HBO-R
ISTR
2020/2021
, Hoorcollege en Kennisclip I – Strafrechtelijk
legaliteitsbeginsel en structuur van een strafbaar feit
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
– art. 1 Sr
Hieruit vloeien vier beginselen voort:
1. Lex scripta
Gedrag is pas strafbaar als het in de wet geschreven staat, zowel Wifz als Wimz.
2. Verbod van terugwerkende kracht
De strafbepaling moet bestaan op het moment van de betreffende gedraging.
3. Lex certa
Rechtszekerheid creëren door middel van bepalingen die duidelijk genoeg zijn.
Probleem: als de wetgever te specifieke wetten maakt, moeten er héél veel wetten
gemaakt worden tot alles wat niet mag ook daadwerkelijk geschreven staat. Aan de
andere kant: als de wetgever te vaag is, weet men niet goed welk gedrag er strafbaar
is.
HR Onbehoorlijk gedrag
4. Verbod van analogie
Als vaagheid mag, ontstaat soms onduidelijkheid. De rechter moet dan de vage
bepalingen uitleggen. De rechter mag de wet niet te ruim uitleggen. Voor zijn uitleg
gebruikt hij interpretatiemethoden.
Interpretatiemethoden
- Wetshistorisch: geschiedenis
- Grammaticaal: geschrift
- Systematisch:
- Teleologisch:
Strafbepalingen
- Alle strafbepalingen voldoen aan art. 1 Sr.
- Verder voldoen alle bepalingen aan de volgende onderdelen.
1. Delictsomschrijving
Omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag. Bestaat uit bestanddelen
(voorwaarden).
2. Kwalificatie
De naam van het strafbare feit (bijv. doodslag)
3. Strafmaat
De maximaal op te leggen straf.
ISTR
2020/2021
, Hoorcollege en Kennisclip I – Strafrechtelijk
legaliteitsbeginsel en structuur van een strafbaar feit
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
– art. 1 Sr
Hieruit vloeien vier beginselen voort:
1. Lex scripta
Gedrag is pas strafbaar als het in de wet geschreven staat, zowel Wifz als Wimz.
2. Verbod van terugwerkende kracht
De strafbepaling moet bestaan op het moment van de betreffende gedraging.
3. Lex certa
Rechtszekerheid creëren door middel van bepalingen die duidelijk genoeg zijn.
Probleem: als de wetgever te specifieke wetten maakt, moeten er héél veel wetten
gemaakt worden tot alles wat niet mag ook daadwerkelijk geschreven staat. Aan de
andere kant: als de wetgever te vaag is, weet men niet goed welk gedrag er strafbaar
is.
HR Onbehoorlijk gedrag
4. Verbod van analogie
Als vaagheid mag, ontstaat soms onduidelijkheid. De rechter moet dan de vage
bepalingen uitleggen. De rechter mag de wet niet te ruim uitleggen. Voor zijn uitleg
gebruikt hij interpretatiemethoden.
Interpretatiemethoden
- Wetshistorisch: geschiedenis
- Grammaticaal: geschrift
- Systematisch:
- Teleologisch:
Strafbepalingen
- Alle strafbepalingen voldoen aan art. 1 Sr.
- Verder voldoen alle bepalingen aan de volgende onderdelen.
1. Delictsomschrijving
Omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag. Bestaat uit bestanddelen
(voorwaarden).
2. Kwalificatie
De naam van het strafbare feit (bijv. doodslag)
3. Strafmaat
De maximaal op te leggen straf.