Lichamelijk Functioneren 2
Thema 2: Endocrien stelsel
Anatomie en fysiologie (Martini, 2017)
§10.1 De homeostase wordt gehandhaafd via communicatie tussen cellen
Communicatie tussen cellen vindt plaats door middel van chemische signaalstoffen. Hierdoor wordt
de functies van weefsels op plaatselijk niveau gecoördineerd.
Het endocriene stelsel maakt gebruik van hormonen en is langzame communicatie.
Het zenuwstelsel maakt gebruikt van neurotransmitters en is snelle communicatie.
De werking van de stelsels zijn vergelijkbaar als ze in detail worden bestudeerd:
- De werking in beide systemen berust op de afgifte van chemische stoffen die zich binden aan
specifieke receptoren op doelcellen.
- Beide stelsels hebben verschillende chemische signaalstoffen gemeenschappelijk;
noradrenaline en adrenaline worden bijvoorbeeld hormonen genoemd als ze aan het bloed
worden afgegeven, en neurotransmitters als ze bij een synaps worden afgegeven.
- Beide stelsels worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd.
- Beide stelsels coördineren en reguleren de activiteit van andere cellen, weefsels, organen en
stelsels en handhaven de homeostase.
§10.2 Het endocriene stelsel reguleert fysiologische processen via de binding van hormonen aan
receptoren (inleiding)
Endocriene cellen zijn cellen die klierproducten afgeven aan de extracellulaire vloeistof.
Hormonen zijn chemische signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en door de
bloedstroom naar doelcellen in andere weefsels worden vervoerd.
Exocriene cellen zijn cellen die klierproducten afgeven aan een epitheeloppervlak.
§10.2.4 Regulering van de hormonale activiteit
Hormonale activiteit, vooral de afgifte van hormonen, wordt voornamelijk via negatieve
terugkoppeling gereguleerd. In dit geval wordt de productie van een hormoon door een bepaalde
prikkel geactiveerd.
In het eenvoudigste geval wordt de hormonale activiteit geregeld door humorale prikkels
(verandering in de samenstelling van extracellulaire vloeistof). Bijvoorbeeld de regulering van de
calciumconcentratie in het bloed. Bij een lage calciumconcentratie in het bloed wordt het
parathyroïdhormoon afgegeven en door reacties van de doelcellen stijgt de calciumconcentratie
weer. Bij een hoge calciumconcentratie in het bloed wordt calcitonine afgegeven en door reacties
van de doelcellen daalt de calciumconcentratie weer.
De hormonale activiteit kan ook geregeld worden door hormonale prikkels (verandering in
concentraties van hormonen in het bloed). Bij zo’n regulering kunnen meerdere tussenstappen en
twee of meer hormonen betrokken zijn.
Tot slot kan de hormonale activiteit geregeld worden via neurale prikkels (neurotransmitter komt aan
bij de verbinding tussen een zenuw en een klier. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de activiteit van
de hypothalamus.
, Coördinerende centra in de hypothalamus regelen de activiteiten van het zenuw- en endocriene
stelsel op 3 manieren:
1. De hypothalamus zelf functioneert als endocrien orgaan. Neuronen in de hypothalamus
synthetiseren ADH en oxytocine, die via axonen naar de lobus posterior van de hypofyse
worden getransporteerd.
2. De hypothalamus scheidt twee soorten regulerende hormonen af. Dit zijn speciale hormonen
die endocriene cellen in de lobus anterior van de hypofyse reguleren. Releasing hormones
(RH) stimuleren de synthese en secretie van een of meer hormonen. Inhibiting hormones (IH)
remmen de synthese en secretie van hypofysehormonen. De hormonen die door door de
lobus anterior van de hypofyse worden afgegeven, reguleren andere endocriene klieren.
3. De hypothalamus bevat centra van het autonome zenuwstelsel die de endocriene cellen van
de medulla adrenales (bijniermerg) via sympathische innervatie reguleren. Als het
sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd, geeft het bijniermerg hormonen aan het
bloed af.
§10.3 De hypofyse, die uit twee kwabben bestaat, is een hormoonslier die negen peptidehormonen
afgeeft (Niet: Het poortadersysteem van de hypofyse)
De hypofyse geeft 9 verschillende hormonen af. Al deze hormonen zijn peptiden of kleine eiwitten
die zich aan membraanreceptoren binden en al deze hormonen maken gebruik van cAMP als tweede
signaalstof. De hypofyse bevindt zich in de sella turcica, een instulping in het wiggenbeen van de
schedel. De hypofyse is met de hypothalamus verbonden via een dunne steel, de infundibulum.
De adenohypofyse (hypofysevoorkwab) bevat endocriene cellen die door een uitgebreid netwerk
van haarvaten zijn omgeven. Een endocriene cel in de voorkwab kan worden aangestuurd door RH of
IH. Veel van deze hormonen worden tropinen genoemd, omdat ze andere endocriene klieren
‘aanschakelen’ of de functies van andere organen ondersteunen.
De adenohypofyse vormt 7 hormonen:
(De eerste 4 van de lijst reguleren de vorming van hormonen in andere hormoonklieren)
1. Thyroidstimulerend hormoon (TSH) (ook wel thyrotropine)
TSH heeft de schildklier als doelorgaan en activeert de afgifte van schildklierhormonen. TSH
wordt afgegeven als reactie op TRH vanuit de hypothalamus.
2. Adrenocorticotroop hormoon (ACTH) (ook wel corticotropine)
ACTH stimuleert de afgifte van steroïdhormonen door de cortex adrenalis (bijnierschors). De
doelcellen van ACTH zijn cellen die glucocorticoïden vormen. Glucocorticoïden zijn van
invloed op de stofwisseling van glucose. De afgifte van ACTH wordt gestimuleerd door CRH
vanuit de hypothalamus.
3. Follikelstimulerend hormoon (FSH) (is een gonadotropine)
FSH bevordert de ontwikkeling van follikels (en eicellen) en stimuleert de afgifte van
oestrogeen bij de vrouw. Bij de man stimuleert FSH de vorming van spermacellen in de testis.
Inhibine remt de afgifte van FSH en GnRH. De vorming van gonadotropinen wordt
gestimuleerd door GnRH.
4. Luteïniserend hormoon (LH) (is een gonadotropine)
LH stimuleert de ovulatie en bevordert de afgifte van oestrogeen en progestativa (zoals
progesteron). Oestrogeen en progestativa bereiden het lichaam voor op een mogelijke
zwangerschap. Bij de man wordt LH soms interstitiëlecellenstimulerend hormoon (ICSH)
genoemd, omdat het de interstitiële cellen van de testes aanzet tot de vorming van
androgenen (geslachtshormonen van de man, belangrijkste is testosteron). Oestrogeen,
progestinen en androgenen remmen de productie van GnRH.
De vorming van gonadotropinen wordt gestimuleerd door GnRH.
Thema 2: Endocrien stelsel
Anatomie en fysiologie (Martini, 2017)
§10.1 De homeostase wordt gehandhaafd via communicatie tussen cellen
Communicatie tussen cellen vindt plaats door middel van chemische signaalstoffen. Hierdoor wordt
de functies van weefsels op plaatselijk niveau gecoördineerd.
Het endocriene stelsel maakt gebruik van hormonen en is langzame communicatie.
Het zenuwstelsel maakt gebruikt van neurotransmitters en is snelle communicatie.
De werking van de stelsels zijn vergelijkbaar als ze in detail worden bestudeerd:
- De werking in beide systemen berust op de afgifte van chemische stoffen die zich binden aan
specifieke receptoren op doelcellen.
- Beide stelsels hebben verschillende chemische signaalstoffen gemeenschappelijk;
noradrenaline en adrenaline worden bijvoorbeeld hormonen genoemd als ze aan het bloed
worden afgegeven, en neurotransmitters als ze bij een synaps worden afgegeven.
- Beide stelsels worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd.
- Beide stelsels coördineren en reguleren de activiteit van andere cellen, weefsels, organen en
stelsels en handhaven de homeostase.
§10.2 Het endocriene stelsel reguleert fysiologische processen via de binding van hormonen aan
receptoren (inleiding)
Endocriene cellen zijn cellen die klierproducten afgeven aan de extracellulaire vloeistof.
Hormonen zijn chemische signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en door de
bloedstroom naar doelcellen in andere weefsels worden vervoerd.
Exocriene cellen zijn cellen die klierproducten afgeven aan een epitheeloppervlak.
§10.2.4 Regulering van de hormonale activiteit
Hormonale activiteit, vooral de afgifte van hormonen, wordt voornamelijk via negatieve
terugkoppeling gereguleerd. In dit geval wordt de productie van een hormoon door een bepaalde
prikkel geactiveerd.
In het eenvoudigste geval wordt de hormonale activiteit geregeld door humorale prikkels
(verandering in de samenstelling van extracellulaire vloeistof). Bijvoorbeeld de regulering van de
calciumconcentratie in het bloed. Bij een lage calciumconcentratie in het bloed wordt het
parathyroïdhormoon afgegeven en door reacties van de doelcellen stijgt de calciumconcentratie
weer. Bij een hoge calciumconcentratie in het bloed wordt calcitonine afgegeven en door reacties
van de doelcellen daalt de calciumconcentratie weer.
De hormonale activiteit kan ook geregeld worden door hormonale prikkels (verandering in
concentraties van hormonen in het bloed). Bij zo’n regulering kunnen meerdere tussenstappen en
twee of meer hormonen betrokken zijn.
Tot slot kan de hormonale activiteit geregeld worden via neurale prikkels (neurotransmitter komt aan
bij de verbinding tussen een zenuw en een klier. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de activiteit van
de hypothalamus.
, Coördinerende centra in de hypothalamus regelen de activiteiten van het zenuw- en endocriene
stelsel op 3 manieren:
1. De hypothalamus zelf functioneert als endocrien orgaan. Neuronen in de hypothalamus
synthetiseren ADH en oxytocine, die via axonen naar de lobus posterior van de hypofyse
worden getransporteerd.
2. De hypothalamus scheidt twee soorten regulerende hormonen af. Dit zijn speciale hormonen
die endocriene cellen in de lobus anterior van de hypofyse reguleren. Releasing hormones
(RH) stimuleren de synthese en secretie van een of meer hormonen. Inhibiting hormones (IH)
remmen de synthese en secretie van hypofysehormonen. De hormonen die door door de
lobus anterior van de hypofyse worden afgegeven, reguleren andere endocriene klieren.
3. De hypothalamus bevat centra van het autonome zenuwstelsel die de endocriene cellen van
de medulla adrenales (bijniermerg) via sympathische innervatie reguleren. Als het
sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd, geeft het bijniermerg hormonen aan het
bloed af.
§10.3 De hypofyse, die uit twee kwabben bestaat, is een hormoonslier die negen peptidehormonen
afgeeft (Niet: Het poortadersysteem van de hypofyse)
De hypofyse geeft 9 verschillende hormonen af. Al deze hormonen zijn peptiden of kleine eiwitten
die zich aan membraanreceptoren binden en al deze hormonen maken gebruik van cAMP als tweede
signaalstof. De hypofyse bevindt zich in de sella turcica, een instulping in het wiggenbeen van de
schedel. De hypofyse is met de hypothalamus verbonden via een dunne steel, de infundibulum.
De adenohypofyse (hypofysevoorkwab) bevat endocriene cellen die door een uitgebreid netwerk
van haarvaten zijn omgeven. Een endocriene cel in de voorkwab kan worden aangestuurd door RH of
IH. Veel van deze hormonen worden tropinen genoemd, omdat ze andere endocriene klieren
‘aanschakelen’ of de functies van andere organen ondersteunen.
De adenohypofyse vormt 7 hormonen:
(De eerste 4 van de lijst reguleren de vorming van hormonen in andere hormoonklieren)
1. Thyroidstimulerend hormoon (TSH) (ook wel thyrotropine)
TSH heeft de schildklier als doelorgaan en activeert de afgifte van schildklierhormonen. TSH
wordt afgegeven als reactie op TRH vanuit de hypothalamus.
2. Adrenocorticotroop hormoon (ACTH) (ook wel corticotropine)
ACTH stimuleert de afgifte van steroïdhormonen door de cortex adrenalis (bijnierschors). De
doelcellen van ACTH zijn cellen die glucocorticoïden vormen. Glucocorticoïden zijn van
invloed op de stofwisseling van glucose. De afgifte van ACTH wordt gestimuleerd door CRH
vanuit de hypothalamus.
3. Follikelstimulerend hormoon (FSH) (is een gonadotropine)
FSH bevordert de ontwikkeling van follikels (en eicellen) en stimuleert de afgifte van
oestrogeen bij de vrouw. Bij de man stimuleert FSH de vorming van spermacellen in de testis.
Inhibine remt de afgifte van FSH en GnRH. De vorming van gonadotropinen wordt
gestimuleerd door GnRH.
4. Luteïniserend hormoon (LH) (is een gonadotropine)
LH stimuleert de ovulatie en bevordert de afgifte van oestrogeen en progestativa (zoals
progesteron). Oestrogeen en progestativa bereiden het lichaam voor op een mogelijke
zwangerschap. Bij de man wordt LH soms interstitiëlecellenstimulerend hormoon (ICSH)
genoemd, omdat het de interstitiële cellen van de testes aanzet tot de vorming van
androgenen (geslachtshormonen van de man, belangrijkste is testosteron). Oestrogeen,
progestinen en androgenen remmen de productie van GnRH.
De vorming van gonadotropinen wordt gestimuleerd door GnRH.