Groepsprocessen
Leerdoelen van college 1:
- Je benoemt soorten groepen en kenmerken van groepsidentiteit.
- Je onderscheidt de individualistische, groepsgerichte en interactionele benadering van
groepen.
- Je verklaart de functie van groepen vanuit evolutionair, biologisch en cognitief perspectief.
- Je onderzoekt groepsgedrag met behulp van de veldtheorie en de collectieve mind-theorie.
- Je maakt onderscheid tussen vormen van groepsdynamisch onderzoek.
- Je benoemt sociaal-emotionele en taakgerichte determinanten van groepen.
Voorwaarden voor een groep:
1. Regelmatige interactie;
2. Gevoel van gezamenlijke identiteit;
3. Gemeenschappelijke doelen;
4. Afhankelijkheid van elkaar voor het bereiken van die doelen (vb. een voetbalteam waarin
iedereen de bekerwedstrijd wil winnen).
Soorten groepen:
1. Indeling naar functie
- Overleg: bijv. Opleidingscommissie
- Productie: bijv. Projectgroep
- Verzorging: bijv. Gezin
- Vrijetijd: bijv. Vriendengroep
- Uiting van opvattingen: bijv. Politieke partij
- Therapie: bijv. Lotgenotengroep
2. Formeel of informeel
- Vastgelegde rolverdeling of spontaan
3. Reel of virtueel
- Face-to-face of digitaal
Groepsidentiteit
Onderdelen van structurele kenmerken van groepen:
- Communicatiepatroon
- Status en invloed
- Cohesie
- Rollen
- Normen
1
,Sociale psychologie en groepsdynamica
1. Sociale psychologie
- Bestudeert de wijze waarop gedragingen, gevoelens, wensen en opvattingen van mensen
worden beïnvloed door de sociale omgeving (= wederzijdse sociale beïnvloeding).
2. Groepsdynamica
- Betreft uitsluitend wederzijdse beïnvloeding in groepsverband.
Lewin: groepsdynamica gaat om taakaspecten en sociaal emotionele aspecten. Het individu
wordt beïnvloed door de groep. Dit is de brug tussen sociale psychologie en sociologie.
Veldtheorie van Kurt Lewin
Gedrag is een functie van persoonskenmerken en kenmerken van de sociale omgeving. Gevolg: in
situaties met een onduidelijk probleem neigen mensen naar groepsconsensus.
Collective mind theorie van Le Bon
Mensen lijken zich in een groep als collectief te gaan gedragen, alsof sprake is van een
gemeenschappelijke wens of gedachte, als gevolg van:
- Anonimiteit (de macht van het aantal).
- Besmetting (meegesleept door anderen).
- Suggestibiliteit (vatbaarheid voor meningen en opvattingen).
Benaderingen voor verklaring van groepsgedrag:
1. Individualistische benadering
- Groepen hebben geen eigenschappen, het is slechts een optelsom van individuele
gedragingen.
2. Groepsgerichte benadering
- Groepen hebben een eigen identiteit die gedrag van groepsleden beïnvloedt.
3. Interactionele benadering
- Gedrag van groepsleden wordt zowel bepaald door persoonseigenschappen als door
kenmerken van de groep.
Groepsdynamisch onderzoek (1)
Observatieonderzoek
- Participerend (subjectief) of als buitenstaander (objectief).
- Gestructureerd (objectief) of ongestructureerd (subjectief).
0bservatiesysteem IPA van Bales (Interactie Proces Analyse)
Elke inbreng van een groepslid kan worden gescoord in een van deze categorieën:
Sociaalemotionele aspecten: positief
- Toont zich solidair verhoogt de status van anderen, geeft hulp en beloningen.
- Ontspant de sfeer, maakt grappen, lacht, is tevreden.
- Toont instemming, passieve acceptatie, begrijpt, toont bijval, inschikkelijk.
2
, Taakaspecten: neutraal
- Geeft suggesties, aanwijzingen, impliceert autonomie van anderen.
- Geeft meningen, beoordeelt, analyseert, uit gevoelens en wensen.
- Geeft richting en informatie, herhaalt, verheldert, bevestigt.
Taakaspecten: neutraal
- Vraagt om richting, informatie, herhaling en bevestiging.
- Vraagt om meningen, oordelen, analyses en gevoelsuitingen.
- Vraagt om suggesties, richting en mogelijke handelswijzen.
Sociaalemotionele aspecten: negatief
- Is het oneens, passieve afwijzing, formalistisch, geeft geen hulp.
- Toont zich gespannen, vraagt om hulp, trekt zich terug laat het afweten.
- Vijandige opstelling, verlaagt de status van anderen, verdedigt zichzelf en laat zichzelf
gelden.
Groepsdynamisch onderzoek (2)
Survey-onderzoek (interview of vragenlijst)
3