Werkgeheel theather
Inleiding
1. Toneel en werkelijkheid
a) Toneel vs lm
Toneel Film
Simpel decor Speci eke e ecten
Live Op voorhand opgenomen + montage
Één plaats / decor Verschillende decors
b) Toneelwoordenschat
• Het achterdoek = doek dat de achterkant van het toneel bedekt
• De acteurs / actrices = de toneelspelers
• De akoestiek = geluidskwaliteit
• Het balkon = zitplaatsen op bovenverdieping in het theater
• De cast = alle acteurs en guranten die meedoen aan een toneelvoorstelling
• Het decor = aankleding van het podium
• De improvisatie = het spontaan acteren
c) Toneel vs werkelijkheid
Toneel Werkelijkheid
Voorbereid Spontaan
Job of hobby Alledaagse leven
2. Doelstellingen van het toneel
• Dramaturg = toneelauteur, schrijver van het toneelstuk
• Tadeusz Kantor
➡ Toneel is de plaats om zichzelf te zijn, nieuwe dingen uit te vinden
➡ Ontsnappen van de werkelijkheid
• William Shakespeare
➡ Blijf natuurlijk bij het toneel spelen, wees niet tam maar overdrijf niet
➡ Toneel laten lijken op de werkelijkheid
• Antonin Artaud
➡ De dromen werkelijkheid laten worden binnen het toneel
➡ Een geestelijke reiniging teweegbrengen
• Bertolt Brecht
➡ Toneel stelt je voor om de wereld voor ogen te grijpen
➡ Toneel laat je de harde werkelijkheid accepteren
fi fiff fi
,3. Tekentaal van het toneel
a) Minimaal nodig om van theater te spelen
Een script die op voorhand op papier is neergelegd, maar ook gevoelens en mimiek laten
doorschijnen.
b) Maakt het verschil bij theatervoorstellingen (persoonlijk)
• De kostuums
• Het decor
• Publiek die aanwezig is
• Muziek
• …
c) Kunstvormen mogelijk geïntegreerd in het theater
• Literatuur
• Architectuur
• Film
• Choreogra e
• …
d) Zintuigen binnen het theater
• Veel gebruikt
➡ Horen
➡ Zien
• Verwaarloosd
➡ Proeven (onmogelijk)
➡ Voelen (onmogelijk)
➡ Ruiken (niet onmogelijk)
e) Begrippen
• Tekensystemen = theatermiddel om zintuigen te prikkelen
• Multimediaal spektakel = toneel rijk aan tekensystemen
• Arm theater = toneel arm aan tekensystemen, gebruik maken van diverse middelen
die ter beschikking zijn
f) Tekensystemen
• Ingedeeld volgens drie criteria
➡ Zintuigen
- Zien
- Ruiken
- Smaken
- Tasten
- Horen
➡ Acteermiddelen / scenische middelen
- Histrionische tekens → acteergebonden
- Scenische tekens → scènegebonden
➡ Intrinsieke / extrinsieke tekens
- Intrinsieke tekens → nodig
- Extrinsieke tekens → niet nodig, zijn toegevoegd
fi
, g) Alfabet van het theater
• Lichamelijkheid / fysionomie
➡ Algemene verschijning van acteur : lichaamsbouw, geslacht, leeftijd, …
➡ Intrinsieke karakteristieken van acteur
• Gestiek
➡ Gebaren
➡ Manier van gesticuleren
• Mimiek
➡ Gelaatsuitdrukkingen
➡ Kan soms weggelaten worden (bij bv. gebruik van maskers)
• Kostuum
➡ Kleding, grime op gelaat, pruiken, gebruik van maskers
• Proxemiek / nabijheid
➡ Positie van de acteurs
➡ Afstand tegenover elkaar
➡ Opstelling naar het publiek toe
➡ Scenische tekens en acteertekens
• Ruimtegestiek
➡ Opkomen, afgaan en de bewegingen in de ruimte
• Ruimte
➡ Vaste ruimtelijke schikkingen (architectuur gebouw, positie publiek, …)
• Decor
➡ Tweedimensionale delen (wanden, doeken, vloer)
➡ Driedimensionale delen (trappen, vast, meubilair, voorwerpen)
• Object
➡ Rekwisieten
• Licht / projecties
➡ Lichtbronnen (spots, lampen, kaarsen, zaklampen, …)
➡ Videoprojecties
➡ Dia’s
➡ Lasers
➡ Filmfragmenten
• Verbale middelen
➡ Verbale manifestaties van acteurs → gesproken tekst
• Paraverbale middelen
➡ Manier waarop de tekst gesproken wordt door de acteurs (intonatie, timbre, ritme,
accent, …)
• Muziek (acteurgebonden)
➡ Livemuziek
• Geluid (acteurgebonden)
➡ Geluid geproduceerd door de acteurs (stappen op de vloer, gero el met de
vingers, …)
• Muziek (scenisch)
➡ Muziek die niet live is
• Geluid (scenisch)
➡ Geluidigheid niet live geproduceerd : de klankband
➡ Geluidsdecor
ff
Inleiding
1. Toneel en werkelijkheid
a) Toneel vs lm
Toneel Film
Simpel decor Speci eke e ecten
Live Op voorhand opgenomen + montage
Één plaats / decor Verschillende decors
b) Toneelwoordenschat
• Het achterdoek = doek dat de achterkant van het toneel bedekt
• De acteurs / actrices = de toneelspelers
• De akoestiek = geluidskwaliteit
• Het balkon = zitplaatsen op bovenverdieping in het theater
• De cast = alle acteurs en guranten die meedoen aan een toneelvoorstelling
• Het decor = aankleding van het podium
• De improvisatie = het spontaan acteren
c) Toneel vs werkelijkheid
Toneel Werkelijkheid
Voorbereid Spontaan
Job of hobby Alledaagse leven
2. Doelstellingen van het toneel
• Dramaturg = toneelauteur, schrijver van het toneelstuk
• Tadeusz Kantor
➡ Toneel is de plaats om zichzelf te zijn, nieuwe dingen uit te vinden
➡ Ontsnappen van de werkelijkheid
• William Shakespeare
➡ Blijf natuurlijk bij het toneel spelen, wees niet tam maar overdrijf niet
➡ Toneel laten lijken op de werkelijkheid
• Antonin Artaud
➡ De dromen werkelijkheid laten worden binnen het toneel
➡ Een geestelijke reiniging teweegbrengen
• Bertolt Brecht
➡ Toneel stelt je voor om de wereld voor ogen te grijpen
➡ Toneel laat je de harde werkelijkheid accepteren
fi fiff fi
,3. Tekentaal van het toneel
a) Minimaal nodig om van theater te spelen
Een script die op voorhand op papier is neergelegd, maar ook gevoelens en mimiek laten
doorschijnen.
b) Maakt het verschil bij theatervoorstellingen (persoonlijk)
• De kostuums
• Het decor
• Publiek die aanwezig is
• Muziek
• …
c) Kunstvormen mogelijk geïntegreerd in het theater
• Literatuur
• Architectuur
• Film
• Choreogra e
• …
d) Zintuigen binnen het theater
• Veel gebruikt
➡ Horen
➡ Zien
• Verwaarloosd
➡ Proeven (onmogelijk)
➡ Voelen (onmogelijk)
➡ Ruiken (niet onmogelijk)
e) Begrippen
• Tekensystemen = theatermiddel om zintuigen te prikkelen
• Multimediaal spektakel = toneel rijk aan tekensystemen
• Arm theater = toneel arm aan tekensystemen, gebruik maken van diverse middelen
die ter beschikking zijn
f) Tekensystemen
• Ingedeeld volgens drie criteria
➡ Zintuigen
- Zien
- Ruiken
- Smaken
- Tasten
- Horen
➡ Acteermiddelen / scenische middelen
- Histrionische tekens → acteergebonden
- Scenische tekens → scènegebonden
➡ Intrinsieke / extrinsieke tekens
- Intrinsieke tekens → nodig
- Extrinsieke tekens → niet nodig, zijn toegevoegd
fi
, g) Alfabet van het theater
• Lichamelijkheid / fysionomie
➡ Algemene verschijning van acteur : lichaamsbouw, geslacht, leeftijd, …
➡ Intrinsieke karakteristieken van acteur
• Gestiek
➡ Gebaren
➡ Manier van gesticuleren
• Mimiek
➡ Gelaatsuitdrukkingen
➡ Kan soms weggelaten worden (bij bv. gebruik van maskers)
• Kostuum
➡ Kleding, grime op gelaat, pruiken, gebruik van maskers
• Proxemiek / nabijheid
➡ Positie van de acteurs
➡ Afstand tegenover elkaar
➡ Opstelling naar het publiek toe
➡ Scenische tekens en acteertekens
• Ruimtegestiek
➡ Opkomen, afgaan en de bewegingen in de ruimte
• Ruimte
➡ Vaste ruimtelijke schikkingen (architectuur gebouw, positie publiek, …)
• Decor
➡ Tweedimensionale delen (wanden, doeken, vloer)
➡ Driedimensionale delen (trappen, vast, meubilair, voorwerpen)
• Object
➡ Rekwisieten
• Licht / projecties
➡ Lichtbronnen (spots, lampen, kaarsen, zaklampen, …)
➡ Videoprojecties
➡ Dia’s
➡ Lasers
➡ Filmfragmenten
• Verbale middelen
➡ Verbale manifestaties van acteurs → gesproken tekst
• Paraverbale middelen
➡ Manier waarop de tekst gesproken wordt door de acteurs (intonatie, timbre, ritme,
accent, …)
• Muziek (acteurgebonden)
➡ Livemuziek
• Geluid (acteurgebonden)
➡ Geluid geproduceerd door de acteurs (stappen op de vloer, gero el met de
vingers, …)
• Muziek (scenisch)
➡ Muziek die niet live is
• Geluid (scenisch)
➡ Geluidigheid niet live geproduceerd : de klankband
➡ Geluidsdecor
ff