Hoofstuk 3: Het urinewegstelsel
Inhoud
1. Het urinair stelsel ............................................................................................................... 3
1.1 Anatomie ..................................................................................................................... 3
1.1.1 De nieren .............................................................................................................. 3
1.1.2 De nierafvoerwegen – Anatomie ......................................................................... 5
1.1.3 Arteriële nierdoorbloeding met “vuil” bloed ....................................................... 8
1.1.4 Veneuze nierdoorbloeding met gezuiverd bloed ................................................. 8
1.1.5 Nier: microscopisch ............................................................................................. 9
1.2 De fysiologie van de nier .......................................................................................... 10
1.2.1 De glomulaire filtratie ........................................................................................ 11
1.2.2 Tubulaire reabsorptie ......................................................................................... 12
1.2.3 Tubulaire secretie ............................................................................................... 14
1.2.4 Excretie, opslag en lozing .................................................................................. 16
1.3 Hormonale regeling van de nierwerking ................................................................... 17
1.3.1 Regeling van de vochtbalans door aanpassing vd wateruitscheiding thv de
nierbuisjes oiv ADH ........................................................................................................ 17
1.3.2 Regeling van de zoutbalans door aanpassing van de zoutuitscheiding thv
nierbuisjes oiv RAAS ...................................................................................................... 20
1
, ♂ ♀
• 2 nieren + urether: urine naar blaas • 2 nieren + urether: urine naar blaas
• Uit blaas= urethra: urine blaas → • Uit blaas= urethra: urine blaas →
Buitenwereld Buitenwereld
Kanaal van Wolf: Zaadleider Kanaal van Müller → Eileider + BM
Inleiding: Functies van het urinair stelsel
1. Verwijderen van organische afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen: (= Excretie)
o ureum (afbraakproduct van eiwitten)
o urinezuur (afbraakproduct van DNA)
o urobiline (gele kleur, afbraakproduct van hemoglobine)
o creatinine (afbraakproduct van spierweefsel)
2. Lozen van deze afvalstoffen (= Eliminatie)
3. Homeostatische regeling v volume en concentratie opgeloste stoffen ih bloedplasma
o Reguleren van bloedvolume en bloeddruk (zie sem 1)
o Reguleren van ionenconcentraties; Na+, K+, Cl-, …
o Reguleren van pH van bloed
o het RBC-gehalte door productie van EPO (zie sem 1)
2
, 1. Het urinair stelsel
1.1 Anatomie
EXAMENSCHETS: vooraanzicht mannelijk urinair stelsel
1.1.1 De nieren
Ligging
• Lumbaal
• Gelegen achter het peritoneum (= buikvlies)
• Rechternier ligt lager dan linkernier vanwege lever
Situering van het urinair stelsel tov de buik- & bekkenholte
De (intra)peritoneale ruimte De retroperitoneale ruimte De subperitoneale ruimte
= Omgeven do peritoneum = Achter het peritoneum = Onder de peritoneale
• Bevat • Bevat: nieren & ruimte
spijsverteringsorganen bijnieren, stukken • Bevat: blaas, urethra,
(oa. Maag, dunne duodenum, dikke darm,
darm, dikke darm, stukken dikke voortplantingsorganen
lever, milt) darm, alvleesklier
3
,Macroscopische bouw
• Boonvormig (12cm op 5cm)
• Ventraal bedekt m peritoneum
• Omgeven do vetkapsel
Bestaat uit:
Pyelogram: Röntgenfoto van het nierbekken dat gemaakt w met een contractvloeistof
4
, 1.1.2 De nierafvoerwegen – Anatomie
1) De bovenste urinewegen: de ureters
• Afgeplatte buizen: 0.5cm doorsnede & 30cm lang
• Verlopen retroperitoneaal
• Beginnen aan pyelon en eindigen id blaas thv vesico-ureterale junctie
• Wand:
o Urotheel als osmotische barrière
o Laagje glad spierweefsel: voor
peristaltieik
o Laagje bindweefsel: doorloopt
ih nierkapsel
2) De onderste urinewegen: blaas
= Een elastische zak die tt 0.5-1L urine kan
stockeren
• Ih kleine bekken, achter schaambeen &
rustend op BBspieren
• Vorm: eivormig, leeg driehoekig
• Wand:
o Binnen: geplooide mucosa, bekleed
m urotheel
o Midden: glad spierweefsel
o Buiten: bindweefsel
• Onderaan: stevige blaassfincter
Trigonum: driehoek tss uitmondingen vd utreters
en het begin vd urethra
Fundus: blaasdak
3) De urethra of plasbuis
♂ ♀
= Buis v 20cm = Korte buis vna 3cm
- 1e deel: doorheen prostaat een - Loopt doorheen BBspieren
BBspieren (Pars prostatica) - eindigt thv vd vulva, voor
- 2e deel: doorheen onderste schedeopening
zwellichaam vd penis (Corpus
spongiosum) en eindigt ad top van
de eikel (Pars spongoiosa)
5
,6
, 7
Inhoud
1. Het urinair stelsel ............................................................................................................... 3
1.1 Anatomie ..................................................................................................................... 3
1.1.1 De nieren .............................................................................................................. 3
1.1.2 De nierafvoerwegen – Anatomie ......................................................................... 5
1.1.3 Arteriële nierdoorbloeding met “vuil” bloed ....................................................... 8
1.1.4 Veneuze nierdoorbloeding met gezuiverd bloed ................................................. 8
1.1.5 Nier: microscopisch ............................................................................................. 9
1.2 De fysiologie van de nier .......................................................................................... 10
1.2.1 De glomulaire filtratie ........................................................................................ 11
1.2.2 Tubulaire reabsorptie ......................................................................................... 12
1.2.3 Tubulaire secretie ............................................................................................... 14
1.2.4 Excretie, opslag en lozing .................................................................................. 16
1.3 Hormonale regeling van de nierwerking ................................................................... 17
1.3.1 Regeling van de vochtbalans door aanpassing vd wateruitscheiding thv de
nierbuisjes oiv ADH ........................................................................................................ 17
1.3.2 Regeling van de zoutbalans door aanpassing van de zoutuitscheiding thv
nierbuisjes oiv RAAS ...................................................................................................... 20
1
, ♂ ♀
• 2 nieren + urether: urine naar blaas • 2 nieren + urether: urine naar blaas
• Uit blaas= urethra: urine blaas → • Uit blaas= urethra: urine blaas →
Buitenwereld Buitenwereld
Kanaal van Wolf: Zaadleider Kanaal van Müller → Eileider + BM
Inleiding: Functies van het urinair stelsel
1. Verwijderen van organische afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen: (= Excretie)
o ureum (afbraakproduct van eiwitten)
o urinezuur (afbraakproduct van DNA)
o urobiline (gele kleur, afbraakproduct van hemoglobine)
o creatinine (afbraakproduct van spierweefsel)
2. Lozen van deze afvalstoffen (= Eliminatie)
3. Homeostatische regeling v volume en concentratie opgeloste stoffen ih bloedplasma
o Reguleren van bloedvolume en bloeddruk (zie sem 1)
o Reguleren van ionenconcentraties; Na+, K+, Cl-, …
o Reguleren van pH van bloed
o het RBC-gehalte door productie van EPO (zie sem 1)
2
, 1. Het urinair stelsel
1.1 Anatomie
EXAMENSCHETS: vooraanzicht mannelijk urinair stelsel
1.1.1 De nieren
Ligging
• Lumbaal
• Gelegen achter het peritoneum (= buikvlies)
• Rechternier ligt lager dan linkernier vanwege lever
Situering van het urinair stelsel tov de buik- & bekkenholte
De (intra)peritoneale ruimte De retroperitoneale ruimte De subperitoneale ruimte
= Omgeven do peritoneum = Achter het peritoneum = Onder de peritoneale
• Bevat • Bevat: nieren & ruimte
spijsverteringsorganen bijnieren, stukken • Bevat: blaas, urethra,
(oa. Maag, dunne duodenum, dikke darm,
darm, dikke darm, stukken dikke voortplantingsorganen
lever, milt) darm, alvleesklier
3
,Macroscopische bouw
• Boonvormig (12cm op 5cm)
• Ventraal bedekt m peritoneum
• Omgeven do vetkapsel
Bestaat uit:
Pyelogram: Röntgenfoto van het nierbekken dat gemaakt w met een contractvloeistof
4
, 1.1.2 De nierafvoerwegen – Anatomie
1) De bovenste urinewegen: de ureters
• Afgeplatte buizen: 0.5cm doorsnede & 30cm lang
• Verlopen retroperitoneaal
• Beginnen aan pyelon en eindigen id blaas thv vesico-ureterale junctie
• Wand:
o Urotheel als osmotische barrière
o Laagje glad spierweefsel: voor
peristaltieik
o Laagje bindweefsel: doorloopt
ih nierkapsel
2) De onderste urinewegen: blaas
= Een elastische zak die tt 0.5-1L urine kan
stockeren
• Ih kleine bekken, achter schaambeen &
rustend op BBspieren
• Vorm: eivormig, leeg driehoekig
• Wand:
o Binnen: geplooide mucosa, bekleed
m urotheel
o Midden: glad spierweefsel
o Buiten: bindweefsel
• Onderaan: stevige blaassfincter
Trigonum: driehoek tss uitmondingen vd utreters
en het begin vd urethra
Fundus: blaasdak
3) De urethra of plasbuis
♂ ♀
= Buis v 20cm = Korte buis vna 3cm
- 1e deel: doorheen prostaat een - Loopt doorheen BBspieren
BBspieren (Pars prostatica) - eindigt thv vd vulva, voor
- 2e deel: doorheen onderste schedeopening
zwellichaam vd penis (Corpus
spongiosum) en eindigt ad top van
de eikel (Pars spongoiosa)
5
,6
, 7