100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten
logo-home
Samenvatting Staats- en bestuursrecht tentamen bundel (ook met jurisprudentie) €10,16
In winkelwagen

Samenvatting

Samenvatting Staats- en bestuursrecht tentamen bundel (ook met jurisprudentie)

 0 keer verkocht

Dit document is een samenvatting van alle tentamenstof van het vak staats en bestuursrecht. Hier staat ook alle jurisprudentie in uitgewerkt bij de onderwerpen waar ze horen.

Voorbeeld 4 van de 37  pagina's

  • 13 maart 2025
  • 37
  • 2024/2025
  • Samenvatting
Alle documenten voor dit vak (3)
avatar-seller
yonikranen1
Samenvatting staats- en bestuursrecht literatuur
Probleem 1: Democratische rechtsstaat

Leerdoel 1: Wat is de trias politica en hoe heeft dat in Nederland vorm gekregen?
De trias politica is een principe van machtenscheiding, geïntroduceerd door Montesquieu. Het idee is dat de macht
verdeeld moet zijn over drie organen om machtsmisbruik te voorkomen:
1.​ Wetgevende macht: Maakt wetten. In Nederland is dit de Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer).
2.​ Uitvoerende macht: Voert wetten uit. Dit is de regering (koning en ministers).
3.​ Rechterlijke macht: Oordeelt over de toepassing van wetten. Dit zijn de rechters.
Nederland heeft de machtenscheiding in de grondwet opgenomen, art. 116 en 117 Gw, die de onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht regelen. De drie machten controleren elkaar door een systeem van checks and balances (=ieder
heeft hierbij zijn eigen macht en verantwoordelijkheid):
●​ Het parlement controleert de regering, bijvoorbeeld via moties en parlementaire enquêtes.
●​ De rechterlijke macht controleert wetten en besluiten en kan deze toetsen aan internationale verdragen.
●​ De regering en Staten-Generaal beïnvloeden de rechterlijke macht door wetgeving en benoemingen.
Daarnaast zorgt de verdeling van bevoegdheden tussen nationale en lokale overheden (zoals gemeenten en provincies)
voor verdere spreiding van de macht. Zo blijft het bestuur in balans en wordt voorkomen dat één groep te veel macht
krijgt.


Leerdoel 2: Wat is de democratische rechtsstaat?

Democratische Rechtsstaat

Democratie is een bestuursvorm waarin burgers invloed Een rechtsstaat betekent dat de overheid zich aan regels
hebben op de besluitvorming. Dit komt tot uiting in: moet houden en dat burgers beschermd worden tegen
1.​ Actief en passief kiesrecht: machtsmisbruik. Aspecten:
a.​ Actief kiesrecht: het recht om zelf te stemmen 1.​ Grondrechten: De staat respecteert de rechten van
bij verkiezingen individuen en instellingen, zoals vrijheid van
b.​ Passief kiesrecht: het recht om jezelf godsdienst, meningsuiting en privacy, en beschermt
verkiesbaar te stellen en gekozen te worden. minderheden tegen tirannie van de meerderheid.
2.​ Openheid voor machtswisseling: het moet 2.​ Algemene regels (rechtszekerheid): Het optreden
duidelijk zijn hoe lang de verkozenen hun functie van de overheid moet gebaseerd zijn op duidelijke en
kunnen uitoefenen en niet altijd dezelfde mensen algemene regels die zorgen voor rechtszekerheid en
aan de macht blijven gelijke behandeling van burgers.
3.​ Centrale rol van het parlement: De 3.​ Legaliteitsbeginsel: De bevoegdheden van de staat
volksvertegenwoordiging dient een beslissende stem moeten door een ander orgaan worden vastgesteld
te hebben bij het vaststellen van de wetgeving. om te voorkomen dat de staat zijn eigen macht
vergroot.
4.​ Toegang tot een onafhankelijke rechter:
Geschillen tussen burgers en de staat moeten
worden opgelost door een onafhankelijke rechter
voor een eerlijke afweging van belangen.


De democratische rechtsstaat is een staatsvorm waarin zowel democratische principes als rechtsstatelijke waarborgen
samenkomen. Dit betekent dat burgers invloed hebben op het bestuur én beschermd worden tegen machtsmisbruik door
de overheid. In een democratische rechtsstaat werken verschillende organen samen en controleren ze elkaar. Hieruit
komen een paar belangrijke grondregels voor het bestuur voort. Deze grondregels behoren niet tot het positieve recht:
het zijn beginselen voor hoe deze organen moeten functioneren:
2 grondregels:

,●​ Eerste grondregel: ‘Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet’ : legaliteitsbeginsel. Het bestuur en
de rechterlijke macht kunnen alleen dwang uitoefenen als dit expliciet door de wet is toegestaan. Dit voorkomt
machtsmisbruik. Elke handeling moet altijd gebaseerd zijn op de wet. Dit is het "legaliteitsbeginsel," wat betekent dat
alle overheidsmaatregelen wettelijk geregeld moeten zijn. Dit systeem van controles zorgt ervoor dat de regering en
de rechterlijke macht niet te veel macht krijgen, wat essentieel is voor een rechtsstaat.


↳ ARREST Schending Legaliteitsbeginsel OER (legaliteitsbeginsel)
In dit arrest gaat het om een examinator die heeft bepaald dat de appellant geen 0.5 punt bij zijn cijfer krijgt. Dit
heeft hij bepaald op grond van de aanwezigheidsregel in de OER, maar deze biedt alleen grondslag voor
schriftelijke en mondelijke examens. Aanwezigheid is geen onderdeel van het tentamen en valt daarom niet onder
deze regeling in de OER. De OER biedt dus geen grondslag voor aanwezigheid als onderdeel van een tentamen.
De examinator is bij zijn besluit buiten de grenzen van zijn bevoegdheden getreden, omdat er geen grondslag in
de regeling voor zijn besluit was. Dit is dus in strijd met het legaliteitsbeginsel als eerste grondregel van de
democratische rechtsstaat.


↳ ARREST Avondklok (legaliteitsbeginsel)
De zaak ging over de invoering van de avondklok op basis van de Wbbbg tijdens de COVID-19-pandemie.
Viruswaarheid betoogde dat dit in strijd was met het legaliteitsbeginsel, omdat de wet alleen zou gelden voor
bedreigingen van de openbare orde en niet voor volksgezondheid.
r.o.3.1.3: De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever bewust geen specifieke definitie heeft gegeven voor
"buitengewone omstandigheden" in de Wbbbg, juist omdat niet elke mogelijke crisis kan worden voorzien.
Hierdoor kan de verspreiding van een virus worden gezien als een buitengewone omstandigheid.
r.o.3.2.2: De Hoge Raad benadrukte dat de Wbbbg de regering de bevoegdheid geeft om in buitengewone
omstandigheden direct maatregelen te treffen, zonder voorafgaande parlementaire goedkeuring. Achteraf vindt er
wel controle plaats door het parlement. Hierdoor is er geen schending van het legaliteitsbeginsel.
De Hoge Raad concludeerde dat het legaliteitsbeginsel niet was geschonden omdat de Wbbbg voldoende
wettelijke basis biedt voor de invoering van de avondklok onder buitengewone omstandigheden. Hiermee werd het
cassatieberoep van Viruswaarheid verworpen, en werd bevestigd dat de avondklok rechtmatig was ingesteld.


●​ Tweede grondregel: ‘Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te zijn of zonder
dat op die uitoefening controle bestaat’ : verantwoordingsplicht of controle. Iedereen die bevoegdheden uitoefent,
moet verantwoording afleggen over hoe en waarom ze die bevoegdheid hebben gebruikt. Als er geen
verantwoording is, zorgt openbaarheid (zoals bij rechtszittingen) voor transparantie.
○​ 7 Verschillende vormen verantwoordingsplicht:
1.​ Politieke verantwoordingsplicht: Bestuurlijke organen zoals ministers en burgemeesters, moeten uitleg
geven aan de mensen die namens de bevolking beslissen (vertegenwoordigende organen), zoals het
parlement of de gemeenteraad. De bestuurlijke organen moeten vragen beantwoorden, in debat gaan en
kunnen aftreden als het vertrouwen in hen weg is.
2.​ Ambtelijke ondergeschiktheid: Ambtenaren die bepaalde bevoegdheden hebben zijn verantwoording
schuldig aan hun chefs. Als ze hun werk niet goed doen, kan dit tot disciplinaire maatregelen leiden.
Bewindspersonen vallen niet onder deze regel.
3.​ Bestuurlijk toezicht: Soms controleert een bestuursorgaan een ander orgaan. Preventief toezicht
betekent dat vooraf toestemming nodig is voor een bepaalde handeling. Repressief toezicht betekent dat
een hoger bestuursorgaan een beslissing van een lager bestuursorgaan achteraf kan corrigeren.
4.​ Strafrechtelijke verantwoordelijkheid: Gezagsdragers kunnen strafrechtelijk verantwoordelijk zijn voor
hun daden. Dit is alleen mogelijk als een strafbepaling de gedragingen strafbaar stelt
5.​ Beroep: De meeste besluiten van bestuursorganen zijn vatbaar voor beroep. Dit beroep kan alleen worden
ingesteld bij een onafhankelijke rechter.
6.​ Burgerlijke rechter: Als je niet in beroep kunt bij de bestuursrechter, kun je naar de burgerlijke rechter
stappen en de overheid aanklagen voor onrechtmatig handelen.

, 7.​ Rechterlijke toetsing van wetgeving: Een controle van de rechter op zekere wetgevende organen. De
rechter mag wetten in formele zin niet toetsen aan de Grondwet (art. 120 Gw), het toetsen van lagere
regelingen aan hogere mag wel.


Leerdoel 3: Wat zijn de regering en het kabinet en hoe komen deze organen tot stand?
Regering = koning + ministers (art. 42 lid 1 Gw)
Wanneer de wet eist dat een bepaalde beslissing door de regering genomen moet worden, zegt men dat die beslissing
genomen moet worden ‘bij koninklijk besluit’ (art. 44 lid 1 Gw). Het gaat hierbij om een door de koning ondertekend
besluit (art. 32 Gw). Volgens art. 47 Gw moeten alle wetten en koninklijke besluiten door de koning en door één of meer
ministers of staatssecretarissen ondertekend worden (=contraseign)
Functie= uitvoeren wetten

Kabinet = ministers + staatssecretarissen (worden benoemd bij koninklijk besluit)
Het kabinet voert wetten uit en bestuurt het land. Het wordt gevormd na verkiezingen in de kabinetsformatie (RvOTK):
De formatie van een kabinet gebeurt in meerdere stappen:
1.​ verkiezingen: de zetelverdeling in de Tweede Kamer bepaald welke partijen een coalitie kunnen vormen
2.​ informateur en formateur worden benoemd:
a.​ informateur: onderzoekt welke partijen willen en kunnen samenwerken en op welke thema’s
b.​ formateur: (meestal de toekomstige premier) stelt het kabinet samen
3.​ benoeming van ministers en staatssecretarissen: als er een akkoord is worden de ministers en
staatssecretarissen officieel benoemd. De koning moet alles ondertekenen.
Formatie mislukt? → Het formatieproces wordt opnieuw gestart.

Ministerraad: De ministers vormen de ministerraad → minister-president is de voorzitter van de ministerraad (art. 45 Gw)

2 verschillende kabinetten:
●​ meerderheidskabinet: bestaat uit partijen die samen een meerderheid in de Tweede Kamer hebben. Dit maakt
regeren stabieler
●​ minderheidskabinet: heeft geen meerderheid en moet per voorstel steun zoeken bij andere partijen. Dit maakt
regeren moeilijker.


Leerdoel 4: Wat zijn de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, wat is hun functie en hoe worden ze gekozen?

Staten generaal = Tweede kamer + Eerste Kamer

Samenstelling en functie ●​ De Tweede Kamer bestaat uit 150 ●​ De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden
leden (art. 51 lid 2 Gw). (art. 51 lid 3 Gw)
●​ De leden worden rechtstreeks ●​ De leden worden gekozen door de
gekozen door de Nederlandse burgers leden van de provinciale staten (art.
die 18 jaar of ouder zijn (art. 54 lid 1 55 lid 1 Gw). Door middel van
Gw). getrapte verkiezingen.
●​ De Tweede Kamer heeft de rechten ●​ De Eerste Kamer fungeert als een
van initiatief en amendement, wat soort kamer van revisie, die
betekent dat zij wetsvoorstellen kan wetsvoorstellen die door de Tweede
indienen en wijzigen. Kamer zijn goedgekeurd,
●​ Het is de kamer die actief betrokken is heroverweegt en goed- of afkeurt.
bij het wetgevingsproces. ●​ De Eerste Kamer kan geen
amendementen indienen.
●​ De Eerste Kamer keurt
wetsvoorstellen goed of af, maar kan
ze niet wijzigen. Hun taak is het
toetsen van de wetsvoorstellen op
grond van formele en inhoudelijke
eisen.

, Verkiezing De Tweede Kamer wordt om de vier jaar Leden van de Eerste Kamer worden
gekozen. Leden zijn gekozen op basis van indirect gekozen door de leden van de
evenredige vertegenwoordiging (art. 53 Provinciale Staten van Nederland.
lid 1 Gw), waarbij partijen zetels krijgen op
basis van het aantal stemmen dat zij
behalen.

Zittingsduur Kamerleden blijven vier jaar in functie, Kamerleden blijven vier jaar in functie,
tenzij er tussentijdse verkiezingen zijn (art. tenzij er tussentijdse verkiezingen zijn (art.
52 Gw). 52 Gw).


Beide kamers moeten instemmen met wetsvoorstellen om ze goed te keuren, waardoor hun functies complementair zijn.
De Tweede Kamer speelt een actievere rol in het initiëren en wijzigen van wetten, terwijl de Eerste Kamer vooral als
controlerende en heroverwegende instantie fungeert.

Verschillende kiesstelsels
●​ Het meerderheidsstelsel: de kandidaat met de meeste stemmen wint. Dit kan leiden tot een scheve
vertegenwoordiging, waar kleinere partijen weinig zetels krijgen. Een variant is het absolute meerderheidsstelsel,
waarbij een kandidaat de meerderheid van de stemmen moet behalen, vaak via een tweede ronde.
●​ Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging: Dit stelsel kent geen districten, maar kieskringen. Zetels worden
verdeeld op basis van het aantal stemmen dat elke partij behaalt. Het land wordt als één kiesgebied beschouwd, en
de zetels worden verdeeld op basis van de kiesdeler (het aantal stemmen gedeeld door het aantal beschikbare
zetels). Dit systeem zorgt voor een representatieve verdeling van zetels, maar kan problemen veroorzaken met
restzetels (overgebleven zetels die aan de partijen worden toegewezen op basis van het grootste aantal resterende
stemmen). → Evenredige vertegenwoordiging wordt gebruikt in Nederland.


Leerdoel 5: Hoe verhouden de uitvoerende en wetgevende macht in Nederland zich tot elkaar?
In de Grondwetsherziening van 1840 werd bepaald dat ministers koninklijke besluiten mee moesten ondertekenen, wat
de "medeondertekening" of het "contraseign" werd genoemd (art. 47 Gw). Hierdoor moest een minister (of sinds 1948,
een staatssecretaris) meewerken aan een koninklijk besluit om het rechtsgeldig te maken. Ook werd er ministeriële
verantwoordelijkheid ingesteld.
Ministeriële verantwoordelijkheid:
●​ Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid: Ministers kunnen strafrechtelijk vervolgd worden als ze
koninklijke besluiten ondertekenen die in strijd zijn met de wet of de Grondwet (Art. 47 Gw).
●​ Politieke ministeriële verantwoordelijkheid: Ministers zijn verantwoordelijk voor hun beleid in het parlement. Ze
moeten verantwoording afleggen en kunnen vallen wanneer het parlement hun vertrouwen opzegt
(vertrouwensregel).

Uit art. 42 Gw blijkt dat de koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn, er is geen
verantwoordingsplicht van de ministers aan de koning.
Ministers en staatssecretarissen zijn verantwoordelijk aan de Staten-Generaal, die uiteindelijk de belangrijkste
beslissingsmacht heeft. In Nederland is er sprake van dualisme: de regering en de Staten-Generaal hebben elk hun
eigen verantwoordelijkheden en staan niet boven elkaar.

6 middelen voor ministeriële verantwoordelijkheid:
1.​ Recht tot verantwoording (art. 68 Gw): Ministers moeten verantwoording afleggen over hun beleid en besluiten aan
de Tweede Kamer.
2.​ Recht van interpellatie (art. 12.6 RvOTK): Kamerleden kunnen een minister oproepen voor een debat over een
nieuw onderwerp.
3.​ Individueel vragenrecht (art. 12.1 en 12.2 RvOTK): Kamerleden kunnen op eigen initiatief vragen stellen aan
ministers over bestaande onderwerpen.
4.​ Hoorzittingen (art. 7.25 RvOTK): Commissies kunnen openbare hoorzittingen houden om experts of ministers te
ondervragen.

Dit zijn jouw voordelen als je samenvattingen koopt bij Stuvia:

Bewezen kwaliteit door reviews

Bewezen kwaliteit door reviews

Studenten hebben al meer dan 850.000 samenvattingen beoordeeld. Zo weet jij zeker dat je de beste keuze maakt!

In een paar klikken geregeld

In een paar klikken geregeld

Geen gedoe — betaal gewoon eenmalig met iDeal, creditcard of je Stuvia-tegoed en je bent klaar. Geen abonnement nodig.

Direct to-the-point

Direct to-the-point

Studenten maken samenvattingen voor studenten. Dat betekent: actuele inhoud waar jij écht wat aan hebt. Geen overbodige details!

Veelgestelde vragen

Wat krijg ik als ik dit document koop?

Je krijgt een PDF, die direct beschikbaar is na je aankoop. Het gekochte document is altijd, overal en oneindig toegankelijk via je profiel.

Tevredenheidsgarantie: hoe werkt dat?

Onze tevredenheidsgarantie zorgt ervoor dat je altijd een studiedocument vindt dat goed bij je past. Je vult een formulier in en onze klantenservice regelt de rest.

Van wie koop ik deze samenvatting?

Stuvia is een marktplaats, je koop dit document dus niet van ons, maar van verkoper yonikranen1. Stuvia faciliteert de betaling aan de verkoper.

Zit ik meteen vast aan een abonnement?

Nee, je koopt alleen deze samenvatting voor €10,16. Je zit daarna nergens aan vast.

Is Stuvia te vertrouwen?

4,6 sterren op Google & Trustpilot (+1000 reviews)

Afgelopen 30 dagen zijn er 70713 samenvattingen verkocht

Opgericht in 2010, al 15 jaar dé plek om samenvattingen te kopen

Begin nu gratis
€10,16
  • (0)
In winkelwagen
Toegevoegd