Aardrijkskunde H.1 Landschappen.
1.1 Gebergten ontstaan, gebergten verslijten.
Gebergten ontstaan wanneer aardkorstplaten botsen, Op deze plaatsen komen de
sidementlagen op de zeebodem in de verdrukking en worden geplooid en opgeheven.
Regelmatig vind je fossielen in deze lagen. Gebergten kunnen ook ontstaan wanneer magma
uit de aardmantel omhoog komt en ondergronds stolt. Zo ontstaat het stolgesteente
graniet. De gebergten met diepe dalen en spitse toppen worden jonge gebergten genoemd
en ontstaan nog steeds. In oude gebergten is de afbraak al honderden miljoenen jaren aan
de gang waardoor de hoogteverschillen kleiner zijn en de toppen afgerond.
1.2 Gesteente verandert.
Gesteente in gebergten verbrokkelt dankzij verwering. Daarbij neemt het reliëf af. Bij
mechanische verwering valt het gesteente uit elkaar door het bevriezen van water in
scheuren, door het uitzetten en inkrimpen van gesteente als gevolg van
temperatuurverschillen door plantenwortels die in spleten groeien. Bij chemische verwering
tast vocht en lucht het gesteente aan of lost gesteente op in water waardoor grotten
ontstaan. Dit proces verloopt sneller in kalksteen en bij een warm en vochtig klimaat.
1.3 Gesteente wordt verplaatst.
Nadat het afbraakmateriaal van gebergten door massabewegingen in rivieren terecht is
gekomen, transporteren rivieren het naar zee. In de bovenloop is de stroomsnelheid hoog
en vindt erosie plaats. Het grind in de rivier slijt daarbij een V-vormig uit. Ok gletsjers zorgen
voor erosie. Hierbij ontstaan dalen met een U-vorm. Zelfs harde wind kan gesteente
eroderen. Dankzij verwering en erosie veranderen gesteenten uiteindelijk in grind, zand en
klei.
1.4 Waar blijft alle grind, zand en klei.
Via de middenloop komt de rivier in de benedenloop. Hier komt de rivier in een laagvlakte
en is de stroomsnelheid laag. Er vindt sedimentatie plaats. Door sedimentatie van klei en
zand bij de monding van de rivier ontstaat een delta. Het sediment dat in zee terechtkomt
kan door zeestromen in zandbanken en op het strand terecht komen. Hierdoor kunnen
duinen ontstaan, Wanneer sedimentlagen wegzakken en bedekt raken met nieuwe lagen
worden ze samengeperst tot sedimentgesteente zoals: Zandsteen, schalie en kalksteen.
1.1 Gebergten ontstaan, gebergten verslijten.
Gebergten ontstaan wanneer aardkorstplaten botsen, Op deze plaatsen komen de
sidementlagen op de zeebodem in de verdrukking en worden geplooid en opgeheven.
Regelmatig vind je fossielen in deze lagen. Gebergten kunnen ook ontstaan wanneer magma
uit de aardmantel omhoog komt en ondergronds stolt. Zo ontstaat het stolgesteente
graniet. De gebergten met diepe dalen en spitse toppen worden jonge gebergten genoemd
en ontstaan nog steeds. In oude gebergten is de afbraak al honderden miljoenen jaren aan
de gang waardoor de hoogteverschillen kleiner zijn en de toppen afgerond.
1.2 Gesteente verandert.
Gesteente in gebergten verbrokkelt dankzij verwering. Daarbij neemt het reliëf af. Bij
mechanische verwering valt het gesteente uit elkaar door het bevriezen van water in
scheuren, door het uitzetten en inkrimpen van gesteente als gevolg van
temperatuurverschillen door plantenwortels die in spleten groeien. Bij chemische verwering
tast vocht en lucht het gesteente aan of lost gesteente op in water waardoor grotten
ontstaan. Dit proces verloopt sneller in kalksteen en bij een warm en vochtig klimaat.
1.3 Gesteente wordt verplaatst.
Nadat het afbraakmateriaal van gebergten door massabewegingen in rivieren terecht is
gekomen, transporteren rivieren het naar zee. In de bovenloop is de stroomsnelheid hoog
en vindt erosie plaats. Het grind in de rivier slijt daarbij een V-vormig uit. Ok gletsjers zorgen
voor erosie. Hierbij ontstaan dalen met een U-vorm. Zelfs harde wind kan gesteente
eroderen. Dankzij verwering en erosie veranderen gesteenten uiteindelijk in grind, zand en
klei.
1.4 Waar blijft alle grind, zand en klei.
Via de middenloop komt de rivier in de benedenloop. Hier komt de rivier in een laagvlakte
en is de stroomsnelheid laag. Er vindt sedimentatie plaats. Door sedimentatie van klei en
zand bij de monding van de rivier ontstaat een delta. Het sediment dat in zee terechtkomt
kan door zeestromen in zandbanken en op het strand terecht komen. Hierdoor kunnen
duinen ontstaan, Wanneer sedimentlagen wegzakken en bedekt raken met nieuwe lagen
worden ze samengeperst tot sedimentgesteente zoals: Zandsteen, schalie en kalksteen.