1. WAT IS WETENSCHAPPELIJK?
Het onderscheid tussen wetenschap en niet-wetenschappelijk kwam tot stand in de westerse filosofie
Thales, de eerste westerse filosoof, kwam als eerst voor een andere theorie dan mythische verklaringen voor
natuurverschijnselen
Filosofie wordt vaak ‘moeder van wetenschappen’ genoemd.
Dankzij Newton’s uitvinding over de fundamenten in de natuurkunde, was de tijd rijp voor mensen om te
beseffen dat de aardse – en hemelse – bewegingen verklaard kunnen worden door natuurwetten
Wetenschapsfilosofie ontstond ook door middel van Francis Bacon hij schetste in zijn boek een utopie waar
welvaart, geluk en gezondheid ‘makkelijk’ was door de wetenschap en techniek
uiteindelijk bleek de ‘voorspelling’ waar te zijn
De belangrijkste taak van deze filosofie tak was het verhelderen van wat wetenschap is of zou moeten zijn
dat betekent dat wetenschapsfilosofie niet alleen descriptief (= beschrijvend) te werk gaat, maar ook
normatief (= hoe wetenschap bedreven zou moeten worden) is.
In de wetenschapsfilosofie worden kenmerken van een goede wetenschappelijke methode geformuleerd
toetsbaarheid is een voorbeeld van zo’n kenmerk
de vraag naar welke methoden is van groot belang
Eind 19e eeuw kwam Dilthey tot de conclusie dat er een onderscheid bestaat tussen natuurwetenschappen en
de mens- of geesteswetenschappen
natuurwetenschappen hebben als doel erklären
geesteswetenschappen heeft als doel verstehen
‘de natuur verklaren we, de geest begrijpen we’
De standaardmethode voor de natuurwetenschappen is empirisch-analytische methode
empirisch, omdat het gaat om kennis die door middel van waarneming tot stand komt
observatie of experiment
analytisch, omdat deze waarnemingen door middel van een logische redenering uit een theorie
worden afgeleid
deze methode probeert gebeurtenissen te verklaren
ook gaat deze methode uit van de uniformiteit van de natuur natuur werkt altijd op dezelfde
manier
een belangrijk kenmerk van deze methode is de herhaalbaarheid van de experimenten
een ander kenmerk is dat feiten onafhankelijk van elkaar beschreven worden atomisme
Deze standaardmethode bestaat uit vijf stappen:
- waarnemingen van verschijnselen
- het opstellen van een hypothese om de verschijnselen te verklaren
- het toetsen van de hypothese door middel van experimenten
- het afleiden van resultaten uit onze experimenten
- het opstellen van een wetmatigheid
in deze methode wordt zowel gebruik gemaakt van inductie als deductie
inductie = uit herhaaldelijke waarnemingen een algemene conclusie trekken
1