Chemie 2020
Hoofdstuk 1: basisprincipes
giga (G) 109
mega (M) 106
kilo (k) 103
micro (𝜇) 10−6
nano (n) 10−9
pico (p) 10−12
Accuraatheid = hoe dicht liggen de resultaten van een meting bij de werkelijke waarde.
Precisie= hoe dicht liggen de resultaten van een aantal onafhankelijke metingen bij elkaar.
Getallen afronden
Vermenigvuldigen en delen: de uitkomst krijgt hetzelfde aantal beduidende cijfers als dat
van het originele getal met het kleinste aantal.
Vb.
278 𝑁
= 23,760684 = 23,8 Pa
11,70 𝑚^2
Optellen of aftrekken: de uitkomst krijgt hetzelfde aantal decimalen als dat van het
originele getal met het kleinste aantal.
Vb.
3,18 + 0,01315 = 3,19315 = 3,19
Conversiefactor
De conversiefactor geeft het verband tussen beide eenheden weer.
1
,Hoofdstuk 2: Atomen, moleculen en
Ionen
De elementen
Aluminium Al Chloor Cl Mangaan Mn Koper Cu
Argon Ar Fluor F Stikstof N Ijzer Fe
Barium Ba Helium He Zuurstof O Lood Pb
Boor B Waterstof H Fosfor P Kwik Hg
Broom Br Jood I Silicium Si Kalium K
Calcium Ca Lithium Li Zwavel S Zilver Ag
Koolstof C Magnesium Mg Zink Zn Natrium Na
Er zijn 18 groepen en 7 perioden
Elementen van dezelfde groep hebben vergelijkbare eigenschappen (zelfde aantal
elektronen op buitensta schil)
Alkalimetalen: Zachte, zilverkleurige metaeln die (zeer) heftig reageren met water
Aardalkalimetalen: Zilverkleurige metalen, stabieler dan alkalimetalen
Halogenen: Kleurrijke, corrosieve niet-metalen
Edelgassen: Kleurloze, weinig reactieve gassen
2
,Metalen
Niet-metalen
Half-metalen
Waarnemingen
Reagentia = stoffen die gebruikt worden bij het vormen van een reactieproduct
Behoud van massa = in chemische reacties wordt massa noch vernietigd, noch gecreeërd →
massa hetzelfde na de reactie.
3 wetmatigheden, Dalton:
1. Elementen opgebouwd uit atomen
2. Elk element gekarakteriseerd door de massa van de samengestelde atomen
3. Chemische elementen combineren zich tot chemische verbindingen
4. Chemische reacties reorganiseren enkel de bindingen tussen de atomen
Protonen en neutronen
Atoomkern bestaat uit protonen en neutrale neutronen
# protonen = # elektronen → elektrische neutraal
Neutronen kan verschillen (toch neutraal)
Isotopen = atomen met dezelfde atoomnummers, maar verschillende massagetallen.
3
, Massagetal = Atomaire massa = het gewogen gemiddelde van de isotopenmassa’s van de
natuurlijk voorkomende isotopen van een element.
Nucleaire chemie
Isotopen hebben gelijkaardige chemische eigenschappen
Elementen kunnen enkel in elkaar worden omgezet in nucleaire reacties, omdat de kernen
betrokken zijn.
Vb.
14 14 0
6𝐶 → 7𝑁 + −1𝑒
Radio-Isotopen vervallen en enden daarbij 1 van de 3 meest voorkomende types straling uit:
1. Alfa-straling: bestaat uit helium-4-kernen
2. Beta-straling: bestaat uit elektronen → zoals het eerste voorbeeld
3. Gamma-straling: bestaat uit hoog-energetische fotonen
Electron-capture: een elektron in de binnenste schil samennemen met een proton en zo veranderen
in een neutron
Covalente binding
Covalente binding = 2 atomen delen een aantal elektronen
→ atomen organiseren zich via covalente bindingen in moleculen
FIBrONHCl → komen altijd samen voor
Ionaire binding
Ionaire binding = een atoom draagt 1 of meerdere elektronen over aan 1 of meerdere
atomen
Ion= een geladen deeltje
Kation= positief geladen deeltje (vb. 𝑁𝑎+ )
Anion= negatief geladen deeltje (vb. 𝐶𝑙 − )
Tegengestelde ladingen trekken elkaar aan en wordt een ionaire vaste stof.
Polyatomische ionen= geladen, covalent gebonden groepen atomen
4
Hoofdstuk 1: basisprincipes
giga (G) 109
mega (M) 106
kilo (k) 103
micro (𝜇) 10−6
nano (n) 10−9
pico (p) 10−12
Accuraatheid = hoe dicht liggen de resultaten van een meting bij de werkelijke waarde.
Precisie= hoe dicht liggen de resultaten van een aantal onafhankelijke metingen bij elkaar.
Getallen afronden
Vermenigvuldigen en delen: de uitkomst krijgt hetzelfde aantal beduidende cijfers als dat
van het originele getal met het kleinste aantal.
Vb.
278 𝑁
= 23,760684 = 23,8 Pa
11,70 𝑚^2
Optellen of aftrekken: de uitkomst krijgt hetzelfde aantal decimalen als dat van het
originele getal met het kleinste aantal.
Vb.
3,18 + 0,01315 = 3,19315 = 3,19
Conversiefactor
De conversiefactor geeft het verband tussen beide eenheden weer.
1
,Hoofdstuk 2: Atomen, moleculen en
Ionen
De elementen
Aluminium Al Chloor Cl Mangaan Mn Koper Cu
Argon Ar Fluor F Stikstof N Ijzer Fe
Barium Ba Helium He Zuurstof O Lood Pb
Boor B Waterstof H Fosfor P Kwik Hg
Broom Br Jood I Silicium Si Kalium K
Calcium Ca Lithium Li Zwavel S Zilver Ag
Koolstof C Magnesium Mg Zink Zn Natrium Na
Er zijn 18 groepen en 7 perioden
Elementen van dezelfde groep hebben vergelijkbare eigenschappen (zelfde aantal
elektronen op buitensta schil)
Alkalimetalen: Zachte, zilverkleurige metaeln die (zeer) heftig reageren met water
Aardalkalimetalen: Zilverkleurige metalen, stabieler dan alkalimetalen
Halogenen: Kleurrijke, corrosieve niet-metalen
Edelgassen: Kleurloze, weinig reactieve gassen
2
,Metalen
Niet-metalen
Half-metalen
Waarnemingen
Reagentia = stoffen die gebruikt worden bij het vormen van een reactieproduct
Behoud van massa = in chemische reacties wordt massa noch vernietigd, noch gecreeërd →
massa hetzelfde na de reactie.
3 wetmatigheden, Dalton:
1. Elementen opgebouwd uit atomen
2. Elk element gekarakteriseerd door de massa van de samengestelde atomen
3. Chemische elementen combineren zich tot chemische verbindingen
4. Chemische reacties reorganiseren enkel de bindingen tussen de atomen
Protonen en neutronen
Atoomkern bestaat uit protonen en neutrale neutronen
# protonen = # elektronen → elektrische neutraal
Neutronen kan verschillen (toch neutraal)
Isotopen = atomen met dezelfde atoomnummers, maar verschillende massagetallen.
3
, Massagetal = Atomaire massa = het gewogen gemiddelde van de isotopenmassa’s van de
natuurlijk voorkomende isotopen van een element.
Nucleaire chemie
Isotopen hebben gelijkaardige chemische eigenschappen
Elementen kunnen enkel in elkaar worden omgezet in nucleaire reacties, omdat de kernen
betrokken zijn.
Vb.
14 14 0
6𝐶 → 7𝑁 + −1𝑒
Radio-Isotopen vervallen en enden daarbij 1 van de 3 meest voorkomende types straling uit:
1. Alfa-straling: bestaat uit helium-4-kernen
2. Beta-straling: bestaat uit elektronen → zoals het eerste voorbeeld
3. Gamma-straling: bestaat uit hoog-energetische fotonen
Electron-capture: een elektron in de binnenste schil samennemen met een proton en zo veranderen
in een neutron
Covalente binding
Covalente binding = 2 atomen delen een aantal elektronen
→ atomen organiseren zich via covalente bindingen in moleculen
FIBrONHCl → komen altijd samen voor
Ionaire binding
Ionaire binding = een atoom draagt 1 of meerdere elektronen over aan 1 of meerdere
atomen
Ion= een geladen deeltje
Kation= positief geladen deeltje (vb. 𝑁𝑎+ )
Anion= negatief geladen deeltje (vb. 𝐶𝑙 − )
Tegengestelde ladingen trekken elkaar aan en wordt een ionaire vaste stof.
Polyatomische ionen= geladen, covalent gebonden groepen atomen
4