Les 2
1. Morfologie van de bacteriële cel
Verschillende vormen: meest rond en staaf
Rond => Coccen/i
o Alleen
o Paren
o Verschillende configuraties : staphylococci
= druivenconfiguratie
Langwerpige/staaf => bacillen/i
o Alleen
o Paren
o Verschillende configuraties
Andere
2. Grootte/Volume van de bacteriële cel
Diameter: 0.2 – 50um
Typische afmetingen: 1 (breedte) x 3 (lengte) um, volume 2-3 um^3
Waarom zo klein?
o Toename celgrootte de oppervlakte/volume verhouding daalt
=> bacteriën moeten al hun voedingsstoffen uit omgeving opnemen
=> via oppervlak veel uitwisseling nodig
=> hoge oppervlakte/volume verhouding = belangrijk
3. Structuur van cytoplasma en cytoplasmatische membraan
Cytoplasma:
Voornamelijk water => 70%
Groot aantal ribosomen
Zouten, suikers, AZ, nucleotiden, co-enzymen, vit …
Plasmamembraan:
Dun
Functie: barrière tussen intra en extra
o Beschadiging => lekken celinhoud => dood
o Selectieve permeabiliteit
Structuur: fosfolipidedubbellaag
=> hydrofobe staarten
=> hydrofiele kop
=> buitenzijde dan hydrofiele koppen
+ versterkt met andere componenten
=> sterolen bij eukaryoten
=> hopanoïden bij bacteriën
+ eiwitten
=> transmembranair, aan oppervlakte membraan
, 4. Functie van de cytoplasmatische membraan
BARRIERE FUNCTIE
Hydrofiele, geladen deeltjes niet passief opgenomen
o water wel vrije beweging
Nood aan transporteiwitten = zeer specifiek en gereguleerd
o Accumulatie componenten tegen de gradiënt in
o Saturatie effect => max snelheid moleculen te accumuleren die maar in zeer lage
conc aanwezig zijn
Diffusie afhankelijk van de concentratie, carrier
gemedieerd transport niet
TRANSPORT
Types:
1. Uniport
- transport 1 molecule
2. Symport
- transport 2 moleculen
3. Antiport
- transport 2 moleculen in tegengestelde richting
Systemen energiebron:
Eenvoudig transport => energie uit PMF (proton molecule force?)
o Protonengradiënt over membraan => energie
Groep translocatie-fosforylatie van component via PEP (phosfoenolpyruvaat)
o Uit PEP de P groep, hieruit energie halen
o Vb. glucose transport via fosfotransferase systeem in E-coli
ABC transporters
o ATP binding casette => energie uit hydrolyse ATP
= ATP => ADP + P
=> transport kleine moleculen
1. Morfologie van de bacteriële cel
Verschillende vormen: meest rond en staaf
Rond => Coccen/i
o Alleen
o Paren
o Verschillende configuraties : staphylococci
= druivenconfiguratie
Langwerpige/staaf => bacillen/i
o Alleen
o Paren
o Verschillende configuraties
Andere
2. Grootte/Volume van de bacteriële cel
Diameter: 0.2 – 50um
Typische afmetingen: 1 (breedte) x 3 (lengte) um, volume 2-3 um^3
Waarom zo klein?
o Toename celgrootte de oppervlakte/volume verhouding daalt
=> bacteriën moeten al hun voedingsstoffen uit omgeving opnemen
=> via oppervlak veel uitwisseling nodig
=> hoge oppervlakte/volume verhouding = belangrijk
3. Structuur van cytoplasma en cytoplasmatische membraan
Cytoplasma:
Voornamelijk water => 70%
Groot aantal ribosomen
Zouten, suikers, AZ, nucleotiden, co-enzymen, vit …
Plasmamembraan:
Dun
Functie: barrière tussen intra en extra
o Beschadiging => lekken celinhoud => dood
o Selectieve permeabiliteit
Structuur: fosfolipidedubbellaag
=> hydrofobe staarten
=> hydrofiele kop
=> buitenzijde dan hydrofiele koppen
+ versterkt met andere componenten
=> sterolen bij eukaryoten
=> hopanoïden bij bacteriën
+ eiwitten
=> transmembranair, aan oppervlakte membraan
, 4. Functie van de cytoplasmatische membraan
BARRIERE FUNCTIE
Hydrofiele, geladen deeltjes niet passief opgenomen
o water wel vrije beweging
Nood aan transporteiwitten = zeer specifiek en gereguleerd
o Accumulatie componenten tegen de gradiënt in
o Saturatie effect => max snelheid moleculen te accumuleren die maar in zeer lage
conc aanwezig zijn
Diffusie afhankelijk van de concentratie, carrier
gemedieerd transport niet
TRANSPORT
Types:
1. Uniport
- transport 1 molecule
2. Symport
- transport 2 moleculen
3. Antiport
- transport 2 moleculen in tegengestelde richting
Systemen energiebron:
Eenvoudig transport => energie uit PMF (proton molecule force?)
o Protonengradiënt over membraan => energie
Groep translocatie-fosforylatie van component via PEP (phosfoenolpyruvaat)
o Uit PEP de P groep, hieruit energie halen
o Vb. glucose transport via fosfotransferase systeem in E-coli
ABC transporters
o ATP binding casette => energie uit hydrolyse ATP
= ATP => ADP + P
=> transport kleine moleculen