D anatomie van de ledematen bij de huisdieren
1. Voorste lidmaat
a. De schouder of de boeg
schouder: kleine huisdieren
boeg: grote huisdieren
= articulatie van scapula en humerus
! geen collateraalbanden bij het schouder- of boeggewricht, deze taak wordt overgenomen door
twee spieren:
Spier Origo Insertio Functie
m. subscapularis Fossa subscapularis Tuberculum minus Extensor
schoudergewricht
m. infraspinatus Fossa infraspinata Facies musculi Flexie en extensie
infraspinata Hond: abductie
Specifieke strekkers van de schouder
Spier Origo Insertio Functie
m. supraspinatus Fossa supraspinata Khd: tuberculum Extensor v.h.
maius schoudergewricht en
stabiliseert de
ghd: tweede pees schouder
naar tuberculum
minus
m. coracobrachalis Processus Mediale zijde vd Kan het strekken
coracoideus humerus van de boeg
verder
ondersteunen
mits hij reeds
gestrekt wordt.
Anders werkt hij
licht adducerend.
Bij het buigen van
de schouder helpt
ze bij contractie
de buiging verder
zetten.
, Specifieke buigers van de schouder
Spier Origio Insertio Functie
m. teres major Caudale hoek en Tuberositas teres Flexie
caudale rand van de major schoudergewricht
scapula onderaan Adductie v.h. lidmaat
m. teres minor Onderaan de caudale Tuberositas teres Flexie v.h.
rand van de scapula minor schoudergewricht
m. deltoideus Flexie v.h.
schoudergewricht
Pars scapularis Volledige lengte Tuberositas deltoidea
spina scapulae
Pars acromialis Acromion Tuberositas deltoidea Niet aanwezig bij
paard en varken
De m. biceps brachii kan de schouder helpen strekken en het caput longum van de m. triceps
kan de schouder helpen buigen. -> zie elleboog
b. De verbinding romp-schouder
Spier Origio Insertio Functie
m. serratus ventralis Facies serrata dwarsuitsteeksels Vangt het gewicht
Cervicis C3 – C7 vd romp verend en
thoracis ventrale deel vd dempend op bij
eerste 8 à 9 lopen en springen
ribben Kan de inspiratie
ondersteunen
m. latissimus dorsi Tuberositas teres Brede peesplaat Het losse voorbeen
major (fascia naar achter
Hond en rund: laatste thoracolumbalis) bewegen of romp
2,3 ribben hecht vast op lig. naar het in steun
supraspinale gekomen voorbeen
trekken, verhindert
het krommen van
de rug
m. rhomboideus Binnenzijde cartilago Thoracis: Verzekerd dorsale
scapulae spinaaluitsteeksel aanhechting.
Cervicis: crista axis Optillen vd scapula.
Capitis : crista nuchae Kop opheffen bij
gefixeerde
schouder.
Proximale deel vd
scapula naar voor
kantelen.
m. trapezius met korte nekstreng v C2 – Drukt als een
= monnikskapspier bij peesplaat op T3 wikkel scapula plat
de mens volledig lengte ligamentum tegen romp.
1. Voorste lidmaat
a. De schouder of de boeg
schouder: kleine huisdieren
boeg: grote huisdieren
= articulatie van scapula en humerus
! geen collateraalbanden bij het schouder- of boeggewricht, deze taak wordt overgenomen door
twee spieren:
Spier Origo Insertio Functie
m. subscapularis Fossa subscapularis Tuberculum minus Extensor
schoudergewricht
m. infraspinatus Fossa infraspinata Facies musculi Flexie en extensie
infraspinata Hond: abductie
Specifieke strekkers van de schouder
Spier Origo Insertio Functie
m. supraspinatus Fossa supraspinata Khd: tuberculum Extensor v.h.
maius schoudergewricht en
stabiliseert de
ghd: tweede pees schouder
naar tuberculum
minus
m. coracobrachalis Processus Mediale zijde vd Kan het strekken
coracoideus humerus van de boeg
verder
ondersteunen
mits hij reeds
gestrekt wordt.
Anders werkt hij
licht adducerend.
Bij het buigen van
de schouder helpt
ze bij contractie
de buiging verder
zetten.
, Specifieke buigers van de schouder
Spier Origio Insertio Functie
m. teres major Caudale hoek en Tuberositas teres Flexie
caudale rand van de major schoudergewricht
scapula onderaan Adductie v.h. lidmaat
m. teres minor Onderaan de caudale Tuberositas teres Flexie v.h.
rand van de scapula minor schoudergewricht
m. deltoideus Flexie v.h.
schoudergewricht
Pars scapularis Volledige lengte Tuberositas deltoidea
spina scapulae
Pars acromialis Acromion Tuberositas deltoidea Niet aanwezig bij
paard en varken
De m. biceps brachii kan de schouder helpen strekken en het caput longum van de m. triceps
kan de schouder helpen buigen. -> zie elleboog
b. De verbinding romp-schouder
Spier Origio Insertio Functie
m. serratus ventralis Facies serrata dwarsuitsteeksels Vangt het gewicht
Cervicis C3 – C7 vd romp verend en
thoracis ventrale deel vd dempend op bij
eerste 8 à 9 lopen en springen
ribben Kan de inspiratie
ondersteunen
m. latissimus dorsi Tuberositas teres Brede peesplaat Het losse voorbeen
major (fascia naar achter
Hond en rund: laatste thoracolumbalis) bewegen of romp
2,3 ribben hecht vast op lig. naar het in steun
supraspinale gekomen voorbeen
trekken, verhindert
het krommen van
de rug
m. rhomboideus Binnenzijde cartilago Thoracis: Verzekerd dorsale
scapulae spinaaluitsteeksel aanhechting.
Cervicis: crista axis Optillen vd scapula.
Capitis : crista nuchae Kop opheffen bij
gefixeerde
schouder.
Proximale deel vd
scapula naar voor
kantelen.
m. trapezius met korte nekstreng v C2 – Drukt als een
= monnikskapspier bij peesplaat op T3 wikkel scapula plat
de mens volledig lengte ligamentum tegen romp.