Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Staatsrecht

Note
-
Vendu
1
Pages
22
Publié le
18-10-2021
Écrit en
2018/2019

Uitgebreide maar nuttige samenvatting die je in combinatie met de codex en goede kans op slagen geeft.

Aperçu du contenu

Staatsrecht
Deel 1: De algemene beginselen van het Belgisch
publiekrecht
Privaatrecht = regelt de verhouding tussen burgers onderling, omvat de rechtstakken: Burgerlijk
recht, Handelsrecht

Publiekrecht = regelt de verhouding tussen burgers en de overheid (rechten van de mens) en bevat
regels met betrekking tot de structuur, de werking en de bevoegdheden van de overheid en omvat
de volgende rechtstakken: Grondwettelijk recht, internationaal publiekrecht, Europees recht, fiscaal
recht en strafrecht.

Het ontstaan van België geschetst in een korte samenvatting:

Voordat België in 1830 onafhankelijk werd, vormde het samen met Nederland het Verenigd
Koninkrijk der Nederlanden. Het VKdN werd overheerst door Willem van Oranje die zich met alles
bemoeide en hier hadden de Belgen genoeg van en zo volgde de onafhankelijkheid nadat er een
opstand was gekomen. Het “Voorlopig bewind” was toen vergelijkbaar met de regering van nu en het
“Nationaal Congres” was in die tijd het eerste parlement. De staatsvorm was een koninkrijk en ons
eerste staatshoofd was een regent die voorzitter werd van het Nationaal Congres, daarnaast werd
Leopold Van … koning. De grondwet werd een leidraad voor de spelregels van de nieuwe
staatsstructuur.

Grondwet (publicatie in BS) = Basistekst  wordt verder uitgewerkt in andere wetten en
uitvoeringsbesluiten.

Grondwet = fundamentele wettekst  het is dan ook een zware procedure om deze te wijzigen en
staat bovenaan in de hiërarchie

Hiërarchie der wetten:

1. Grondwet en internationale normen
2. Wetten, decreten en ordonnanties
3. Uitvoeringsbesluiten
4. Provinciale verordeningen
5. Gemeentelijke verordeningen

Als Europa een regel invoert  dan zullen de lidstaten deze regel ook moeten invoeren en naleven.

Wetten = voor heel België bv. de wegcode

Decreten = voor alle gemeenschappen en gewesten behalve het BHG  deze zijn van toepassing op
een bepaald gebied. Bij Vlaamse gemeenschap is een voorbeeld hiervan het leerkrediet voor hoger
onderwijs

Ordonnanties = alleen van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Wetgevende macht = maakt de wetten, decreten en ordonnanties

Soms zijn wetten te vaag wat gebeurt er dan?
In dit geval moeten ze uitgevoerd worden door middel van uitvoeringsbesluiten, deze worden
gemaakt door de uitvoerende macht.

,BELANGRIJK  Provinciale en gemeentelijke verordeningen mogen niet in strijd zijn met mekaar.

Representatieve en parlementaire democratie = mensen stemmen op personen die hen
vertegenwoordigen:

 Representatieve democratie
- Bevolking kiest parlementsleden
- Parlement oefent wetgevende macht uit (representeert de bevolking)
- Bevolking behoudt stem  volgende verkiezingen, volksraadplegingen (refereda)
 Parlementaire democratie
- Alleen het parlement wordt gekozen (niet de Koning, noch de ministers)
- Parlement controleert de regering

Opkomstplicht in België  geen stemplicht

In de vier taalgebieden is het territorialiteitsbeginsel van toepassing wat is dit?
De plaats waar men zich bevindt, bepaalt welke taal de overheid moet toepassen (bestuurstaal), er is
wel een beperking op dit beginsel in de faciliteitengemeenten.

Supranationale normen = de verordening, een richtlijn en een beschikking:

 Verordening = vergelijken met een wet, als een Belgische rechter deze moet toepassen moet
hij dit strikt toepassen (rechtsreeks toepasselijk) = hetzelfde in alle lidstaten
 Richtlijn = verschil met verordening is dat een richtlijn eerst omgezet moet worden in de
wetgeving  inhoud van deze richtlijn gaat moeten worden geïmplementeerd in de
Belgische wetgeving
 Beschikking = individuele beslissing voor bepaald bedrijf waar bv. een boete kan worden
opgelegd

Afdwingbaarheid in de hiërarchie der rechtsnormen:

 Lagere overheid moet de normen van hogere overheid respecteren
 Een gewone rechter mag een wet/decreet niet toetsen aan de Gw. (wel ordonnanties)
 Grondwettelijk Hof mag wetten en decreten toetsen aan de Gw.
 Internationale normen kunnen maar afgedwongen worden als ze directe werking hebben

Deel 2: De Federale overheid
De wetgevende macht bestaat uit drie takken:

 Kamer van Volksvertegenwoordigers
Federaal parlement
 Senaat
 Koning

Kenmerken van de verkiezingen:

 Vastgelegd in de grondwet
 Algemeen enkelvoudig stemrecht
 Verplicht en geheim
 Verkiesbaar als parlementslid vanaf 18 jaar
 Stelsel van evenredige vertegenwoordiging = zetels in het parlement in verhouding met
stemmen partij
 Kieskringen
 Evenveel mannen als vrouwen op de kieslijsten (op één na)

, De samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

 150 leden
 Rechtstreeks verkozen leden
 Verkiezingen per kieskring
- 11 kieskringen
- Provinciale kieskringen + kieskring Brussel-Hoofdstad
 Kiesdrempel 5% = je moet 5% van de stemmen behaald hebben om te mogen zetelen

BHV-Akkoord = opsplitsing van de kieskring BHV in kieskring Brussel-Hoofdstad en kieskring Vlaams-
Brabant  gevolg hiervan zijn 6 faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand rond Brussel waar
inwoners kunnen stemmen op een lijst uit de kieskring Vlaams-Brabant of op een lijst uit de kieskring
Brussel-Hoofdstad

De samenstelling van de Senaat:

 Onrechtstreeks verkozen senatoren
 50 deelstaatsenatoren, aangewezen door en uit de deelparlementen:
- Vlaams parlement/NL taalgroep van het Brussels parlement = 29
- Parlement FR gemeenschap = 10
- Parlement Waals gewest = 2
- Parlement Duitstalige gemeenschap = 1
 10 gecoöpteerde senatoren, aangewezen door de hierboven vermelde senatoren:
- 6 Nederlandstaligen
- 4 Franstaligen

Overzicht van de bevoegdheden van de wetgevende macht:

A. Wetten maken
 Drie mogelijkheden voor de bevoegdheidsregeling tussen Kamer en Senaat:
- KvV en Senaat gelijk bevoegd = verplicht bicamerale procedure (Art. 77 Gw.)
- KvV alleen bevoegd = monocamerale procedure (Art. 74 Gw.)
- KvV met Senaat als bezinningskamer = optioneel bicamerale procedure (Art. 36 Gw.)
 Conflicten tussen Kamer en Senaat worden opgelost door de zogenaamde
parlementaire overlegcommissie

A.2 Drie bevoegdheden van de Koning als tak van de wetgevende macht:

 Initiatiefrecht = ministers kunnen initiatief nemen om voorontwerpen bij de Koning in te
dienen, nadat dit voorontwerp ondertekend is door de koning kunnen we spreken van een
wetsontwerp. Wetvoorstellen kunnen worden ingediend door de Kamerleden
 Amenderingsrecht = voorstellen tot het wijzigen van wetten die in het parlement in de maak
zijn.
 Bekrachtiging van wetten = wanneer de wet in het parlement is goedgekeurd moet deze nog
bekrachtigd worden door de Koning, met de ondertekening hiervan stemt de Koning mee in
met de door het parlement aangenomen tekst
B. Het goedkeuren van internationale verdragen:
1. Onderhandelen over de inhoud van het verdrag  door vertegenwoordigers van de
regering
2. Ondertekening van het verdrag  namens de Koning
3. Voorlegging van het verdrag aan het parlement

Infos sur le Document

Publié le
18 octobre 2021
Nombre de pages
22
Écrit en
2018/2019
Type
RESUME
€9,49
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
LVH10

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
LVH10 Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
2
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
1
Documents
7
Dernière vente
1 année de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Documents populaires

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions