Gedragsverandering en modellen voor coaching
Factoren die invloed hebben op beweeggedrag worden verdeeld over de
volgende groepen:
Demografisch en biologisch
Psychologisch
Gedrag en vaardigheden
Sociaal en cultureel
Omgeving
Activiteiten
De verbanden worden uitgedrukt in de volgende waarden:
++ = herhaaldelijk gevonden positieve verbanden
+ = zwak/geen eenduidig gevonden positieve verbanden
00 = herhaaldelijk bewijs voor geen verband
0 = zwak/geen eenduidig verband
-- = herhaaldelijk gevonden negatieve verbanden
- = zwak/geen eenduidig gevonden negatieve verbanden
ND = geen gegevens beschikbaar
Positief verband = als de ene factor toeneemt, dan neemt de andere ook toe.
Negatief verband = Als het ene toeneemt, neemt het andere af.
Theorie van gepland gedrag
Attitude: welk effect wordt verwacht
Subjectieve normen: wat vinden anderen?
Waargenomen gedragscontrole / eigen effectiviteit: Schat je jezelf vaardig
genoeg
Zelfdeterminatietheorie
Autonomie: de behoefte van mensen om controle uit te kunnen oefenen
over hun eigen gedrag en daarbij zelf keuzes te maken.
Competentie: het gevoel van effectiviteit in de voortdurende interactie
met de sociale omgeving.
Verbondenheid: het gevoel van verbintenis met anderen, de zorg voor
anderen en het worden verzorgd door anderen.
,Amotivat Extrinsieke motivatie Intrinsiek
ie e
motivatie
Geen Extern Zelf- Zelf- Zelf- Volledig
gedrag bepaald opgenome geïndentifice geïntegree zelf-
n erd rd bepaald
Verkrijgen Voorkomen Verbeteren Verbeteren Plezier,
van van van uiterlijk van bevredigin
beloning of schuldgevo gezondhei g
voorkomen el d
van een
straf
Extern bepaald: dit wordt vertoond vanwege ene mogelijke beloning of
het ontlopen van een straf.
Zelf-opgenomen: dit speelt wanneer iemand gedrag vertoont als gevolg
van inwendige druk.
Zelf-geïdentificeerd: de uitkomst van het gedrag is voor de persoon van
groot belang.
Zelf-geïntegreerd: de doelen zijn door de persoon omarmt, ook al zijn ze
nog steeds extrinsiek.
Het transtheoretische model (TTM) voor gedragsverandering
Het huidige model bestaat uit vier pijlers:
Fasen van verandering
Beslissingsbalans
Zelf-effectiviteit
Processen van verandering
Fasen van verandering
Fase Omschrijving Korte
aanduiding
Niet nadenken Personen die momenteel geen intentie “Ik zal/kan
hebben en niet nadenken om hun niet”
gedrag te veranderen
Nadenken Personen die op dit moment wel “Ik zou
nadenken om in de nabije toekomst hun wellicht…”
gedrag te veranderen
Voorbereiding Personen die zich voorbereiden om hun “Ik zal”
gedrag te veranderen (ruwweg binnen
30 dagen).
Actie Personen die een verandering in hun “Ik doe het”
gedrag hebben gerealiseerd (korter dan
6 maanden) en dus recent zijn
veranderd
Onderhouden Personen die reeds geruime tijd hun “Ik ga door”
gedrag hebben veranderd, voor
minimaal 6 maanden
Terugval Personen die terugvallen in het oude “Ik deed”
gedrag, waarmee een terugkeer
mogelijk is naar eerdere fasen.
Beslissingsbalans
, De beslissingsbalans weerspiegelt de relatieve weging van de voor- en nadelen
van het veranderen bij het individu. Het model kent 4 categorieën van voor- en
nadelen:
Voordelen voor jezelf
Voordelen voor anderen
Nadelen voor jezelf
Nadelen voor anderen
De voor- en nadelen ontwikkelen zich over de fasen van verandering.
Zelf-effectiviteit
Zelf-effectiviteitsverwachtingen: dit betreft de verwachtingen van een
persoon om een specifieke activiteit te kunnen volbrengen.
Resultaatverwachtingen: hierbij gaat het om de uitkomsten van het
specifieke gedrag. Welke resultaten denkt de persoon met het gedrag te
kunnen bereiken?
Resultaatwaardering: hier gaat het erom hoe de persoon de te
verwachten uitkomsten waardeert.
Je zelf-effectiviteit komt tot stand door 4 factoren:
Je eigen eerdere ervaringen in het vertonen van specifiek gedrag
Referent ervaringen (anderen met soortgelijk gedrag)
Verbale overtuigingskracht (van bijvoorbeeld een coach)
Persoonlijke fysieke responses en ervaringen.
Ook de zelf-effectiviteit ontwikkeld zich over de fasen van verandering.
Processen van verandering
Vijf cognitieve processen:
Toename van bewustzijn: bewustzijn over oorzaken en gevolgen
Emotionele uitingen: verhoogde emotionele ervaringen t.a.v. het
gewenste gedrag
Herevaluatie omgeving: wijze waarop een persoonlijke gewoonte wordt
beïnvloed door iemands sociale omgeving
Zelfevaluatie: een persoon gaat zijn eigen waarden en normen
heroverwegen
Sociale bevrijding: mensen worden bewust gemaakt van de
mogelijkheden voor alternatieve gedragingen in de maatschappij
Vijf gedragsmatige processen:
Alternatieve conditionering: het vervangen van het ene gedrag voor
het andere gedrag
Sociale steun: inschakelen van steun van relaties om de verandering te
ondersteunen
Bekrachtigingsmanagement: mensen gaan strategieën toepassen om
zichzelf te belonen bij goed gedrag
Zelfbevrijding: het geloof dat men kan veranderen, de inzet en het
commitment
Stimulus controle: de persoon creëert een omgeving met alternatieven
voor ongezonde gewoonten en zorgt voor stimulus voor gezondere
alternatieven
Gedragsstrategieën
Niet-nadenken (precontemplatie)