Period
titel auteur soort extra kenmerken
e
Egidius Jan Moritoen ME Rondeel, meer specifiek een In het Gruuthusehandschrift (ca. 1400): Rijmklank,
- Atypisch: auteur klaagzang of elegie - Mecenas tegenstellingen en
vermeld Thema: de dood van Jans BFF retorische vraag
Motief: momento mori
- Hij denkt aan het moment van de dood
het weerzien met zijn BFF
Van der Anthonis de Roovere ME Ballade omdat: Gaat over de dodendans of danse macabre: Simpel rijmschema,
- Allereerste - Lang, verhalend gedicht - = mollen want de dood kijkt niet naar aanspreking publiek
Mollenfeeste stadsdichter - Simpel rijmschema afkomst, …
Geeft kritiek op de elitaire groepen van de
samenleving
Sotte II ME Refrein (zie kenmerken) - Niet alle gedichten zijn serieus 3 strofes van een gelijk
- Geschreven rond carnaval enigste dag aantal verzen, elke
Amoureushey waarop je mag lachen met de adel strofe eindigt met
t - Schoonheidsidealen in vraag gesteld ongeveer dezelfde
(1466) - “prins” = mecenas regel (= STOC),
o Blijf bij je stand (moraal)
Zie extra vraagjes op papier
Kenmerken lyriek in de middeleeuwen
- Orale traditie
- Anoniem (gemeenschapskunst)
- Gezongen
Belangrijke thema’s
- Moraliserend-didactisch
- Godsdienstig (ook ❤)
- Liefde, liefdesverdriet
- Dood (motieven)
o Dodendans/ danse macabre (dood ~ feest)
Dood komt meer voor in de 13e eeuw door de pest de dood een gezicht geven
Waarom een zeis? Iedereen verbonden aan God met een touwtje, wanneer je sterft knipt pietje de dood het touwtje door
o Vanitas
Alles vergaat, alle aardse dingen zijn niet zo belangrijk
o Memento mori (denken aan het moment dat je gaar sterven)
titel auteur soort extra kenmerken
e
Egidius Jan Moritoen ME Rondeel, meer specifiek een In het Gruuthusehandschrift (ca. 1400): Rijmklank,
- Atypisch: auteur klaagzang of elegie - Mecenas tegenstellingen en
vermeld Thema: de dood van Jans BFF retorische vraag
Motief: momento mori
- Hij denkt aan het moment van de dood
het weerzien met zijn BFF
Van der Anthonis de Roovere ME Ballade omdat: Gaat over de dodendans of danse macabre: Simpel rijmschema,
- Allereerste - Lang, verhalend gedicht - = mollen want de dood kijkt niet naar aanspreking publiek
Mollenfeeste stadsdichter - Simpel rijmschema afkomst, …
Geeft kritiek op de elitaire groepen van de
samenleving
Sotte II ME Refrein (zie kenmerken) - Niet alle gedichten zijn serieus 3 strofes van een gelijk
- Geschreven rond carnaval enigste dag aantal verzen, elke
Amoureushey waarop je mag lachen met de adel strofe eindigt met
t - Schoonheidsidealen in vraag gesteld ongeveer dezelfde
(1466) - “prins” = mecenas regel (= STOC),
o Blijf bij je stand (moraal)
Zie extra vraagjes op papier
Kenmerken lyriek in de middeleeuwen
- Orale traditie
- Anoniem (gemeenschapskunst)
- Gezongen
Belangrijke thema’s
- Moraliserend-didactisch
- Godsdienstig (ook ❤)
- Liefde, liefdesverdriet
- Dood (motieven)
o Dodendans/ danse macabre (dood ~ feest)
Dood komt meer voor in de 13e eeuw door de pest de dood een gezicht geven
Waarom een zeis? Iedereen verbonden aan God met een touwtje, wanneer je sterft knipt pietje de dood het touwtje door
o Vanitas
Alles vergaat, alle aardse dingen zijn niet zo belangrijk
o Memento mori (denken aan het moment dat je gaar sterven)