DEEL 2 : DE CULTUUR VAN DICHTERBIJ BEKEKEN
1. INLEIDING
Vanuit de visie dat cultuur ook iets plaatselijk, tijdelijk, lokaal, onbewust is dat leidt tot een bepaalde houding,
gedrag, materie,… gaan we in dit deel de realiteit waarin we leven onder de loep nemen.
Wat is leven? waar kiezen we voor? En wat zijn de belangrijkste invloeden in deze tijden, ook wel tijden van
transitie genoemd. Cultuur omvat heel wat zaken die doorheen de verschillende eeuwen verworven zijn door
de mensen als lid van een gemeenschap. Dit gaat over wat we hebben en doen.
Cultuur draait om betekenisgeving, en zegt daarmee iets over wat we waardevol vinden. Betekenisgeving
veronderstelt bovendien een praktijk die vorm krijgt in het handelen van mensen met een bepaalde bedoeling
of visie. Cultuur blijft levend door mensen, herhaling en handelingen.
Dit inzicht zorgt ook voor een belangrijk besef : de eigen constructie, het eigen heel inherent relatef en bij deze
dan ook erg tijdelijk .
Probleem? Men neemt de eigen cultuur als norm en is erg etnocentrisch ingesteld.
2. HOE KUNNEN WE EEN CULTUUR BESTUDEREN?
2.1. GELAAGDHEID : WAT WE ZIEN EN NIET ZIEN.
Het ui model Deal en Kennedy. Deze werd verder ingevuld door Hofstede en Co, die het op hun beurt
ontwikkelden om de cultuur van een organisatie te kunnen bespreken.
Dit model leent zich ertoe om de illusies dat we heel duidelijk zaken zien in een cultuur en de ze kunnen
benoemen, daarna perfect het verschil kunnen aanduiden met onze eigen context en dan nog te verklaren.
Definities :
Symbolen : vormen de meest oppervlakkige kenmerken van een cultuur.
Dit zijn woorden, gebaren en dingen, met specifieke betekenis in de cultuur. De taal rekenen we tot
deze laag, ze verwijzen naar een idee, een gewoonten, een waarde
, Helden : dit zijn de ideaaltypische personen die in een cultuur symboolwaarde hebben, mensen die
een bepaalde identificatie kunnen betekenen voor de leden van de cultuur. Mensen die een bepaalde
identificatie kunnen betekenen voor de leden van de cultuur. Dit kan bijvoorbeeld een politicus zijn
met een sterke impact op de ontwikkeling van een land.
Spirituelen : dit zijn conventionele collectieve activiteiten zoals een manier van groeten en een sterk
formeel gedrag wat verwijst naar bepaalde waarden. gedrag tijdens religieuze uitingen, feesten etc
Waarden: deze zitten in de kern. Ze hebben een grote betekenis voor een cultuur. Ze zijn de
betekenisgever die de cultuur zin geeft. Waarden zijn verworven voorkeuren die vaak tot uiting komen
in normen.
Praktijken : deze verbindien alle lagen van een cultuur en vormen het dagelijks kader van handelen
waarbij men in feite alle elementen samen ziet gebruikt worden. –> te zien in dagelijkse uiting.
We kunnen een cultuur dus wel en niet lezen. we snappen iets van de manier waarop bepaalde elementen
aanwezig zijn, het is aan ons om te proberen zien welke betekenis de leden van de cultuur eraan verbinden.
2.2. OOK DE CONTEXT SPEELT EEN GROTE ROL.
Wat we doen in een cultuur wordt onder andere gestuurd door de context die een bepaald soort handelen zal
uitlokken. De holistische visie uit de antropologie is van belang om met een breed vizier te kunnen kijken.
Zelfs op kleine oppervlakken zijn er cultuur gelijkenissen te vinden, net als verschillen.
3. HOE ZIET ONZE TIJD ERUIT?
3.1. VERSCHILLEN IN DE TIJD
Aantal fundamentele veranderingen die we als grote golven kunnen benoemen :
1e golf :
Een eerste modernisering overgang van moderne, industriële samenleving. Deze invulling leidt deze
golf tot een secularisering godsdienst of religie boeten aan belang in.
2e golf :
men gaat verder vervellen en tradities ontmantelen, wordt individualisering een waardevol goed naast
het kritisch evalueren van voorgaande verwezenlijkingen.
3e golf :
We praten hier over de postmoderne tijd waarin we leven, deze verschilt een aantal fundamentele
aspecten van de voorganger.
3.1.1. OPVATTINGEN ZIJN TIJDELIJK
Opvattingen, waarden, normen verwachtingen zijn erg tijdsgebonden, dus ook vluchtig. Alles wat cultuur
aangaat is ‘mensenwerk’
In de periodes ervoor lagen normen en waarden erg vast, en waren deze bijna gebeiteld in de dagelijkse
praktijken en zag men deze als fundamenteel onveranderlijk. door God of inherent aan de menselijke
natuur.
, 3.1.2. DE DIFFERENTIATIE VAN CULTURELE SFEREN
De tijdelijkheid en de dynamiek komt in de plaats van een voorspelbare en meestal eenduidige ordening van de
samenleving. We leven in een heterogene samenleving met diverse waardensferen waarin één centraal gezag
niet meer bestaat. De kerk wordt tegenwoordig niet meer geaccepteerd als enige en allesomvattend.
Mensen beginnen hun eigen keuze te volgen en worden kritischer op het gene waar ze voor staan. Er is wel nog
een zoektocht naar fundamentele aanspraken op de realiteit. Maar het lijkt alsof we op een bepaalde manier
weer vrij zijn.
3.1.3. BELANG VAN HET ZELF
Het ‘zelf’ wordt een belangrijke factor. In de moderne samenleving is privacy een hoog goed daarom dat dit
ook wettelijk wordt bescherm.
Door evoluties zijn klassieke sociale netwerken weggevallen. Mensen hebben zich van een aantal voorspelbare
paden in hun leven bevrijd en gaan over tot eigen keuze. = individualisering .
We zien dat mensen nieuwe keuzes kunnen maken voor zichzelf, los van wat anderen denken. Er ontstaan
andere soorten netwerken waarin contacten broos en kwetsbaar zijn geworden. Dit kan leiden tot het zich erg
zoeken en eenzaam voelen. Bauman omschrijft dit als ‘ … de transformatie van de menselijke identiteit van
een ‘ gegeven’ ( zijn ) in een ‘ opgave’ ( doen ) waarbij mensen zelf moeten zoeken naar deinvulling van wie of
wat ze willen zijn of worden.
Men creëert een voorlopige of vloeibare identiteit. We praten hier over een identificatie : een nooit
eindigende altijd onaffe, onvoltooide en open activiteit.
Men ondervindt een keuzedwang en keuzestress omdat men in een bepaalde leegte terechtkomt. cultural
lags .
3.2. INDIVIDUALISERING
Gevolgen van deze veranderingen inde tijd zijn te benoemen als het fenomeen van individualisering enerzijds,
de globalisering anderzijds.
WO 2 , grootste golf individualisering. = gevolg loskomen van tradities.
Mensen stelden hun traditionele posities in vraag en rollen konden door de gebeurtenissen en noden van
tijdens en na de oorlog iets losser ingevuld worden door de omstandigheden. Mensen kregen in deze periode
na de wereldoorlogen een betere materiële welstand en een breder verspreid/langer onderwijs.
Loskomen tradities = invullen eigen levensverhaal + sterke focus op het zelf.
Handelen is minder gestuurd door traditie en traditionele waarden nieuwe mechanismen sturen
nadrukkelijker aan. we zien veranderingen in keuzes rond huwelijk, adoptie, euthanasie en dergelijke door deze
culturele revolutie.
De heterogene samenleving biedt vrijheid en maakbaarheid wat zorgt dat het individu zelf de kansen moet
grijpen en waarmaken. Verwachtingen liggen hoog dus het individu zoek in de bevestiging van die zoektocht de
eigen herkenning.
En zo komen we aan in een selfiecultuur, waar men vooral geliked wil worden om een mate van een zelfbeeld
te construeren.
1. INLEIDING
Vanuit de visie dat cultuur ook iets plaatselijk, tijdelijk, lokaal, onbewust is dat leidt tot een bepaalde houding,
gedrag, materie,… gaan we in dit deel de realiteit waarin we leven onder de loep nemen.
Wat is leven? waar kiezen we voor? En wat zijn de belangrijkste invloeden in deze tijden, ook wel tijden van
transitie genoemd. Cultuur omvat heel wat zaken die doorheen de verschillende eeuwen verworven zijn door
de mensen als lid van een gemeenschap. Dit gaat over wat we hebben en doen.
Cultuur draait om betekenisgeving, en zegt daarmee iets over wat we waardevol vinden. Betekenisgeving
veronderstelt bovendien een praktijk die vorm krijgt in het handelen van mensen met een bepaalde bedoeling
of visie. Cultuur blijft levend door mensen, herhaling en handelingen.
Dit inzicht zorgt ook voor een belangrijk besef : de eigen constructie, het eigen heel inherent relatef en bij deze
dan ook erg tijdelijk .
Probleem? Men neemt de eigen cultuur als norm en is erg etnocentrisch ingesteld.
2. HOE KUNNEN WE EEN CULTUUR BESTUDEREN?
2.1. GELAAGDHEID : WAT WE ZIEN EN NIET ZIEN.
Het ui model Deal en Kennedy. Deze werd verder ingevuld door Hofstede en Co, die het op hun beurt
ontwikkelden om de cultuur van een organisatie te kunnen bespreken.
Dit model leent zich ertoe om de illusies dat we heel duidelijk zaken zien in een cultuur en de ze kunnen
benoemen, daarna perfect het verschil kunnen aanduiden met onze eigen context en dan nog te verklaren.
Definities :
Symbolen : vormen de meest oppervlakkige kenmerken van een cultuur.
Dit zijn woorden, gebaren en dingen, met specifieke betekenis in de cultuur. De taal rekenen we tot
deze laag, ze verwijzen naar een idee, een gewoonten, een waarde
, Helden : dit zijn de ideaaltypische personen die in een cultuur symboolwaarde hebben, mensen die
een bepaalde identificatie kunnen betekenen voor de leden van de cultuur. Mensen die een bepaalde
identificatie kunnen betekenen voor de leden van de cultuur. Dit kan bijvoorbeeld een politicus zijn
met een sterke impact op de ontwikkeling van een land.
Spirituelen : dit zijn conventionele collectieve activiteiten zoals een manier van groeten en een sterk
formeel gedrag wat verwijst naar bepaalde waarden. gedrag tijdens religieuze uitingen, feesten etc
Waarden: deze zitten in de kern. Ze hebben een grote betekenis voor een cultuur. Ze zijn de
betekenisgever die de cultuur zin geeft. Waarden zijn verworven voorkeuren die vaak tot uiting komen
in normen.
Praktijken : deze verbindien alle lagen van een cultuur en vormen het dagelijks kader van handelen
waarbij men in feite alle elementen samen ziet gebruikt worden. –> te zien in dagelijkse uiting.
We kunnen een cultuur dus wel en niet lezen. we snappen iets van de manier waarop bepaalde elementen
aanwezig zijn, het is aan ons om te proberen zien welke betekenis de leden van de cultuur eraan verbinden.
2.2. OOK DE CONTEXT SPEELT EEN GROTE ROL.
Wat we doen in een cultuur wordt onder andere gestuurd door de context die een bepaald soort handelen zal
uitlokken. De holistische visie uit de antropologie is van belang om met een breed vizier te kunnen kijken.
Zelfs op kleine oppervlakken zijn er cultuur gelijkenissen te vinden, net als verschillen.
3. HOE ZIET ONZE TIJD ERUIT?
3.1. VERSCHILLEN IN DE TIJD
Aantal fundamentele veranderingen die we als grote golven kunnen benoemen :
1e golf :
Een eerste modernisering overgang van moderne, industriële samenleving. Deze invulling leidt deze
golf tot een secularisering godsdienst of religie boeten aan belang in.
2e golf :
men gaat verder vervellen en tradities ontmantelen, wordt individualisering een waardevol goed naast
het kritisch evalueren van voorgaande verwezenlijkingen.
3e golf :
We praten hier over de postmoderne tijd waarin we leven, deze verschilt een aantal fundamentele
aspecten van de voorganger.
3.1.1. OPVATTINGEN ZIJN TIJDELIJK
Opvattingen, waarden, normen verwachtingen zijn erg tijdsgebonden, dus ook vluchtig. Alles wat cultuur
aangaat is ‘mensenwerk’
In de periodes ervoor lagen normen en waarden erg vast, en waren deze bijna gebeiteld in de dagelijkse
praktijken en zag men deze als fundamenteel onveranderlijk. door God of inherent aan de menselijke
natuur.
, 3.1.2. DE DIFFERENTIATIE VAN CULTURELE SFEREN
De tijdelijkheid en de dynamiek komt in de plaats van een voorspelbare en meestal eenduidige ordening van de
samenleving. We leven in een heterogene samenleving met diverse waardensferen waarin één centraal gezag
niet meer bestaat. De kerk wordt tegenwoordig niet meer geaccepteerd als enige en allesomvattend.
Mensen beginnen hun eigen keuze te volgen en worden kritischer op het gene waar ze voor staan. Er is wel nog
een zoektocht naar fundamentele aanspraken op de realiteit. Maar het lijkt alsof we op een bepaalde manier
weer vrij zijn.
3.1.3. BELANG VAN HET ZELF
Het ‘zelf’ wordt een belangrijke factor. In de moderne samenleving is privacy een hoog goed daarom dat dit
ook wettelijk wordt bescherm.
Door evoluties zijn klassieke sociale netwerken weggevallen. Mensen hebben zich van een aantal voorspelbare
paden in hun leven bevrijd en gaan over tot eigen keuze. = individualisering .
We zien dat mensen nieuwe keuzes kunnen maken voor zichzelf, los van wat anderen denken. Er ontstaan
andere soorten netwerken waarin contacten broos en kwetsbaar zijn geworden. Dit kan leiden tot het zich erg
zoeken en eenzaam voelen. Bauman omschrijft dit als ‘ … de transformatie van de menselijke identiteit van
een ‘ gegeven’ ( zijn ) in een ‘ opgave’ ( doen ) waarbij mensen zelf moeten zoeken naar deinvulling van wie of
wat ze willen zijn of worden.
Men creëert een voorlopige of vloeibare identiteit. We praten hier over een identificatie : een nooit
eindigende altijd onaffe, onvoltooide en open activiteit.
Men ondervindt een keuzedwang en keuzestress omdat men in een bepaalde leegte terechtkomt. cultural
lags .
3.2. INDIVIDUALISERING
Gevolgen van deze veranderingen inde tijd zijn te benoemen als het fenomeen van individualisering enerzijds,
de globalisering anderzijds.
WO 2 , grootste golf individualisering. = gevolg loskomen van tradities.
Mensen stelden hun traditionele posities in vraag en rollen konden door de gebeurtenissen en noden van
tijdens en na de oorlog iets losser ingevuld worden door de omstandigheden. Mensen kregen in deze periode
na de wereldoorlogen een betere materiële welstand en een breder verspreid/langer onderwijs.
Loskomen tradities = invullen eigen levensverhaal + sterke focus op het zelf.
Handelen is minder gestuurd door traditie en traditionele waarden nieuwe mechanismen sturen
nadrukkelijker aan. we zien veranderingen in keuzes rond huwelijk, adoptie, euthanasie en dergelijke door deze
culturele revolutie.
De heterogene samenleving biedt vrijheid en maakbaarheid wat zorgt dat het individu zelf de kansen moet
grijpen en waarmaken. Verwachtingen liggen hoog dus het individu zoek in de bevestiging van die zoektocht de
eigen herkenning.
En zo komen we aan in een selfiecultuur, waar men vooral geliked wil worden om een mate van een zelfbeeld
te construeren.