Hoofdstuk 1: Referentiekader
1. Vroegere voorstellingen van de aarde
2.Plaatsbepaling op aarde
2.1. Coördinaten op de wereldbol
2.2. Satellietplaatsbepaling: sneller en preciezer
3.Teledetectie
3.1. Inleiding
3.2. Werking
3.3. Concrete toepassingen
4. De kaart
4.1. Kaartprojecties (2 Vb)
4.2. Soorten kaarten (4 soorten)
4.3. Hoofdkenmerken van een kaart (4)
5. Geografische Informatiesystemen (GIS)
5.1. De realisatie van een GIS-product
5.2. Toepassingen
, - Begrippenlijst 1 -
Aardkromming = Kromming van het aardoppervlak
GPS = Global Positioning systeem
Tijdsduur = aankomsttijd - vertrektijd
Afstand = snelheid × tijdsduur
Terrestrische waarneming = Foto van op de grond
Aeronautische afstandswaarneming = Foto vanuit de lucht
Teledetectie = Een manier om informatie over voorwerpen te verkrijgen via
gegevensverzameling en analyse vanop afstand.
Stereoscopie = Foto’s die na elkaar komen
Afylactische kaart =
Azimutale projectie = Plat vlak raakt de bol
Kegelprojectie = Kegel raakt de bol
Cilinderprojectie = Cilinder raakt de bol
Mentale kaarten = Een ruimtelijke beeld dat we van de werkelijkheid hebben
Referentiekaart = Kaart waarin belangrijkste info staat van land of gebied
Topografische kaart = Kaart die zo correct mogelijk een land beschrijft.
Thematische kaart = Kaart dat nadruk ligt op slecht één thema
GIS = Computersystemen waarbij digitale kaarten gekoppeld worden aan databanken.
, -Samenvatting 1 -
1. Vroegere voorstellingen v/d aarde
● Anaximander (6e v.C.)
→ aarde als platte schijf
● Herodotus ( 5e v.C.)
→ bolvormige kaart
→N&Z
→ symmetrie !
● Ferraris ( einde 18e )
→ Correcte cartografische voorstelling v/h grondgebied
2. Plaatsbepaling op aarde
2.1. Coördinaten op de wereldbol
2.2. Satellietplaatsbepaling: sneller en preciezer
Door aardkromming
- afstanden
- hoogtes
● posities
- Nawk. Kleiner gebieden bpl W
● GPS:
- 24 sat.
- 6 banen rond aarde
- min 4 sat.
1. Vroegere voorstellingen van de aarde
2.Plaatsbepaling op aarde
2.1. Coördinaten op de wereldbol
2.2. Satellietplaatsbepaling: sneller en preciezer
3.Teledetectie
3.1. Inleiding
3.2. Werking
3.3. Concrete toepassingen
4. De kaart
4.1. Kaartprojecties (2 Vb)
4.2. Soorten kaarten (4 soorten)
4.3. Hoofdkenmerken van een kaart (4)
5. Geografische Informatiesystemen (GIS)
5.1. De realisatie van een GIS-product
5.2. Toepassingen
, - Begrippenlijst 1 -
Aardkromming = Kromming van het aardoppervlak
GPS = Global Positioning systeem
Tijdsduur = aankomsttijd - vertrektijd
Afstand = snelheid × tijdsduur
Terrestrische waarneming = Foto van op de grond
Aeronautische afstandswaarneming = Foto vanuit de lucht
Teledetectie = Een manier om informatie over voorwerpen te verkrijgen via
gegevensverzameling en analyse vanop afstand.
Stereoscopie = Foto’s die na elkaar komen
Afylactische kaart =
Azimutale projectie = Plat vlak raakt de bol
Kegelprojectie = Kegel raakt de bol
Cilinderprojectie = Cilinder raakt de bol
Mentale kaarten = Een ruimtelijke beeld dat we van de werkelijkheid hebben
Referentiekaart = Kaart waarin belangrijkste info staat van land of gebied
Topografische kaart = Kaart die zo correct mogelijk een land beschrijft.
Thematische kaart = Kaart dat nadruk ligt op slecht één thema
GIS = Computersystemen waarbij digitale kaarten gekoppeld worden aan databanken.
, -Samenvatting 1 -
1. Vroegere voorstellingen v/d aarde
● Anaximander (6e v.C.)
→ aarde als platte schijf
● Herodotus ( 5e v.C.)
→ bolvormige kaart
→N&Z
→ symmetrie !
● Ferraris ( einde 18e )
→ Correcte cartografische voorstelling v/h grondgebied
2. Plaatsbepaling op aarde
2.1. Coördinaten op de wereldbol
2.2. Satellietplaatsbepaling: sneller en preciezer
Door aardkromming
- afstanden
- hoogtes
● posities
- Nawk. Kleiner gebieden bpl W
● GPS:
- 24 sat.
- 6 banen rond aarde
- min 4 sat.