De pruikentijd
Begrippen
Abolitionisme: beweging voor de afschaffing van slavenhandel en slavernij
Atheïsme: de overtuiging dat er geen god bestaat
Driemachtenleer: trias politica (theorie over de drie onderdelen van de macht van staten: de
wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht
Indirecte belastingen: belasting die betaald wordt bij de aankoop van producten
Mensenrechten: rechten voor alle mensen
Pruikentijd: 18e eeuw
Rationeel: redelijk, door middel van verstand
Rechtsstaat: staat waarin iedereen zich aan de wet moet houden, ook de overheid zelf.
Standenmaatschappij: maatschappij waarin de bevolking is verdeeld in standen met eigen
rechten en plichten
Standenstaat: staat die gebaseerd is op standen
Verlichting: beweging van mensen die vinden dat met het verstand alles kan worden
verklaard en dat de maatschappij op de rede gebaseerd moet zijn.
Westers: West-Europees en Noord-Amerikaans
Samenvatting
18e eeuw staat bekend als pruikentijd. met pruiken lieten mannen zien dat zij belangrijk
waren. vrouwen hadden bijzondere kapsels dat soms bijna bouwwerken leken.
Standenmaatschappij:
Er waren drie standen. 1e stand geestelijkheid , 2e stand adel , 3e stand burgers en
boeren
De 1e en 2e stand hadden privileges, voorrechten. Zij hoefden geen belasting te betalen.
De 3e stand moest wel belasting betalen. D
De 3e stand had geen inspraak
Wat werd er met het belastinggeld gedaan?
- Ging grotendeels naar de koning
- Frankrijk was bijna bankroet
- Dure oorlogen moesten hiervan betaald worden
Immanuel Kant iedereen moest zelf denken en niet zomaar geloven wat de kerk of een
andere baas zei.
Verlichting: er werden in de 17e eeuw veel wetenschappelijke uitvindingen gedaan. Het idee
ontstond dat mensen met hun verstand (ratio) alles konden begrijpen en verklaren.
De verlichting leidde onder andere tot andere opvattingen over de godsdienst. (Rampen
etc. waren geen straf van God, maar waren gewoon te verklaren).
Verlichte denkers waren tolerant op godsdienstig gebied. (Vrijheid van godsdienst en
meningsuiting)
, Verspreiding van verlichte ideeën kon gevaarlijk zijn voor het absolutisme,
standenmaatschappij en de kerk.
Franse koning wilde dan ook niet dat deze ideeën verspreid werden.
Voltaire: zag God als een klokkenmaker, hij had de wereld geschapen, maar de wereld ‘liep’
nu vanzelf.
Verlichting leidde ook tot kritiek op de standenmaatschappij. Iedereen moest gelijk zijn
en gelijke rechten hebben mensenrechten.
- Afschaffen slavernij (abolitionisme)
- Rechtsstaat: iedereen, ook de koning, moet zich aan de regels houden
Trias Politica
- Driemachtenleer: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
- Montesquieu
- Scheiding van de machten.
Rousseau: koning was overbodig volksvertegenwoordiging was nodig.
1751 Encyclopedie
- Om kennis te verspreiden en delen onder het publiek
- 28 delen
Geschiedeniswerkplaats – 2hv – 4.2
Revolutie in Amerika
Begrippen
Amerikaanse Revolutie: opstand van de Britse kolonies in Noord-Amerika die in 1776 leidde
tot het ontstaan van de Verenigde Staten van Amerika
Dekolonisatie: het onafhankelijk worden van kolonies
Democratische revolutie: ingrijpende politieke verandering waarbij een democratische
grondwet wordt ingevoerd
Federatie: staat waarin het staatsgezag is verdeeld tussen een centrale staat en deelstaten
Grondrechten: belangrijkste rechten van burgers die in de de grondwet zijn vastgelegd
Moederland: land dat heerst over kolonies
Onafhankelijkheid: zelfstandigheid, zonder vreemde overheersing
Jaartallen
1775-1783: onafhankelijkheidsoorlog
1773: Boston Tea Party
4 juli 1776: onafhankelijkheidsverklaring
1783: Britse regering erkende de onafhankelijkheid van de VS
1789: George Washington wordt de eerste president van de VS