaagde aan de eiser, overgebracht door de deurwaarder. Er
moet ook aan de eisen van art. 45 Rv worden voldaan.
Eisen van art. 45 Rv, per onderdeel:
a. Datum betekening – de datum waarop de deurwaarder het exploot overhandigt aan de
gedaagde, vanaf deze datum is de procedure aanhangig volgens art. 125 lid 1 Rv.
b. Persoonsgegevens eiser: (voor)naam + woonplaats eiser
c. Gegevens deurwaarder: (voor)naam + kantooradres
d. Persoonsgegevens gedaagde: naam + woonplaats
e. Naam + hoedanigheid van degene aan wie het afschrift van het exploot is achtergelaten. Het is
volgens art. 46 en 47 Rv niet nodig dat het exploot aan de geadresseerde wordt achtergelaten,
dit kan ook aan een huisgenoot of iemand die op zijn adres aanwezig is. Het
dagvaardingsexploot wordt ondertekend door de deurwaarder (lid 5).
Eisen van art. 111 lid 2 Rv, per onderdeel:
a. Domiciliekeuze: de eiser moet een woonplaats kiezen, de rechter kan dan altijd op een
eenvoudige manier stukken toesturen aan de eiser. Bij advocaatzaken wordt aan dit vereiste
voldaan door het stellen van een advocaat (art. 79 lid 2 Rv)
Voor de onderdelen b, c, g en h moet eerst worden bepaald of de zaak in persoon kan worden
geprocedeerd. Dit kan achterhaald worden aan de hand van art. 79 en 81 Rv. Art. 93 zegt
bijvoorbeeld dat alle arbeidszaken worden behandeld voor de kantonrechter. De eiser is dan niet
verplicht om in persoon te procederen, ze mag zich laten vertegenwoordigen door een
gemachtigde. Dit kan in beginsel iedere volwassene zijn.
b. Bij vertegenwoordiging door een gemachtigde bepaalt onderdeel b dat de naam en het adres van
de gemachtigde in de dagvaarding moeten worden opgenomen.
c. Voor zaken waarbij niet in persoon kan worden geprocedeerd (art. 79 lid 2/93 Rv) – de naam en
het kantooradres van de advocaat moeten worden genoemd
d. De dagvaarding moet de eis en de gronden bevatten. De eiser moet zijn eis ook feitelijk
onderbouwen, deze onderbouwde feiten moeten naar volledigheid en naar waarheid worden
aangevoerd. Hierbij is geen juridische onderbouwing vereist.
e. In de dagvaarding moet staan welke rechter de zaak behandeld, en waar de stukken kunnen
worden ingediend
f. De dagvaarding moet een roldatum bevatten. De rol is het register van de rechtbank waar alle
zaken op staan, bijgehouden door de griffier. Hierop staan welke proceshandelingen al zijn
verricht, en welke aanstaande zijn. De rol wordt iedere week op een vast moment behandeld.
i. Rolbehandeling in kantonzaken – zowel schriftelijk als mondeling geprocedeerd. In
kantonzaken wordt altijd een rolzitting gehouden, deze datum en uur moeten dan ook in
de dagvaarding worden opgenomen
ii. Rolbehandeling in advocaatzaken – hierbij kan alleen schriftelijk worden geprocedeerd,
er wordt dan geen rolzitting gehouden, er hoeft alleen een roldatum te worden genoemd.
g. Zaak waarbij in persoon kan worden geprocedeerd – de gedaagde moet in persoon of bij
gemachtigde moet verschijnen, en dat hij zowel mondeling als schriftelijk verweer kan voeren
h. De gedaagde moet verschijnen bij advocaat
, (k) Mogelijk moet griffierecht worden betaald, dit is een bijdrage die toekomt aan de staat. Uit de
dagvaarding moet dan blijken of er een griffierecht wordt geheven, wanneer deze dan moet
worden betaald, in welke regeling de gedaagde de hoogte van het griffierecht kan vinden, en ten
slotte moet er in staan dat de gedaagde in aanmerking kan komen op een verlaagd griffierecht
indien hij onvermogend is. In kantonzaken is de gedaagde geen griffierecht verschuldigd.
i. (i) Geeft aan wat het gevolg is als de gedaagde niet / niet op tijd / niet op de juiste wijze in de
procedure verschijnt (slaat op de onderdelen g, h en k). Het gevolg staat in art. 139 Rv, en is in
beginsel de toewijzing van de eis.
j. (Geldt alleen wanneer er meerdere gedaagden zijn) Er moet in de dagvaarding staan wat het
gevolg is als niet alle gedaagden verschijnen, dit gevolg staat in art. 140 RV. Dit gevolg is dat
tegen de niet verschenen gedaagden verstek wordt verleend. Het vonnis geldt voor alle
gedaagden, ook voor degenen die niet zijn verschenen.
k. De gedaagden hoeven maar 1 keer griffierecht te betalen, mits ze bij dezelfde advocaat
verschijnen en een gelijkluidend verweer voeren.
De vereisten van art. 111 lid 3 Rv (de waarheidsplicht):
1. Substantiëringsplicht: de verweren van de gedaagde moeten al in de dagvaarding worden
opgenomen. Er is doorgaans voorafgaand aan de procedure al gecommuniceerd, vandaar dat de
eiser deze redenen wel zal weten.
2. Bewijsaandraagplicht: in de dagvaarding moet de eiser de bewijsmiddelen en de getuigen al
opnemen, die hij in de zaak naar voren zal brengen.
Als er niet aan alle inhoudseisen is voldaan, hangt het af van 3 omstandigheden wat de gevolgen zijn: de
soort fout, het moment van ontdekking, en of de gedaagde in de procedure zal verschijnen.
Art. 120 lid 1 Rv geeft de hoofdregel: als er niet is voldaan aan de vereisten is de sanctie
nietigverklaring van de dagvaarding. Hierbij is een uitzondering in lid 4, als er niet is voldaan aan de
substantiëringsplicht en de bewijsaandraagplicht (art. 120 lid 3 Rv), heeft dit geen gevolgen. De rechter
kan dan alleen de eiser opdragen de ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken.
Dagvaardingsprocedure
De dagvaardingsprocedure is geregeld in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, deze heeft een
gelaagd systeem. De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg staat in Titel 1.2. In Titel 1.1 (1-77 Rv)
staan algemene bepalingen die voor alle procedures gelden, ook voor de dagvaarding in eerste aanleg,
zoals de beginselen van hoor en wederhoor, en herstelprocedures voor wanneer er fouten zijn gemaakt.
Toernooimodel: gebaseerd op hoor en wederhoor, partijen moeten over en weer op elkaars standpunten
kunnen reageren.
Casus (Gebaseerd op waargebeurde feiten)
De casus komt uit het programma Boos, waarbij een studente boos is op haar huurbaas, omdat hij
weigert achterstallig onderhoud te verrichten. Ze gaan naar zijn kantoor, waar de sfeer al snel grimmig
wordt, de huisbaas wordt kwaad en er ontstaat een gevecht: de cameraman raakt gewond, de camera
gaat kapot, Tim heeft zelf ook een aantal verwondingen, zijn schade is in totaal €30.000. De huisbaas
vindt dat hij geen schadevergoeding hoeft te betalen. Tim heeft dan een vonnis van de rechtbank nodig,
waarin is vastgelegd dat de huisbaas hem €30.000 moet betalen, en wanneer hij dat niet doet, kan Tim
dit met een deurwaarder verkrijgen.
Procesvertegenwoordiging
Art. 79 Rv zegt dat partijen in kantonzaken in persoon kunnen procederen, maar dat ze zich in alle
andere zaken moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat (advocaatzaken). Of een zaak een
kantonzaak is, kan bepaald worden aan de hand van art. 93 Rv.
De zaak tussen Tim en de huisbaas is geen kantonzaak.
De advocaat zal eerst altijd de wederpartij de kans geven
om vrijwillig te betalen. Wanneer hij dat niet doet, zal een
dagvaardingsprocedure moeten beginnen. Hierin gaat het
altijd tussen een eiser en de gedaagde, waarbij Tim de
eiser is, en de huisbaas de gedaagde.
Dagvaardingsexploten
De wet kent veel regels voor een dagvaarding, deze
staan in 45 e.v. RV en 111 e.v. RV. Deze regels zijn er om
te garanderen dat de gedaagde de dagvaarding ontvangt,
en dat alle belangrijke informatie hierin is opgenomen.
Wijzigingen per 1 januari 2025
Het bewijsrecht is veranderd, maar ook art. 111 en 120 Rv zijn enigszins gewijzigd. Aan art. 111 lid 2 Rv
is onderdeel m toegevoegd: de eiser moet de gedaagde in de dagvaarding erop wijzen dat hij de feiten
volledig en naar waarheid moet aanvoeren, er moet worden voldaan aan de waarheidsplicht van art. 21
Rv. In de dagvaarding moet staan dat de feiten vaststaan als de gedaagde de feiten niet of onvoldoende
betwist (art. 49 Rv). Art. 120 Rv is ook gewijzigd, de rechter kan aan het niet naleven van art. 111 lid 3 Rv
de gevolgen verbinden die hij geraden acht. Dit zorgt ervoor dat de rechter meer mogelijkheden krijgt om
maatwerk te leveren.
,De vorm van het exploot
De dagvaarding wordt opgesteld door de advocaat van de
eiser. In de dagvaarding moet staan wat de eiser eist, en de
reden daarvoor. Hiernaast staat een voorbeeld van de
dagvaarding, uit de voorbeeldcasus.
De procedure wordt ingeleid met het exploot, dat is een
schriftelijk verslag van de verrichtingen van de deurwaarder, en
is daarom opgesteld in de ik-vorm. Er wordt een mededeling
gedaan van de ene partij aan de andere partij, en deze wordt
overgedragen door de deurwaarder, die hier dan verslag van
uitbrengt. Dit moet via een exploot gedaan worden, om er
zeker van te zijn dat de wederpartij alle benodigde informatie
heeft. De algemene regeling staat in Titel 1.1, art. 45 e.v., en
deze regels gelden voor alle soorten exploten. Art. 111 e.v.
gelden alleen voor het dagvaardingsexploot.
Een exploot moet worden betekend: de deurwaarder moet
deze volgens de wettelijke regels uitreiken aan de
geadresseerde, deze moet betekend worden door de
deurwaarder aan de gedaagde. Zo komen de stukken met
zekerheid terecht bij de geadresseerde. Sommige gegevens
zijn pas bekend bij het uitreiken van het exploot, deze
gegevens zal de advocaat uit de dagvaarding laten. De open
plekken worden door de deurwaarder ingevuld bij betekening.
De dagvaardingstermijn
Er geldt een minimum dagvaardingstermijn van 7 dagen, art. 114 Rv. Art. 119 Rv geeft aan hoe deze
berekend moet worden: de dag van dagvaarden mag niet worden meegeteld, net als de dag waarop de
zaak voor het eerst dient (roldatum). Als er tussen deze dagen geen 7 dagen zitten, is er op een te korte
termijn gedagvaard.
De wijze van betekening
Art. 46 en 47 Rv geven aan hoe in gewone gevallen de dagvaarding moet worden betekend. De eerste
mogelijkheid is betekenen in persoon (art. 46 lid 1): als de gedaagde thuis is, zal de deurwaarder dit aan
hem uitreiken, aan de geadresseerde zelf. Betekening in persoon mag overal plaatsvinden, dat hoeft dus
niet thuis, maar zo zal het wel vaak gaan. Als de gedaagde het exploot weigert aan te nemen is er ook
sprake van betekening in persoon (art. 46 lid 3 Rv), dit geldt alleen voor de geadresseerde zelf, niet voor
een huisgenoot oid. In bepaalde gevallen is het van belang of er wel of niet in persoon is betekend (dit
komt later aan bod).
Art. 46 lid 1 Rv: De tweede mogelijkheid voor betekening is aan een huisgenoot, of een andere
aanwezige op het adres van de geadresseerde. Deze moet er dan voor zorgen dat het exploot bij de
geadresseerde terechtkomt. Art. 47 lid 1: De derde mogelijkheid is betekening door een gesloten
envelop in de brievenbus, dit kan wanneer er niemand thuis is. De vierde mogelijkheid is verzending per
post, voor wanneer betekening niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer er een gevaarlijke hond op het erf
loopt.
,Inhoudseisen dagvaarding
De regels waaraan de dagvaarding moet voldoen staan in Titel 1.2 (eerste aanleg), en titel 1.4
(dagvaarding). In art. 111 Rv staan de eisen waaraan de dagvaarding moet voldoen. Het exploot is de
aankondiging van de procedure, van de gedaagde aan de eiser, overgebracht door de deurwaarder. Er
moet ook aan de eisen van art. 45 Rv worden voldaan.
Eisen van art. 45 Rv, per onderdeel:
a. Datum betekening – de datum waarop de deurwaarder het exploot overhandigt aan de
gedaagde, vanaf deze datum is de procedure aanhangig volgens art. 125 lid 1 Rv.
b. Persoonsgegevens eiser: (voor)naam + woonplaats eiser
c. Gegevens deurwaarder: (voor)naam + kantooradres
d. Persoonsgegevens gedaagde: naam + woonplaats
e. Naam + hoedanigheid van degene aan wie het afschrift van het exploot is achtergelaten. Het is
volgens art. 46 en 47 Rv niet nodig dat het exploot aan de geadresseerde wordt achtergelaten,
dit kan ook aan een huisgenoot of iemand die op zijn adres aanwezig is. Het
dagvaardingsexploot wordt ondertekend door de deurwaarder (lid 5).
Eisen van art. 111 lid 2 Rv, per onderdeel:
a. Domiciliekeuze: de eiser moet een woonplaats kiezen, de rechter kan dan altijd op een
eenvoudige manier stukken toesturen aan de eiser. Bij advocaatzaken wordt aan dit vereiste
voldaan door het stellen van een advocaat (art. 79 lid 2 Rv)
Voor de onderdelen b, c, g en h moet eerst worden bepaald of de zaak in persoon kan worden
geprocedeerd. Dit kan achterhaald worden aan de hand van art. 79 en 81 Rv. Art. 93 zegt
bijvoorbeeld dat alle arbeidszaken worden behandeld voor de kantonrechter. De eiser is dan niet
verplicht om in persoon te procederen, ze mag zich laten vertegenwoordigen door een
gemachtigde. Dit kan in beginsel iedere volwassene zijn.
b. Bij vertegenwoordiging door een gemachtigde bepaalt onderdeel b dat de naam en het adres van
de gemachtigde in de dagvaarding moeten worden opgenomen.
c. Voor zaken waarbij niet in persoon kan worden geprocedeerd (art. 79 lid 2/93 Rv) – de naam en
het kantooradres van de advocaat moeten worden genoemd
d. De dagvaarding moet de eis en de gronden bevatten. De eiser moet zijn eis ook feitelijk
onderbouwen, deze onderbouwde feiten moeten naar volledigheid en naar waarheid worden
aangevoerd. Hierbij is geen juridische onderbouwing vereist.
e. In de dagvaarding moet staan welke rechter de zaak behandeld, en waar de stukken kunnen
worden ingediend
f. De dagvaarding moet een roldatum bevatten. De rol is het register van de rechtbank waar alle
zaken op staan, bijgehouden door de griffier. Hierop staan welke proceshandelingen al zijn
verricht, en welke aanstaande zijn. De rol wordt iedere week op een vast moment behandeld.
i. Rolbehandeling in kantonzaken – zowel schriftelijk als mondeling geprocedeerd. In
kantonzaken wordt altijd een rolzitting gehouden, deze datum en uur moeten dan ook in
de dagvaarding worden opgenomen
ii. Rolbehandeling in advocaatzaken – hierbij kan alleen schriftelijk worden geprocedeerd,
er wordt dan geen rolzitting gehouden, er hoeft alleen een roldatum te worden genoemd.
g. Zaak waarbij in persoon kan worden geprocedeerd – de gedaagde moet in persoon of bij
gemachtigde moet verschijnen, en dat hij zowel mondeling als schriftelijk verweer kan voeren
h. De gedaagde moet verschijnen bij advocaat
, (k) Mogelijk moet griffierecht worden betaald, dit is een bijdrage die toekomt aan de staat. Uit de
dagvaarding moet dan blijken of er een griffierecht wordt geheven, wanneer deze dan moet
worden betaald, in welke regeling de gedaagde de hoogte van het griffierecht kan vinden, en ten
slotte moet er in staan dat de gedaagde in aanmerking kan komen op een verlaagd griffierecht
indien hij onvermogend is. In kantonzaken is de gedaagde geen griffierecht verschuldigd.
i. (i) Geeft aan wat het gevolg is als de gedaagde niet / niet op tijd / niet op de juiste wijze in de
procedure verschijnt (slaat op de onderdelen g, h en k). Het gevolg staat in art. 139 Rv, en is in
beginsel de toewijzing van de eis.
j. (Geldt alleen wanneer er meerdere gedaagden zijn) Er moet in de dagvaarding staan wat het
gevolg is als niet alle gedaagden verschijnen, dit gevolg staat in art. 140 RV. Dit gevolg is dat
tegen de niet verschenen gedaagden verstek wordt verleend. Het vonnis geldt voor alle
gedaagden, ook voor degenen die niet zijn verschenen.
k. De gedaagden hoeven maar 1 keer griffierecht te betalen, mits ze bij dezelfde advocaat
verschijnen en een gelijkluidend verweer voeren.
De vereisten van art. 111 lid 3 Rv (de waarheidsplicht):
1. Substantiëringsplicht: de verweren van de gedaagde moeten al in de dagvaarding worden
opgenomen. Er is doorgaans voorafgaand aan de procedure al gecommuniceerd, vandaar dat de
eiser deze redenen wel zal weten.
2. Bewijsaandraagplicht: in de dagvaarding moet de eiser de bewijsmiddelen en de getuigen al
opnemen, die hij in de zaak naar voren zal brengen.
Als er niet aan alle inhoudseisen is voldaan, hangt het af van 3 omstandigheden wat de gevolgen zijn: de
soort fout, het moment van ontdekking, en of de gedaagde in de procedure zal verschijnen.
Art. 120 lid 1 Rv geeft de hoofdregel: als er niet is voldaan aan de vereisten is de sanctie
nietigverklaring van de dagvaarding. Hierbij is een uitzondering in lid 4, als er niet is voldaan aan de
substantiëringsplicht en de bewijsaandraagplicht (art. 120 lid 3 Rv), heeft dit geen gevolgen. De rechter
kan dan alleen de eiser opdragen de ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken.