Crowding
I. Inleiding
1. Definitie
Gevoel van overbevolking? Gevoel van te veel mensen om je heen
2. Kenmerken
o Gebaseerd op situationele antecedent
o Lokt een emotie/ affect uit (vaak negatief)
o Aanleiding tot gedragsmatige respons
II. Crowding, densiteit en populatie
1. Crowds vs crowding
o Aanvankelijk: formatie van grote tijdelijke groepen van emotionele individuen
vaak meervoudig doel
o 1900-1940: studie met nadruk op de groep
Vorming
Vorm
Structuur
Controle
Bewegingen
o Nu: onderzoek naar ervaring van het individu
2. Crowding vs densiteit
o Densiteit
Aantal mensen per eenheid
Objectieve maat
o Crowding
Individuele ervaring
Kan correleren met densiteit, maar niet noodzakelijk
Functie van persoonlijke, situationele en culturele factoren
Positief of negatief
3. Sociale vs ruimtelijke densiteit
o Sociale: verhogen van aantal mensen in dezelfde ruimte
o Ruimtelijke: fysieke ruimte wijzigt, waarbij aantal mensen blijft
4. Interne vs externe densiteit
, o Kan drastisch verschillen
III. Invloeden op crowding
Persoonlijke invloeden
1. Geslacht
o Mannen reageren meer negatief
Al van 9 jaar
Basis is wsn socialisatie
2. Persoonlijkheid en attitudes
o Stemming bepaalt gevoeligheid
o Persoonlijkheidseigenschappen bepalen omgaan
o Locus of control
Intern: beheren zelf ons leven beter om met stress van crowding
Extern: afhankelijk van lot moeilijker
o Sociabiliteit heeft invloed
Hoe hoger, hoe toleranter
o Psychiatrische aandoening verhogen gevoeligheid
Hoe erger, hoe gevoeliger
3. Verwachtingen en ervaring
o Crowding afhankelijk van verwachting
Verwacht men veel mensen minder gevoel
Verwacht men weinig mensen al crowding bij enkele personen
o Voorafgaande ervaringen
Secundaire omgevingen: ervaring helpt tegen effecten van crowding
Primaire omgevingen: helpt niet
o Hoeveelheid ruimte thuis in de kindertijd speelt een rol
Sociale invloeden
1. Aanwezigheid en gedrag van anderen
o Afhankelijk wat de anderen doen, kan crowding verhogen
Bij toekijken van anderen: Leer- en geheugentaken verslechteren bij toename
van 2 tot 8 personen
Hoe complexer de taak, hoe groter de invloed
Gedrag dat je afkeurt groter gevoel van crowding
Mensen zijn aangenaam positief effect
Bij aanraking: gevoel wordt erger
nog erger als het opzettelijk was
o Verwachtingen beïnvloeden prestatieniveau
Wanneer anders dan verwacht, slechtere prestatie
o Interpersoonlijke gelijkheid
Dezelfde attitudes of voorkeuren: minder stress
o Overdracht: gevoel in huidige situatie kan effect hebben op volgende
I. Inleiding
1. Definitie
Gevoel van overbevolking? Gevoel van te veel mensen om je heen
2. Kenmerken
o Gebaseerd op situationele antecedent
o Lokt een emotie/ affect uit (vaak negatief)
o Aanleiding tot gedragsmatige respons
II. Crowding, densiteit en populatie
1. Crowds vs crowding
o Aanvankelijk: formatie van grote tijdelijke groepen van emotionele individuen
vaak meervoudig doel
o 1900-1940: studie met nadruk op de groep
Vorming
Vorm
Structuur
Controle
Bewegingen
o Nu: onderzoek naar ervaring van het individu
2. Crowding vs densiteit
o Densiteit
Aantal mensen per eenheid
Objectieve maat
o Crowding
Individuele ervaring
Kan correleren met densiteit, maar niet noodzakelijk
Functie van persoonlijke, situationele en culturele factoren
Positief of negatief
3. Sociale vs ruimtelijke densiteit
o Sociale: verhogen van aantal mensen in dezelfde ruimte
o Ruimtelijke: fysieke ruimte wijzigt, waarbij aantal mensen blijft
4. Interne vs externe densiteit
, o Kan drastisch verschillen
III. Invloeden op crowding
Persoonlijke invloeden
1. Geslacht
o Mannen reageren meer negatief
Al van 9 jaar
Basis is wsn socialisatie
2. Persoonlijkheid en attitudes
o Stemming bepaalt gevoeligheid
o Persoonlijkheidseigenschappen bepalen omgaan
o Locus of control
Intern: beheren zelf ons leven beter om met stress van crowding
Extern: afhankelijk van lot moeilijker
o Sociabiliteit heeft invloed
Hoe hoger, hoe toleranter
o Psychiatrische aandoening verhogen gevoeligheid
Hoe erger, hoe gevoeliger
3. Verwachtingen en ervaring
o Crowding afhankelijk van verwachting
Verwacht men veel mensen minder gevoel
Verwacht men weinig mensen al crowding bij enkele personen
o Voorafgaande ervaringen
Secundaire omgevingen: ervaring helpt tegen effecten van crowding
Primaire omgevingen: helpt niet
o Hoeveelheid ruimte thuis in de kindertijd speelt een rol
Sociale invloeden
1. Aanwezigheid en gedrag van anderen
o Afhankelijk wat de anderen doen, kan crowding verhogen
Bij toekijken van anderen: Leer- en geheugentaken verslechteren bij toename
van 2 tot 8 personen
Hoe complexer de taak, hoe groter de invloed
Gedrag dat je afkeurt groter gevoel van crowding
Mensen zijn aangenaam positief effect
Bij aanraking: gevoel wordt erger
nog erger als het opzettelijk was
o Verwachtingen beïnvloeden prestatieniveau
Wanneer anders dan verwacht, slechtere prestatie
o Interpersoonlijke gelijkheid
Dezelfde attitudes of voorkeuren: minder stress
o Overdracht: gevoel in huidige situatie kan effect hebben op volgende