Aantekeningen Psychologie Hoorcolleges, KT1
Les 1, Psychologie
(Blz. 18 boek)
6 perspectieven:
1. Biologisch
- Hersenen
- Genetica
- Neurowetenschap (hersenen)
- Zenuwstelsel
- Hormoonstelsel
- Evolutionaire psychologie (verklaringen in termen van genetische aanpassing
aan overleving en voortplanting)
2. Cognitief
- Mentale processen (leren, geheugen, aandacht, perceptie, denken, taal)
- Voortgekomen uit: structuralisme, functionalisme
3. Behavioristisch
- Streven om van psychologie objectieve wetenschap te maken
- Richt zich op observeerbaar gedrag
4. Gehele persoon
- Psychodynamische psychologie (onbewuste geest = reservoir van energie
voor de persoonlijkheid)
- Humanistisch (nadruk op mogelijkheden, groei o.b.v. vrije wil)
- Karaktertrekken en temperament (verschillen tussen mensen o.b.v. -
blijvende- kenmerken)
- Freud-psychoanalise
5. Ontwikkeling
- Nadruk op omgeving en ontwikkeling, en op voorspelbare veranderingen die
plaatsvinden tijdens de levensloop
6. Sociocultureel
- Nadruk op sociale interactie, sociaal leren en cultuur (bv. Liefhebben,
vooroordelen, agressie, gehoorzaamheid, de kracht van de situatie)
- Sociale psychologie
- Crossculturele psychologie
Wat is psychologie?:
- Zimbaro et al: Psychologie is de wetenschap van het gedrag en de psychische
processen, die uit vele, dikwijls tegenstrijdige tradities is ontstaan.
- Studie van al het gedrag van een individu, ook afwijkend gedrag.
- Binnen de psychologie kennen we zes perspectieven.
1
, Waar kom je psychologen tegen?
- Verschil tussen een psycholoog en een psychiater?
- Jeugd- en gezondheidszorg, verslavingszorg, arbeid & organisatie en
onderwijs.
- Maar ook in marketing bijvoorbeeld.
Twee specialisaties:
1. Experimentele psychologie.
2. Toegepaste psychologie.
Experimenteel wetenschappelijk onderzoek:
- Hypothese ontwikkelen.
- Experiment uitvoeren.
- Data verzamelen.
- Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren.
- Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren.
Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren:
- Statistiek.
- Significantie.
- Verwerpen of accepteren.
2
,Les 2, Psychologie
Het brein geeft ons een inkijkje op hoe wij ons gedragen.
Het reptielenbrein is het alleroudste brein dat we hebben -> richt zich op voortplanting,
overleven, instinkt.
Neo Cortex
- Intellect
- Leervermogen
- Taal
Zoogdierenbrein Reptielenbrein
- Emoties - Overleving
- Voortplanting
- Instincten
Evolutie:
Charles Darwin’s evolutietheorie
Natuurlijke selectie = Individuen die het beste zijn aangepast aan hun omgeving
hebben grootste kans op overleving en voortplanting.
Natuurlijke selectie werkt als volgt:
1. Omgeving legt druk op soort.
2. Ontstaat concurrentie om schaarse bronnen.
3. Organismen die meest geschikt blijken, overleven (zowel binnen als tussen
soorten).
4. De succesvolle organismen geven hun genen door.
5. In volgende generatie meer dragers van het succesvolle genotype.
Psychologische voorbeelden waarin je evolutie terug kunt zien:
- Fobieën zoals angst voor slangen en spinnen.
- Slaap (voor oermens het veiligste).
- Voorkeur voor zoet en vet eten.
Erfelijkheid:
- Genotype
- Fenotype
- Mutaties
- Genen vastgelegd in desoxy-ribunocleïnezuur ofwel DNA.
- Genen aaneengeregen in lange ketens, chromosomen.
- Mensen hebben 23 paren.
Voorbeelden:
Geslachtschromosoom.
Trisomie 21 = Down-syndroom.
3
, Genen en erfelijkheid:
Genotype (genen) vs fenotype (fysieke kenmerken)
Chromosomen
Genen
DNA
Genetische verklaringen:
- Psychische processen (angsten)
- Ziekten
- Intelligentie
- Persoonlijkheid
- Mogelijk: seksuele geaardheid
Tweelingstudies:
- Eén-eiige (monozygotische) tweelingen hebben ong. 100% zelfde genotype vs.
Twee-eiige (dizygotische) tweelingen ong. 50%.
- Aanname: zelfde omgevingsinvloeden = verschil zou dus alleen op erfelijkheid
moeten berusten.
- Kritiekpunten:
Aanname klopt niet. MZ-tweelingen worden vaker op zelfde manier
behandeld.
Genetic pathways zijn te ingewikkeld om als één op één relatie weer te geven.
Gedragsgenetica:
- Onderzoek naar genetische basis van gedrag, eigenschappen en stoornissen.
- Directe verbanden tussen gedrag en genetica: moeilijk aantoonbaar > complex
gedrag samenspel tussen vele genen en interactie met omgeving.
- Voorbeeld: crimineel gedrag > zeer complex en cultuurgebonden definitie.
- Successen: vaststellen van genetische basis van bepaalde stoornissen, zoals
syndroom van Down, fragiele X-syndroom, maar vermoedelijk ook schizofrenie.
Interne communicatie van het lichaam neuronen en hormonen:
4
Les 1, Psychologie
(Blz. 18 boek)
6 perspectieven:
1. Biologisch
- Hersenen
- Genetica
- Neurowetenschap (hersenen)
- Zenuwstelsel
- Hormoonstelsel
- Evolutionaire psychologie (verklaringen in termen van genetische aanpassing
aan overleving en voortplanting)
2. Cognitief
- Mentale processen (leren, geheugen, aandacht, perceptie, denken, taal)
- Voortgekomen uit: structuralisme, functionalisme
3. Behavioristisch
- Streven om van psychologie objectieve wetenschap te maken
- Richt zich op observeerbaar gedrag
4. Gehele persoon
- Psychodynamische psychologie (onbewuste geest = reservoir van energie
voor de persoonlijkheid)
- Humanistisch (nadruk op mogelijkheden, groei o.b.v. vrije wil)
- Karaktertrekken en temperament (verschillen tussen mensen o.b.v. -
blijvende- kenmerken)
- Freud-psychoanalise
5. Ontwikkeling
- Nadruk op omgeving en ontwikkeling, en op voorspelbare veranderingen die
plaatsvinden tijdens de levensloop
6. Sociocultureel
- Nadruk op sociale interactie, sociaal leren en cultuur (bv. Liefhebben,
vooroordelen, agressie, gehoorzaamheid, de kracht van de situatie)
- Sociale psychologie
- Crossculturele psychologie
Wat is psychologie?:
- Zimbaro et al: Psychologie is de wetenschap van het gedrag en de psychische
processen, die uit vele, dikwijls tegenstrijdige tradities is ontstaan.
- Studie van al het gedrag van een individu, ook afwijkend gedrag.
- Binnen de psychologie kennen we zes perspectieven.
1
, Waar kom je psychologen tegen?
- Verschil tussen een psycholoog en een psychiater?
- Jeugd- en gezondheidszorg, verslavingszorg, arbeid & organisatie en
onderwijs.
- Maar ook in marketing bijvoorbeeld.
Twee specialisaties:
1. Experimentele psychologie.
2. Toegepaste psychologie.
Experimenteel wetenschappelijk onderzoek:
- Hypothese ontwikkelen.
- Experiment uitvoeren.
- Data verzamelen.
- Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren.
- Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren.
Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren:
- Statistiek.
- Significantie.
- Verwerpen of accepteren.
2
,Les 2, Psychologie
Het brein geeft ons een inkijkje op hoe wij ons gedragen.
Het reptielenbrein is het alleroudste brein dat we hebben -> richt zich op voortplanting,
overleven, instinkt.
Neo Cortex
- Intellect
- Leervermogen
- Taal
Zoogdierenbrein Reptielenbrein
- Emoties - Overleving
- Voortplanting
- Instincten
Evolutie:
Charles Darwin’s evolutietheorie
Natuurlijke selectie = Individuen die het beste zijn aangepast aan hun omgeving
hebben grootste kans op overleving en voortplanting.
Natuurlijke selectie werkt als volgt:
1. Omgeving legt druk op soort.
2. Ontstaat concurrentie om schaarse bronnen.
3. Organismen die meest geschikt blijken, overleven (zowel binnen als tussen
soorten).
4. De succesvolle organismen geven hun genen door.
5. In volgende generatie meer dragers van het succesvolle genotype.
Psychologische voorbeelden waarin je evolutie terug kunt zien:
- Fobieën zoals angst voor slangen en spinnen.
- Slaap (voor oermens het veiligste).
- Voorkeur voor zoet en vet eten.
Erfelijkheid:
- Genotype
- Fenotype
- Mutaties
- Genen vastgelegd in desoxy-ribunocleïnezuur ofwel DNA.
- Genen aaneengeregen in lange ketens, chromosomen.
- Mensen hebben 23 paren.
Voorbeelden:
Geslachtschromosoom.
Trisomie 21 = Down-syndroom.
3
, Genen en erfelijkheid:
Genotype (genen) vs fenotype (fysieke kenmerken)
Chromosomen
Genen
DNA
Genetische verklaringen:
- Psychische processen (angsten)
- Ziekten
- Intelligentie
- Persoonlijkheid
- Mogelijk: seksuele geaardheid
Tweelingstudies:
- Eén-eiige (monozygotische) tweelingen hebben ong. 100% zelfde genotype vs.
Twee-eiige (dizygotische) tweelingen ong. 50%.
- Aanname: zelfde omgevingsinvloeden = verschil zou dus alleen op erfelijkheid
moeten berusten.
- Kritiekpunten:
Aanname klopt niet. MZ-tweelingen worden vaker op zelfde manier
behandeld.
Genetic pathways zijn te ingewikkeld om als één op één relatie weer te geven.
Gedragsgenetica:
- Onderzoek naar genetische basis van gedrag, eigenschappen en stoornissen.
- Directe verbanden tussen gedrag en genetica: moeilijk aantoonbaar > complex
gedrag samenspel tussen vele genen en interactie met omgeving.
- Voorbeeld: crimineel gedrag > zeer complex en cultuurgebonden definitie.
- Successen: vaststellen van genetische basis van bepaalde stoornissen, zoals
syndroom van Down, fragiele X-syndroom, maar vermoedelijk ook schizofrenie.
Interne communicatie van het lichaam neuronen en hormonen:
4