Politieke communicatie “De interacties tussen politiek, media en het publiek”
Informatiefunctie Monitoren en informeren van het publiek.
Educatiefunctie Uitleggen wat feiten en events betekenen.
Platformfunctie Een virtuele plaats voor het uitwisselen van ideeën. (pluralisme)
Waakhondfunctie Het controleren en rapporteren van wat de overheid/bedrijven doet.
Kanaalfunctie Kanaal voor politieke boodschappen en meningen.
Disseminator Informatieverspreiding (informatiefunctie)
Interpretor Uitleggen en duiden (educatiefunctie)
Adversarial Kritisch t.o.v. overheid en bedrijven (waakhondfunctie)
Populist mobilizer Mensen proberen mee te krijgen/motiveren / engagement
Polarization / Polarisatie Polarisatie is het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen partijen of
bevolkingsgroepen.
Selectieve exposure / De neiging van individuen om informatie te prefereren die hun reeds bestaande opvattingen versterkt en
Selectieve blootstelling tegelijkertijd tegenstrijdige informatie vermijdt
Governing with the news De processen waardoor politici en journalisten onafscheidelijk zijn geworden. = Wederzijdse afhankelijkheid
Infotainment Nieuws dat lijkt op entertainment
Negative campaigning Het gebruik maken van een negatieve toon in de campagne. Een negatieve toon heeft te maken met de richting
van het bericht. = Het aanvallen van de programma’s etc. van de tegenstander.
- Policy attacks
- Character attacks
Negatieve campagne Een campagne is negatief afhankelijk van de proportie van negatieve berichten.
Geen negative
campaigning:
- Incivility - Expliciet gebruik van harde, schrille of pejoratieve bijvoeglijke naamwoorden die kandidaten, hun beleid
of hun persoonlijke eigenschappen beschrijven
, - Negative - Angst, angstaanjagende campagneberichten (bijv. Uw hersenen op drugs)
emotional appeals
- Populism - Anti-elitarisme en anti-intellectualisme (twee hoofdcomponenten)
- Perception of
negativity
Backlash effect Negatieve campagne kan als een boemerang terugkomen in het gezicht van de aanvaller
Issue-ownership Als een politieke actor gezien wordt als het meest competent om beleid te voeren rond een bepaald
onderwerp. Dan own je het issue.
Week 2
Videomalaise Nieuws kijken via televisie heeft negatieve effecten op mensen (meer cynisme, minder vertrouwen, minder
‘political efficacy’.
Political efficacy Het gevoel dat je politiek begrijpt en dat je er ook zelf zinvol aan kan deelnemen.
Dumbing down Mensen kunnen en willen politiek nieuws niet meer verwerken.
Commercialisering Uit op winst à Zo groot mogelijk publiek aantrekken à Sensationeel nieuws à Lagere kwaliteit
Sensationeel nieuws Nieuwsverslaggeving die de zintuigen en emoties van toeschouwers prikkelt en zo de aandacht trekt van een
groter publiek.
Media logica Een manier waarop media dingen doen / De operationele methode van de massamedia.
Kan worden opgevat als de dominantie in maatschappelijke processen van de nieuwswaarden en de
verteltechnieken die de media gebruiken om te profiteren van hun eigen medium en het formaat ervan, en om
concurrerend te zijn in de voortdurende strijd om de aandacht van mensen te trekken
Commerciële logica Vormt een integraal onderdeel van de (nieuws) medialogica, verwijzend naar specifieke kenmerken van
nieuwscontent, zoals conflict, personalisatie, negativiteit of schandaalverslaggeving, waarvan wordt
aangenomen dat ze in toenemende mate door journalisten worden ingezet om publieke aandacht te trekken.
Grotere volatiliteit van = meer zwevende kiezers
kiezers
Mediatie = eerste fase van mediatisering
Mediatisering Proces van vier fasen waarbij de media steeds belangrijker en onafhankelijker wordt voor zowel politiek als
publiek.
Gaat over de afhankelijkheid van publiek en politiek van de media.