Anatomie,
fysiologie,
pathologie en
farmacologie.
Uitwerkingen van de lesdoelen.
Kimberly de Zwaan
HBO-V
Hogeschool Utrecht
,1
Inhoud
AFPF lesdoelen – blok 1..........................................................................................................................2
Lesdoelen casus 1 – Sophie.................................................................................................................2
Lesdoelen casus 2 – familie Versteeg................................................................................................13
Lesdoelen casus 3 – Marieke............................................................................................................20
Lesdoelen casus 4 – Muriël...............................................................................................................28
Lesdoelen casus 5 – Arjan.................................................................................................................38
Lesdoelen casus 6 – mw. Bouwmans................................................................................................47
Lesdoelen casus 7 – dhr. van der Boom............................................................................................51
AFPF lesdoelen – blok 2........................................................................................................................57
Lesdoelen casus 1 – gezin Peek.........................................................................................................57
Lesdoelen casus 2A – meneer Vergeer..............................................................................................66
Lesdoelen casus 2B – Rabia en Alaa.................................................................................................75
Lesdoelen casus 3 – Johan (1)...........................................................................................................82
Lesdoelen casus 4 – Echtpaar Blans..................................................................................................84
Lesdoelen casus 5 – Mw. Steenbruggen (1)......................................................................................95
Lesdoelen casus 6 – dhr. Jacobse en mw Van Es (1)........................................................................100
Lesdoelen casus 3 – Johan (2).........................................................................................................106
Lesdoelen casus 5 – Mw. Steenbruggen (2)....................................................................................117
Lesdoelen casus 6 – dhr. Jacobse en mw Van Es (2)........................................................................121
,2
AFPF lesdoelen – blok 1
Week 36 t/m 43
Lesdoelen casus 1 – Sophie
Een beschrijving geven van de complexiteitsniveaus van structuren in het lichaam
- Atomen vormen moleculen (scheikundig niveau).
- Cellen: de kleinste onafhankelijke eenheden van de levende materie.
- Weefsels bestaan uit cellen die overeenkomen in vorm en functie.
- Organen bestaan uit verschillende weefsels die samen een specifieke functie
uitvoeren.
- Orgaanstelsels/systemen voeren vitale functies uit m.b.v. organen en weefsels.
Vitale functies zijn de meest belangrijke functies die nodig zijn om een mens in leven te houden.
Een definitie geven van de begrippen ‘milieu intérieur’ en ‘homeostase’
Milieu intérieur/ interstitium: samenstelling van extracellulaire lichaamsvloeistof.
Homeostase: stabiele toestand.
-> wordt geregeld d.m.v. positieve en negatieve feedback/ terugkoppeling.
De functies van de transportsystemen in het lichaam beschrijven
Bloed, bestaat uit:
- Plasma; voornamelijk uit water met daarin opgeloste stoffen.
- Bloedcellen, 3 typen;
Erytrocyten (rode bloedcellen) vervoeren O2 + CO2 tussen longen en lichaamscellen.
Leukocyten (witte bloedcellen) – afweersysteem.
Trombocyten (bloedplaatjes) – belangrijk bij bloedstolling.
Cardiovasculairsysteem:
- Bloedvaten; 3 typen:
Arteriën (slagaders) – vanuit het hart -> andere lichaamsdelen.
Venen (aders) – vanuit lichaamsdelen -> hart.
Capillairen (haarvaten) – verbinden arteriën en venen met elkaar.
- Hart.
De bloedvaten vormen een netwerk dat bloed transporteert naar de longen (longcirculatie) en de
cellen in alle andere delen van het lichaam (lichaamscirculatie).
, 3
Lymfoïdesysteem:
- Bestaat uit een aantal lymfevaten die beginnen als blind eindigende buisjes in de
interstitiële ruimten tussen de capillairen en weefselcellen.
- De poriën in de wanden van de lymfecapillairen zijn groter dan de poriën in de
wanden van de bloedcapillairen.
- Lymfe is weefselvloeistof dat ook materiaal bevat dat is afgevoerd van de
weefselruimten (plasma-eiwitten, bacteriën, celafval).
- In de lymfeklieren worden de lymfen gefilterd van bepaalde stoffen.
- In het lymfoïdesysteem rijpen lymfocyten.
De functies van het zenuwstelsel en het endocriene stelsel van interne communicatie
samenvatten
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit:
- De hersenen
- Het ruggenmerg, lopend vanaf de schedelbasis tot in de lumbale streek (onderrug)
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit:
- Sensorische of afferente zenuwen, die signalen van het lichaam naar de hersenen
sturen
- Motorische of efferente zenuwen, die signalen van de hersenen naar de
effectorganen sturen
De somatische zintuigen detecteren vier prikkels; pijn, tast, warmte en kou. Deze bestaan uit
gespecialiseerde sensorische receptoren die op de uiteinden van zenuwvezels in de huid liggen.
Hormonen stimuleren specifieke doelorganen die betrokken zijn bij metabolische processen en
andere cellulaire activiteiten, groei en rijping van het lichaam.
Endocriene klieren reageren op het gehalte van bepaalde stoffen in het bloed, waaronder glucose,
ionen en speciale hormonen.
In hoofdlijnen beschrijven hoe het lichaam stoffen absorbeert
Opname door zuurstof:
- Opgenomen worden zuurstof, water, en voedingsstoffen.
uitgescheiden worden koolstofdioxide, urine en feces (ontlasting).
- Zuurstof wordt gebruikt voor de chemische reacties waaruit energie vrijkomt uit
voedingsstoffen.
- Lucht -> pharynx ( keel die ook deel uitmaakt van het maag-darmkanaal -> larynx
(strottenhoofd) -> trachea (luchtpijp) -> hoofdbronchiën -> kleinere bronchiën,
eindigen in alveoli (longblaasjes).
- De stikstof die het lichaam nodig heeft wordt uit de voeding gehaald en niet uit de
lucht die je inademt.
fysiologie,
pathologie en
farmacologie.
Uitwerkingen van de lesdoelen.
Kimberly de Zwaan
HBO-V
Hogeschool Utrecht
,1
Inhoud
AFPF lesdoelen – blok 1..........................................................................................................................2
Lesdoelen casus 1 – Sophie.................................................................................................................2
Lesdoelen casus 2 – familie Versteeg................................................................................................13
Lesdoelen casus 3 – Marieke............................................................................................................20
Lesdoelen casus 4 – Muriël...............................................................................................................28
Lesdoelen casus 5 – Arjan.................................................................................................................38
Lesdoelen casus 6 – mw. Bouwmans................................................................................................47
Lesdoelen casus 7 – dhr. van der Boom............................................................................................51
AFPF lesdoelen – blok 2........................................................................................................................57
Lesdoelen casus 1 – gezin Peek.........................................................................................................57
Lesdoelen casus 2A – meneer Vergeer..............................................................................................66
Lesdoelen casus 2B – Rabia en Alaa.................................................................................................75
Lesdoelen casus 3 – Johan (1)...........................................................................................................82
Lesdoelen casus 4 – Echtpaar Blans..................................................................................................84
Lesdoelen casus 5 – Mw. Steenbruggen (1)......................................................................................95
Lesdoelen casus 6 – dhr. Jacobse en mw Van Es (1)........................................................................100
Lesdoelen casus 3 – Johan (2).........................................................................................................106
Lesdoelen casus 5 – Mw. Steenbruggen (2)....................................................................................117
Lesdoelen casus 6 – dhr. Jacobse en mw Van Es (2)........................................................................121
,2
AFPF lesdoelen – blok 1
Week 36 t/m 43
Lesdoelen casus 1 – Sophie
Een beschrijving geven van de complexiteitsniveaus van structuren in het lichaam
- Atomen vormen moleculen (scheikundig niveau).
- Cellen: de kleinste onafhankelijke eenheden van de levende materie.
- Weefsels bestaan uit cellen die overeenkomen in vorm en functie.
- Organen bestaan uit verschillende weefsels die samen een specifieke functie
uitvoeren.
- Orgaanstelsels/systemen voeren vitale functies uit m.b.v. organen en weefsels.
Vitale functies zijn de meest belangrijke functies die nodig zijn om een mens in leven te houden.
Een definitie geven van de begrippen ‘milieu intérieur’ en ‘homeostase’
Milieu intérieur/ interstitium: samenstelling van extracellulaire lichaamsvloeistof.
Homeostase: stabiele toestand.
-> wordt geregeld d.m.v. positieve en negatieve feedback/ terugkoppeling.
De functies van de transportsystemen in het lichaam beschrijven
Bloed, bestaat uit:
- Plasma; voornamelijk uit water met daarin opgeloste stoffen.
- Bloedcellen, 3 typen;
Erytrocyten (rode bloedcellen) vervoeren O2 + CO2 tussen longen en lichaamscellen.
Leukocyten (witte bloedcellen) – afweersysteem.
Trombocyten (bloedplaatjes) – belangrijk bij bloedstolling.
Cardiovasculairsysteem:
- Bloedvaten; 3 typen:
Arteriën (slagaders) – vanuit het hart -> andere lichaamsdelen.
Venen (aders) – vanuit lichaamsdelen -> hart.
Capillairen (haarvaten) – verbinden arteriën en venen met elkaar.
- Hart.
De bloedvaten vormen een netwerk dat bloed transporteert naar de longen (longcirculatie) en de
cellen in alle andere delen van het lichaam (lichaamscirculatie).
, 3
Lymfoïdesysteem:
- Bestaat uit een aantal lymfevaten die beginnen als blind eindigende buisjes in de
interstitiële ruimten tussen de capillairen en weefselcellen.
- De poriën in de wanden van de lymfecapillairen zijn groter dan de poriën in de
wanden van de bloedcapillairen.
- Lymfe is weefselvloeistof dat ook materiaal bevat dat is afgevoerd van de
weefselruimten (plasma-eiwitten, bacteriën, celafval).
- In de lymfeklieren worden de lymfen gefilterd van bepaalde stoffen.
- In het lymfoïdesysteem rijpen lymfocyten.
De functies van het zenuwstelsel en het endocriene stelsel van interne communicatie
samenvatten
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit:
- De hersenen
- Het ruggenmerg, lopend vanaf de schedelbasis tot in de lumbale streek (onderrug)
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit:
- Sensorische of afferente zenuwen, die signalen van het lichaam naar de hersenen
sturen
- Motorische of efferente zenuwen, die signalen van de hersenen naar de
effectorganen sturen
De somatische zintuigen detecteren vier prikkels; pijn, tast, warmte en kou. Deze bestaan uit
gespecialiseerde sensorische receptoren die op de uiteinden van zenuwvezels in de huid liggen.
Hormonen stimuleren specifieke doelorganen die betrokken zijn bij metabolische processen en
andere cellulaire activiteiten, groei en rijping van het lichaam.
Endocriene klieren reageren op het gehalte van bepaalde stoffen in het bloed, waaronder glucose,
ionen en speciale hormonen.
In hoofdlijnen beschrijven hoe het lichaam stoffen absorbeert
Opname door zuurstof:
- Opgenomen worden zuurstof, water, en voedingsstoffen.
uitgescheiden worden koolstofdioxide, urine en feces (ontlasting).
- Zuurstof wordt gebruikt voor de chemische reacties waaruit energie vrijkomt uit
voedingsstoffen.
- Lucht -> pharynx ( keel die ook deel uitmaakt van het maag-darmkanaal -> larynx
(strottenhoofd) -> trachea (luchtpijp) -> hoofdbronchiën -> kleinere bronchiën,
eindigen in alveoli (longblaasjes).
- De stikstof die het lichaam nodig heeft wordt uit de voeding gehaald en niet uit de
lucht die je inademt.